Blog Richard Otto] Wie de media wil begrijpen, moet verder kijken dan Hilversum

Spreekbuis bestaat dit jaar 80 jaar. Dat is een mooi moment om terug te kijken, maar vooral ook om vooruit te kijken. Want wie de geschiedenis van Spreekbuis kent, weet dat dit platform nooit alleen over nostalgie, zendmasten en Hilversumse wandelgangen ging. Spreekbuis begon ooit als personeelsblad van De Omroeper, groeide uit tot vakblad voor de omroepwereld en is inmiddels het grootste online vakmediaplatform voor mediaprofessionals in Nederland. Maar de mediaprofessionals van nu zit allang niet meer alleen op het Media Park.

Nieuws, opinie, video, audio en invloed komen tegenwoordig van alle kanten. Vanuit redacties, studio’s en omroepen, maar net zo goed vanuit slaapkamers, keukentafels, YouTube-kanalen, podcasts, Substack-achtige nieuwsbrieven, Telegramgroepen, TikTok-accounts en onafhankelijke online platforms. De mediawereld is veelkleuriger, grilliger en pluriformer geworden. Soms professioneler dan buitenstaanders denken. Soms ook rommeliger, harder en ideologischer dan de klassieke journalistiek gewend is.

Juist daarom is het te makkelijk om alles wat buiten de traditionele media valt weg te zetten als “alternatief”, “activistisch” of zelfs “onbetrouwbaar”. Dat zijn soms luie etiketten om deze nieuwe kanalen minder serieus te nemen. 

Wie de nieuwe mediawereld serieus wil begrijpen, moet kijken, luisteren en onderzoeken. Niet alleen oordelen vanaf de zijlijn.

Vanuit dat oogpunt is Spreekbuis een journalistiek onderzoeksproject gestart naar de opkomst van alternatieve en onafhankelijke media in Nederland. Samen met Ton Verlind en Puck van Westerloo willen we in kaart brengen wat daar gebeurt. Waarom beginnen makers buiten omroepen en uitgevers om een eigen kanaal? Waarom weten sommige YouTubers, podcasters en online uitgevers publieksgroepen aan zich te binden waar traditionele media steeds moeilijker contact mee krijgen? Hoe creëeren zij inkomsten en impact? En hoe gaan zij om met journalistieke waarden als hoor en wederhoor, bronverificatie, factchecking en onafhankelijkheid?

Dat onderzoek is nodig, omdat het medialandschap fundamenteel verandert. Traditionele nieuwsmedia hebben moeite om jongere doelgroepen vast te houden. Vertrouwen staat onder druk. Nieuwsconsumptie verschuift naar platforms, makers en communities. Het Reuters Institute spreekt in het Digital News Report 2025 nadrukkelijk over de opkomst van een “alternative media ecosystem”. Dat is geen randverschijnsel meer. Dat is een ontwikkeling die direct raakt aan journalistiek, democratie, mediabeleid en publieke meningsvorming.

Spreekbuis heeft in zijn 80-jarige bestaan altijd geschreven over de veranderingen in de media. Eerst over radio en televisie, later over commerciële omroep, internet, online video, streaming, podcasts, social media, VR en AI. Wie terugkijkt in het archief ziet één constante: media veranderen in een steeds sneller tempo, maar de discussie erover loopt vaak achter de feiten aan.

Dat dreigt nu opnieuw te gebeuren. Terwijl Hilversum nog praat over zenderprofielen, omroephuizen en lineaire programmering, bouwen nieuwe makers hun eigen publiek op buiten de klassieke infrastructuur. Zij zijn niet afhankelijk van een netmanager, omroepdirecteur of uitgever, maar van algoritmes, abonnees, donateurs, sponsors en platformregels. Dat maakt hen vrijer, maar ook kwetsbaarder. Ze ontsnappen aan oude poortwachters, maar krijgen er nieuwe poortwachters voor terug: YouTube, Meta, Spotify, Apple, TikTok en andere big tech-platforms.

Daar zit precies de spanning. Alternatieve media presenteren zich vaak als onafhankelijk alternatief voor de gevestigde journalistiek, maar zijn in de praktijk geregeld sterk afhankelijk van commerciële distributieplatforms. Een wijziging in een algoritme, demonetization, een ban of een daling in bereik kan direct gevolgen hebben voor hun inkomsten en zichtbaarheid. Onafhankelijkheid is dus niet alleen een journalistiek begrip, maar ook een economisch en technologisch vraagstuk.

Waar vroeger de omroepzuilen bepaalden wie het woord kreeg, bepalen nu platforms, makers en communities steeds vaker wie gehoord wordt. De vraag is niet of je dat prettig vindt. De vraag is wat het betekent.

Hiervoor kijken we naar een breed palet aan stromingen van rechts-conservatieve alternatieve media tot progressieve, activistische, onafhankelijke, commerciële en nichegerichte platforms. Het andere geluid bestaat niet uit één kleur. Het kan rechts zijn, links, lokaal, cultureel, activistisch, journalistiek, commercieel of persoonlijk. Juist die pluriformiteit maakt het interessant.

De reflex van veel traditionele mediamensen is nog te vaak: wat buiten ons gebeurt, is verdacht of niet serieus te nemen. Maar misschien is dat precies het probleem. Wie het publiek kwijtraakt, moet niet alleen naar het publiek wijzen. Die moet ook naar zichzelf kijken. Waarom voelen mensen zich niet meer aangesproken? Waarom zoeken zij duiding bij makers buiten de gevestigde media? Waarom vertrouwen zij soms eerder een podcaster aan een keukentafel dan een presentator in een miljoenenstudio? Dat zijn ongemakkelijke vragen. Maar een vakmedium dat 80 jaar bestaat, moet die durven stellen.

Spreekbuis begon ooit dicht bij de omroep. Inmiddels is het speelveld veel groter geworden. De mediawereld is niet meer alleen Hilversum. Het is ook YouTube, Spotify, Substack, TikTok, Instagram, Telegram, Discord, X en talloze zelfstandige platforms. Wie vandaag over media schrijft, moet dus ook daar zijn oor te luisteren leggen.

Tachtig jaar Spreekbuis is geen reden om alleen terug te kijken met een jubileumstrik eromheen. Het is juist een moment om opnieuw te doen waarvoor een vakplatform bedoeld is: ontwikkelingen signaleren, discussies aanjagen en de mediawereld kritisch volgen. Ook wanneer die mediawereld zich buiten de vertrouwde muren van Hilversum afspeelt.

Want als de journalistiek één les uit 80 jaar mediageschiedenis kan trekken, is het deze: wie nieuwe media te lang negeert, begrijpt uiteindelijk ook de oude media niet meer.

Richard Otto
Uitgever Spreekbuis.nl