
Ik sprak Vint Cerf over kunstmatige intelligentie. Ik hoorde van hem geen techno-optimisme en ook geen doemscenario. Wat hij ziet, is iets fundamentelers: een nieuwe vorm van infrastructuur die zich aandient zonder dat we haar volledig begrijpen. Dat maakt AI minder een technologische revolutie dan een bestuurlijk probleem in wording.
Cerf, mede-architect van het internet, herkent patronen. De grote taalmodellen (LLMs) doen hem denken aan de routers van weleer: basale bouwstenen die een explosie aan toepassingen mogelijk maken. Maar waar het internet informatie transporteerde, genereert AI diezelfde informatie zelf. Dat verschil is minder technisch dan existentieel. Het internet kon onwaarheden verspreiden; AI kan ze produceren, vloeiend en overtuigend. Die overtuigingskracht is precies waar het wringt. Cerf beschrijft hoe een AI-systeem hem een detail voorschotelde over een sciencefictionreeks die hij door en door kent. De AI noemde een nieuwe planeet uit de serie. Echter dat bleek een detail dat simpelweg niet bestond. Pas na doorvragen gaf het systeem dat toe. Het incident is klein, maar de implicatie groot: de grens tussen plausibel en waar vervaagt, en gebruikers hebben weinig prikkel om die grens actief te controleren.
Daarmee raakt hij een tweede, minder zichtbaar risico: het uitbesteden van denkvermogen. Waar eerdere technologieën fysieke arbeid vervingen, raakt AI aan cognitieve vaardigheden. Wie niet meer rekent, verliest het vermogen om te schatten. Wie niet meer controleert, verliest het vermogen om te twijfelen. De verschuiving gaat sneller dan het besef ervan.
Toch ligt Cerfs grootste zorg niet bij individuele fouten, maar bij systemen. Zodra AI-agenten zelfstandig handelen zoals transacties uitvoeren, beslissingen nemen, interacties aangaan, ontstaat een vraag die het internettijdperk slechts gedeeltelijk hoefde te beantwoorden: wie is verantwoordelijk? En belangrijker: hoe bewijs je dat? Zijn antwoord is opvallend klassiek. Niet meer regels, maar betere architectuur. Een AI-ecosysteem moet, net als het vroege internet, worden ontworpen rond duidelijke principes. Centraal daarin staat verantwoordingsplicht. Elk systeem dat handelt in de echte wereld moet herleidbaar zijn: wie heeft wat gedaan, wanneer, en waarom. Dat vereist auditsporen die betrouwbaar, controleerbaar en juridisch houdbaar zijn.
Maar juist daar wordt het ingewikkeld. AI is, anders als het internet, niet-deterministisch. Het gedrag van systemen is niet volledig voorspelbaar en vaak ook niet achteraf te reconstrueren. Dat betekent dat verantwoording niet achteraf kan worden toegevoegd, maar vanaf het begin moet worden ingebouwd. Zelfs dan blijft er onzekerheid. De cryptografische fundamenten waarop zulke systemen rusten, kunnen op termijn worden ondermijnd door nieuwe technologieën, zoals kwantumcomputers. De infrastructuur waar we op bouwen, is zelf niet stabiel. Daar komt een ongemakkelijke realiteit bij. De schaal waarop AI wordt uitgerold, met investeringen die in de honderden miljarden lopen, creëert niet alleen kansen, maar ook kwetsbaarheid. Grote systemen falen niet klein. Een fout in een breed uitgerolde AI-dienst is geen incident, maar een systeemrisico.
En toch is Cerf geen pessimist. Hij ziet AI als een krachtige aanjager van menselijk vermogen. De vraag is niet of die potentie er is, maar hoe we ermee omgaan. Of AI ons versterkt of vervangt, is volgens hem geen onafwendbaar gevolg, maar een keuze. Die keuze speelt zich niet af in laboratoria, maar in bestuurskamers. Want wie AI nog ziet als een technologie, mist waar het werkelijk om draait. Het is infrastructuur geworden. En infrastructuur,dat weet Cerf als geen ander, valt pas op wanneer het faalt.
Lees het volledige interview https://www.linkedin.com/pulse/infrastructure-again-vint-cerf-ai-non-determinism-what-van-nispen-chwhe
