Blog Guido van Nispen: Meer nieuws dan ooit én toch weten we minder

Wie vandaag voor het Rijksmuseum staat, ziet een imposant gebouw, een constante stroom toeristen en — minstens zo kenmerkend — een onafgebroken lint fietsers dat onder het museum door raast. Minder bekend is dat het museum in 2008 een creatieve oplossing probeerde voor het verkeersprobleem dat daar al jaren speelde. Omdat pogingen om de doorgang fietsvrij te maken telkens strandden, werd op de stoep een ‘selfie zone’ geschilderd. Daar konden toeristen veilig hun foto maken zonder het fietspad te blokkeren.

Het idee was sympathiek. In de praktijk verdween de selfiezone al snel weer. Het gemarkeerde vlakje bleek uiteindelijk vooral een symbolisch gebaar naast een drukke verkeersader.

Het beeld komt onwillekeurig naar boven bij het lezen van het recente bericht dat de Raad voor Cultuur een adviestraject start over journalistieke vrijheid

De raad maakt zich zorgen over de onafhankelijkheid en veiligheid van de journalistiek in een tijd van snelle technologische en geopolitieke veranderingen. Big tech, platformisering en kunstmatige intelligentie veranderen de manier waarop nieuws wordt gemaakt, verspreid en geconsumeerd. Tegelijk staat het verdienmodel van journalistiek onder druk en raakt het democratisch middenveld steeds kwetsbaarder.

Om hierover advies uit te brengen is een tijdelijke commissie ingesteld met grote namen uit de journalistiek en acedemia: Lem van Eupen (voorzitter), Daniëlle Arets, José van Dijck, Peter Vandermeersch en Tim Sweijs. De commissie gaat de komende maanden gesprekken voeren met experts op het gebied van journalistiek, digitalisering, veiligheid en technologie. Het uiteindelijke advies wordt later dit jaar aan het ministerie aangeboden. 

Het initiatief is zonder twijfel goedbedoeld. Maar de vraag is of het niet het risico loopt om — net als die oude selfiezone — een kleine markering naast een snelweg te worden.

Want de problemen van de hedendaagse journalistiek zijn fundamenteel veranderd. Waar vroeger het probleem was dat informatie schaars was, is vandaag het tegenovergestelde het geval. Nieuws is overal. In enorme hoeveelheden. De uitdaging is niet langer toegang tot informatie, maar oriëntatie.

Het Reuters Institute beschreef dat onlangs scherp in zijn Digital News Report. De zorgen over het onderscheid tussen waar en onwaar nieuws blijven hoog, zelfs in West-Europa. Tegelijk zegt inmiddels ongeveer 40 procent van het publiek dat zij nieuws soms of vaak vermijden omdat het overweldigend, somber of uitputtend voelt. Het is het hoogste niveau ooit gemeten. Daar komt nog iets bij: slechts ongeveer 18 procent van de mensen in welvarende landen betaalt inmiddels voor online nieuws. Het klassieke antwoord van veel media — meer artikelen achter een betaalmuur — lijkt daarmee zijn structurele grens te hebben bereikt.

De journalistieke crisis is daarmee niet alleen een economische of politieke kwestie, maar ook een cognitieve. Het oude nieuwsprobleem was simpel: er was te weinig informatie. Het nieuwe probleem is complexer: er is te veel informatie en te weinig overzicht.

Waar vroeger één krant of omroep een venster op de wereld bood, staan lezers nu voor een woud van bronnen, perspectieven en meningen. In plaats van schaarste is er overvloed. In plaats van één vertrouwde redactie is er een landschap van concurrerende narratieven. En in plaats van duidelijkheid ontstaat vaak verlamming. Dat is de context waarin elke discussie over journalistieke vrijheid moet plaatsvinden.

Want bescherming van journalisten is essentieel. Net als het bewaken van onafhankelijkheid en pluralisme. Maar als het adviestraject zich uitsluitend daarop richt, mist het misschien de kern van de huidige uitdaging: hoe organiseer je oriëntatie in een tijdperk van informatie-overvloed?

De journalistiek staat vandaag niet alleen onder politieke druk, maar ook onder druk van haar eigen succes. Er is meer informatie beschikbaar dan ooit. Maar juist daardoor groeit de behoefte aan duiding, vergelijking en context. Misschien is dat wel de echte vraag waar deze commissie zich voor gesteld ziet: niet alleen hoe we journalistieke vrijheid beschermen, maar ook hoe we het nieuws opnieuw begrijpelijk maken.

Want een commissie voor de nieuws-snelweg kan nuttig zijn. Maar alleen als ze meer doet dan een selfieplek markeren. Ik ben oprecht benieuwd waar ze mee komen en wens hen alle succes.