Hoe werkte de radio als informatiebron in WOII? Nieuw boek onthult strijd achter de ether

Op 26 maart verschijnt Oorlog op de radio van Jan Libbenga, een boek dat de turbulente radiogeschiedenis tijdens en rond de Tweede Wereldoorlog reconstrueert. Aan de hand van deels nieuw vrijgegeven bronnen schetst Libbenga een indringend beeld van de rol die radio speelde als informatiebron én propagandamiddel in oorlogstijd.

Ruim tachtig jaar geleden stopte Radio Herrijzend Nederland met uitzenden. Deze zender ging op 3 oktober 1944 van start, kort na de bevrijding van Eindhoven, met behulp van een in het geheim door Philips gebouwde zender. Vanuit het Philips Ontspanningsgebouw klonk de boodschap: “Hier Herrijzend Nederland, de zender op vrije vaderlandse grond.” Door een tekort aan radio’s en elektriciteit luisterden echter maar weinig Nederlanders daadwerkelijk mee.

De zender, voortgekomen uit Radio Oranje, moest uitgroeien tot ‘de stem van de hoop’ voor het nog bezette deel van Nederland. Voor de reeds bevrijde gebieden werd Herrijzend Nederland al snel een belangrijke nieuwsbron, met verslaggeving over onder meer de bevrijding van steden als Den Bosch en Tilburg en de strijd in Zeeland.

Tegelijkertijd probeerden de traditionele omroepen in Hilversum zich staande te houden onder Duitse bezetting. Aanvankelijk werd nog gezocht naar samenwerking om te voorkomen dat de radio volledig in handen van de NSB zou vallen. Uiteindelijk werden de bestaande omroepen echter buitenspel gezet: bestuurders werden ontslagen en studio’s in beslag genomen.

Vanaf dat moment ontstond een felle strijd in de ether tussen Radio Oranje vanuit Londen en de door de Duitsers gecontroleerde Rijksomroep. Die strijd ging gepaard met propaganda, geheime zenders en zelfs nepnieuws – verschijnselen die volgens Libbenga opvallende parallellen vertonen met hedendaagse media.

In 1943 namen de Duitsers zelfs Hilversumse zenders in beslag voor Europese propaganda en werd het bezit van radio’s verboden om luisteren naar Radio Oranje tegen te gaan. Zelfs in de laatste oorlogsmaanden bleven de Duitsers vanuit Nederland propaganda uitzenden richting de geallieerden.

Na de oorlog ontstond een nieuwe strijd: die om het omroepbestel. De regering-Schermerhorn zag in Herrijzend Nederland een ideale nationale omroep en beschouwde de oude omroepen deels als collaborateurs. Dit leidde in 1946 tot een moeizaam compromis met de oprichting van de Stichting Radio Nederland in de Overgangstijd, waarin oude en nieuwe partijen samenwerkten.

Al snel herwonnen de traditionele omroepen hun positie en werden de fundamenten gelegd voor het huidige Nederlandse omroepbestel. Ook de Wereldomroep en de eerste regionale omroepen vonden in deze periode hun oorsprong.

Met Oorlog op de radio biedt Jan Libbenga voor het eerst een compleet overzicht van deze cruciale periode, met speciale aandacht voor de strijd tussen Radio Oranje, de Rijksradio en Herrijzend Nederland. Het boek telt 288 pagina’s, verschijnt bij Uitgeverij De Kring en is verkrijgbaar voor €24,99.