Blog Guido van Nispen: De journalistieke spagaat tussen vergrootglas en stilzwijgen

De Nederlandse journalistiek lijkt zichzelf in een merkwaardige positie te hebben gemanoeuvreerd. Aan de ene kant bestaat de overtuiging dat populistische en radicale politieke bewegingen voortdurend onderzocht, gecontroleerd en ontmaskerd moeten worden. Zie bijvoorbeeld de veelbesproken uitzending van Powned over Forum voor Democratie. Aan de andere kant klinkt steeds vaker de gedachte dat juist die aandacht het probleem vergroot. Dat sommige journalisten inmiddels openlijk bepleiten om bepaalde politieke stromingen simpelweg minder of zelfs helemaal niet meer te verslaan, laat zien hoe ongemakkelijk de situatie is geworden.  

Dat laatste kwam recent naar voren in een opiniestuk van Chris Julien in NRC, deze week groot overgenomen door Villamedia, het platform van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. De redenering wordt als volgt uitgelegd: Politici die provoceren en bewust de grenzen van het debat opzoeken, profiteren van aandacht. Zelfs wanneer die aandacht kritisch is. Iedere analyse, factcheck of verontwaardigde reactie draagt opnieuw bij aan zichtbaarheid.

Toch wringt er iets zodra die analyse wordt vertaald naar een journalistieke strategie. Want op het moment dat redacties besluiten dat bepaalde politieke stromingen niet langer verslaggeving verdienen, verandert hun rol fundamenteel. Dan zijn zij niet langer uitsluitend waarnemers van het publieke debat, maar worden zij ook medebepalers van wie daarin zichtbaar mag zijn.

Dat is geen theoretische kwestie. De afgelopen twintig jaar hebben laten zien dat politieke bewegingen niet verdwijnen wanneer traditionele media stoppen met schrijven. Integendeel. Podcasts, YouTube-kanalen, nieuwsbrieven en sociale media maken het mogelijk om grote publieken te bereiken zonder tussenkomst van een redactie. Donald Trump bouwde een directe relatie met miljoenen kiezers op. De Duitse AfD ontwikkelde een omvangrijk eigen media-ecosysteem. Ook in Nederland beschikken politieke bewegingen inmiddels over voldoende kanalen om de traditionele journalistiek grotendeels te omzeilen.

Historisch gezien is dat niet nieuw. In België groeide het Vlaams Blok ondanks een jarenlang cordon sanitaire gestaag door. Tijdens de Koude Oorlog werden communistische partijen in verschillende West-Europese landen op afstand gehouden zonder dat hun electorale aantrekkingskracht direct verdween. De details verschillen, maar de les is opvallend consistent: uitsluiting lost maatschappelijke steun zelden op. Vaak verandert alleen de plek waar die steun zichtbaar wordt.  

De ironie is dat zowel de voorstanders van voortdurende ontmaskering als de voorstanders van stilzwijgen uiteindelijk vertrekken vanuit dezelfde veronderstelling: dat zichtbaarheid de kern van het probleem is. Wellicht ligt daar juist de denkfout.

De vraag is immers niet alleen hoeveel aandacht een politieke beweging krijgt, maar ook welke aandacht zij krijgt. Tussen kritiekloos doorgeven en volledig negeren bestaat een breed journalistiek middengebied. Een partij kan minder worden gevolgd op provocaties en tegelijkertijd intensiever worden onderzocht op financiën, organisatie, bestuurscultuur en beleidsvoorstellen. Niet minder journalistiek, maar misschien juist meer.

Daarmee verschuift ook de vraag. Niet: moeten we over deze partijen schrijven? Maar: waarover schrijven we precies? Over de rel van de dag, of over de structuren erachter?

Overigens laat de NVJ in het midden hoe zij zelf tegenover de oproep van Chris Julien staat. De organisatie vond het stuk kennelijk relevant genoeg om het via Villamedia onder de aandacht van journalisten te brengen, maar spreekt zich niet uit over de implicaties ervan. Dat roept vragen op. Is het volgens de NVJ wenselijk dat bepaalde politieke stromingen bewust minder of zelfs helemaal niet meer worden verslagen? En hoe zou de vereniging reageren wanneer diezelfde stromingen besluiten de logica om te draaien en journalisten structureel te negeren of niet langer te woord te staan?

De grens tussen journalistieke afweging en wederzijdse uitsluiting blijkt soms dunner dan zij op het eerste gezicht lijkt. Misschien is dat precies waarom deze discussie zoveel ongemak oproept. Niet omdat zij over één partij gaat, maar omdat zij raakt aan de vraag wie uiteindelijk bepaalt wat zichtbaar wordt. En wat niet.