Bert Brussen (podcastmaker): Keurige mainstream media masseren de feiten weg

Hoewel hij en Sander Schimmelpenninck in het publieke debat tegenpolen zijn, zegt journalist en podcastmaker Bert Brussen dat hij de Volkskrant-columnist wel mag. Dat is opmerkelijk, omdat Schimmelpenninck in zijn columns zo ongeveer iedereen rechts van de VVD tegenwoordig betitelt als fascist. En het is precies in dat politieke spectrum dat Brussen zich met zijn commentaren bevindt. Fascist? Het deert hem niet. ‘Die term zegt me niks. Het klopt ook niet. Alles wat ik vind past binnen de democratische rechtsstaat. Wat Schimmelpenninck doet is amusement; zijn columns zijn vermakelijk.’

Dat hij de columnist waardeert, heeft te maken met het feit dat die functioneert als een luis in de pels van het maatschappelijke debat, een eigenschap die je in de keurige Nederlandse kranten, op radio en televisie nauwelijks nog tegenkomt. Brussen prijst Schimmelpenninck als bijtertje: ‘Je kan van hem zeggen wat je wil, maar het is een echte columnist. Hij bedrijft snoeiharde polemiek die goed past bij de links-liberale ideologische koers van de Volkskrant, toevallig ook nog eens een geslaagde commerciële koers. Pieter Klok (de hoofdredacteur van de Volkskrant/TV) weet dat goed uit te buiten.’

Over brisante thema’s als asiel wordt in de mainstream media overwegend politiek correct gedebatteerd, vindt Brussen. Het heeft te maken met de drang om niet te willen stigmatiseren. Dat gaat zover dat het nieuws in een richting wordt gestuurd, bijvoorbeeld door feiten die niet in het gewenste plaatje passen weg te moffelen. Brussen ziet dat ‘wie in de discussie de grenzen zoekt, buiten de groep komt te staan, zoals rokers worden verbannen naar hun eigen rokershoekje.’ De luizen in de pels van de journalistiek, de brutalen die de gangbare opvattingen durven te tarten, zijn de laatste jaren vrijwel allemaal verdwenen, zegt hij. Theo van Gogh, Boudewijn Büch, Gerrit Komrij, zelfs Willibrord Frequin; ze worden node gemist. ‘Er is geen nieuwe generatie voor in de plaats gekomen.’

Anti-establishment

Begonnen bij het Algemeen Nijmeegs Studentenblad behoort Bert Brussen tot de pioniers van het anti-establishmentmedium GeenStijl. Hij was hoofdredacteur van ThePostOnline en leverde ook bijdragen aan een opinieprogramma van de AVRO. Daar kwam een eind aan. De eindredacteur stond volgens Brussen op het goede standpunt dat journalisten hun eigen tegenspraak moeten organiseren. ‘Maar wat daar besproken werd, was niet salonfähig en dan verdwijnt het.’

Hij geeft toe dat hij GeenStijl mist. Dat wil zeggen: niet zoals het nu is, maar zoals het begon — snoeihard en polemisch. ‘Ooit had de site betekenis. Als we iets opschreven, deed dat wat met mensen, maar die functie is verdwenen. GeenStijl is tegenwoordig mainstream.’ Zelf positioneert hij zich rechts van het midden, in de buurt van JA21. Verder is hij moeilijk te labelen: kritisch op het asielbeleid, solidair met de ontevredenen, maar tolerant als het gaat om veel andere onderwerpen, bijvoorbeeld op ethisch gebied, die dan weer niet in dat rechtse beeld passen. Een onderwerp dat hem diep raakt is de toeslagenaffaire en de wijze waarop de overheid in dat dossier is omgesprongen met de slachtoffers.

Brussen & Veelo

Hij heeft een eigen podcast waarin hij per aflevering één gast interviewt en samen met journalist en columnist Roderick Veelo maakt hij de podcast Brussen & Veelo, een polemische beschouwing over de grote thema’s die Nederland bezighouden, maar waarover door de gangbare nieuwsmedia lang niet alle vragen worden gesteld die wel aan de orde zouden moeten komen. Hij kan ervan leven, zegt hij. Met 30.000 luisteraars, 4200 abonnees die ieder 40 euro betalen en dat dan gedeeld door twee, is het uit te houden op het Canarische eiland La Palma, waar hij vanuit zijn huis over de oceaan kijkt. Hoewel hij en Veelo inmiddels een constante factor zijn in de podcastwereld, ziet hij zichzelf niet als een nieuwsmerk, misschien wel als een persoonlijk merk, zegt hij. ‘Er is geen naam voor wat ik doe.’ Er is evenmin een omschreven doel.

Jaren geleden is hij naar La Palma gevlucht. Dat was niet om ideologische redenen, maar omdat hij de pest heeft aan de Nederlandse kou. Ik spreek hem via een Zoomverbinding. Hij mist Nederland niet, benadrukt hij. Dat is opvallend, want hij windt zich wel op over hoe het er hier aan toegaat. ‘Ja, omdat het leuk is om je op te winden.’

Niet omdat je je zorgen maakt?
‘De laatste tijd wel. Mensen zijn nu serieus aan het radicaliseren. Nederland loopt het risico op wat je eerder zag in Ierland en Spanje met de ETA: mensen gaan zich verzetten tegen de staat.’

