
De Britse media- en internettoezichthouder Ofcom wil grote technologiebedrijven verplichten veel harder op te treden tegen frauduleuze advertenties. Platforms als sociale media en zoekmachines moeten adverteerders beter controleren, oplichters weren en verdachte advertenties sneller verwijderen.
De maatregelen maken deel uit van de Britse Online Safety Act. Ofcom heeft een conceptcode opgesteld met bijna veertig maatregelen tegen online advertentiefraude. Zo moeten platforms controleren of adverteerders daadwerkelijk voor het bedrijf werken dat zij zeggen te vertegenwoordigen. Aanbieders van advertenties voor beleggingen en financiële diensten moeten bovendien bevoegd of geregistreerd zijn.
Ook moeten technologiebedrijven voorkomen dat verwijderde fraudeurs eenvoudig nieuwe accounts openen. Accounts moeten beter worden beschermd tegen overname en AI-tools voor het maken van advertenties moeten worden getest op misbruik door criminelen. Politie, toezichthouders en andere vertrouwde organisaties moeten daarnaast een speciaal meldkanaal krijgen waarmee nepadvertenties snel kunnen worden verwijderd.
Ofcom stelt dat technologiebedrijven jarenlang onvoldoende hebben gedaan, terwijl zij miljarden verdienen aan digitale advertenties. Bedrijven die straks niet aan de regels voldoen, kunnen een boete krijgen van maximaal 18 miljoen pond of 10 procent van hun wereldwijde jaaromzet.
Ook in Nederland zijn verschillende rechtszaken gevoerd over nepadvertenties waarin de namen en foto’s van bekende Nederlanders werden misbruikt. John de Mol stapte in 2019 naar de rechter vanwege frauduleuze bitcoinadvertenties op Facebook. De rechtbank bepaalde dat Facebook zich moest inspannen om dergelijke advertenties te weren en gegevens over de adverteerders moest verstrekken. Aan de uitspraak was een mogelijke dwangsom van maximaal 1,1 miljoen euro verbonden. De zaak eindigde later in een schikking.
Ook Jort Kelder, Alexander Klöpping, Arjen Lubach en Willem Middelkoop begonnen procedures tegen Google en Twitter. Hun namen en portretten werden gebruikt in advertenties die consumenten naar websites van cryptofraudeurs leidden. In eerste aanleg werden de vorderingen in 2022 afgewezen.
Kelder kreeg in maart 2024 in hoger beroep alsnog gelijk tegen Google. Het gerechtshof in Amsterdam oordeelde dat Google, nadat het bedrijf op de fraude was gewezen, meer had moeten doen om identieke en sterk gelijkende advertenties vooraf te blokkeren of voor menselijke controle op te schorten. Google werd aansprakelijk gehouden voor de schade die Kelder door een aantal advertenties had geleden.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