Wat gaat er mis?
‘Al vijfentwintig jaar lukt het niet om grenzen te stellen aan de asielinstroom en tegelijk hebben politici en media er moeite mee om dat probleem te benoemen. Ze willen niet zien dat veel mensen niet nog meer asielzoekers willen. Er is een propagandastroom die dat ontkent. Gijs Rademaker komt bij RTL Nieuws bijvoorbeeld met een peiling waaruit blijkt dat het draagvlak voor de opvang van asielzoekers heel hoog is. En bij EVA zit iemand van De Correspondent die vertelt dat het aan de mensen allemaal nog beter moet worden uitgelegd, blabla… En dat gaat dan samen met een chronisch woonruimtetekort, inflatie en dure benzine. Intussen worden de mensen steeds bozer. Daardoor komt er een radicale onderstroom van hooligans naar boven die graag met vuurwerk gooit. Dat soort groepen kan snel aan aanwas winnen. Ze grijpen hun kans. In Loosdrecht hoorde ik iemand — met naam en toenaam, vol in beeld — zeggen dat het geweld hem niet uitmaakt, als er maar geen azc komt. En dan krijg je dat de staat serieus onder druk wordt gezet. Die ontevredenheid suddert al heel lang. We hadden daarover veel eerder het debat moeten aangaan. Het lijkt erop dat de democratie daar geen vat meer op heeft.’

Welke rol speel jij in dat debat?
‘Geen enkele rol. Ik voel me niet geroepen als een moraalridder ervoor te zorgen dat het niet uit de hand loopt. Ik wil er evenmin als activist aan meedoen. Ik ben beter in het uitvergroten van de verschillen dan in het verkleinen ervan. Ik sta ertussen en wil mijn mening kunnen uiten, omdat die vrijheid me na aan het hart ligt. Laat ik zeggen dat ik achter de mensen sta die ontevreden zijn. Die moet je aan het woord laten.’

Mogen mannen hun vrouw slaan?

screenshot De Afspraak

Zijn dagen op het Spaanse eiland beginnen met het bekijken van nieuwssites en social media. Wat hem ’s ochtends opvalt, beheerst vaak de rest van de dag. Op het moment dat we elkaar spreken, richten zijn pijlen zich op de VRT, de Vlaamse omroep. Die heeft een onderzoek laten doen naar de manier waarop mannen vinden dat ze vrouwen kunnen behandelen. Het gaat onder andere over de vraag of mannen hun vrouw mogen slaan. Opvallend veel deelnemers ‘van buitenlandse herkomst’ (omschrijving van de VRT/TV) achten dat toelaatbaar. Uit angst om te stigmatiseren vraagt de studiedienst van de omroep aan journalisten van de VRT om deze laatste cijfers niet te publiceren. De ondervraagde groep zou te klein zijn om er conclusies aan te verbinden. De notitie lekt uit. Schrijver Maarten Boudry, gast in de talkshow De Afspraak, ontsteekt in woede als hij erachter komt. Zijn kritiek is duidelijk: de VRT durft de confrontatie niet aan rond het vrouwbeeld dat de onderzoekers aantroffen bij moslimmannen. Er wordt met meel in de mond over gesproken. Niemand durft het beestje bij de naam te noemen.

Op X mengt Bert Brussen zich in de discussie: ‘Dit is hoe we worden gemanipuleerd door de media. Dit is hoe door de journalistiek wordt gewerkt met een agenda om het debat te beïnvloeden. Een schoolvoorbeeld van propaganda.’

Het kan toch dat het aantal buitenlandse ondervraagden te klein was om er vergaande conclusies aan te verbinden?
‘Ik geloof dat niet. Dan nóg moet je die cijfers vermelden. Het is niet de taak van journalisten om feiten achter te houden. Het is ook niet hun verantwoordelijkheid hoe mensen daarmee vervolgens omgaan. Die rol is niet aan mij besteed. Aan dit voorval bij de VRT zie je wat er gebeurt als je je wel op dat pad begeeft. Dan ga je het debat sturen door feiten weg te masseren. Van de Volkskrant en RTL Nieuws begrijp ik dat die een koers zoeken die goed ligt in een brede markt. Maar van bijvoorbeeld de NOS en de rest van de NPO begrijp ik dat niet. Als je ziet hoe het NOS Journaal feiten verzwijgt om de Nakba-herdenking te kunnen pluggen, dan is dat niet oké. Je bent van het publiek en dat betekent dus van álle publiek.’

Het Commissariaat voor de Media vindt dat er sancties moeten komen voor journalisten die zich niet houden aan de journalistieke code van de publieke omroep. Hoe kijk je daarnaar?
‘Dat is niet serieus te nemen. Journalisten moeten volledig vrij kunnen zijn. Het is een grotesk en absurd idee dat uitgerekend het Commissariaat voor de Media degene zou moeten zijn die sancties uitdeelt. De voorzitter is nota bene lid* van Bijeen en Progressief Nederland. Dat is een extreemlinkse mevrouw; wat denk je dat er gebeurt als deze mensen sancties mogen uitdelen? Journalisten moeten buiten gebaande banen kunnen gaan en soms regels overtreden. Wat journalistieke ethiek is, moeten journalisten zelf uitmaken en anders wel hun lezers, luisteraars en kijkers.’
(*Volgens het CvdM heeft ze haar lidmaatschap van die partijen opgezegd./TV)

Aan welke journalistieke regels houd jij je?
‘Ik doe altijd mijn best feiten te onderbouwen of wederhoor toe te passen. Van de Code van Bordeaux ben ik niet per se een groot fan. Je moet niet alles in regels willen gieten.’

Welk advies heb je voor jonge mensen die in jouw voetspoor willen treden?
‘Gewoon doen! Veel mensen gaan meestal meteen normatief schrijven omdat ze denken dat het zo hoort. Negentig procent trapt in die val. Dat moet juist niet, tenzij je dat echt vindt. Je moet schrijven wat je wil zeggen. Dankzij social media kan iedereen een eigen mediamerk worden, dus wat let je om dat te doen?’

TON VERLIND

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*