Blog Bas Hakker: ‘Jutta Leerdam en de nieuwe macht van bereik’

Terwijl ik richting de zuivelafdeling van de Hoogvliet wandelde, hoor ik op Radio 1 Erben Wennemars praten over het interview van Jutta Leerdam met Bert Maalderink. Er was wat gedoe ontstaan omdat Jutta in de aanloop naar haar wedstrijden even geen zin had in interviews. Met duidelijke tegenzin vertelde ze Bert dat ze simpelweg weinig te melden had. En als ze wél iets te zeggen had, zo gaf ze aan, dan deed ze dat via haar eigen sociale media. Daar bereikt ze immers vele malen meer mensen.

Erben deed vervolgens alsof hij daar een vernieuwende, bijna moedige mening over had. Dat was natuurlijk niet zo. Zoals altijd koos hij weer de kant van de sporter en vond hij dat ‘wij van de media’ – hij zit zelf immers gewoon bij de NOS – daar maar wat meer begrip voor moesten opbrengen. Sporters zitten volgens hem immers midden in de voorbereiding op de grootste wedstrijden van hun leven. Dan wil je niet steeds dezelfde vragen beantwoorden.

Normaal gesproken heb ik de neiging om het oneens te zijn met Wennemars. Toch moest ik dit keer toegeven dat hij een punt had. Olympische sporters hebben namelijk nauwelijks verplichtingen richting de media. Er bestaan geen harde afspraken tussen bonden en pers over het geven van interviews. De enige echte verplichting is dat sporters na afloop van hun wedstrijd door de mixed zone moeten lopen, opgelegd door het IOC.

Historisch gezien wordt dat gebrek aan afspraken in balans gehouden door wederzijds belang. In de tijd van Rintje, Sven en Ireen was het volstrekt logisch om na de race even voor de NOS-microfoon te verschijnen. Zo kwam de sponsor op die merkwaardige hoofdband netjes in beeld (niet tijdens De Spelen) en dat zorgde ervoor dat sporters betaald werden. Essent of Unox dacht immers: wij maken geld over naar die ploeg omdat we in beeld komen. Media-aandacht was simpelweg onderdeel van het verdienmodel voor sporters.

Maar dat model is snel aan het verdwijnen en Jutta Leerdam is daar een duidelijke voorloper in. Zij verdient geen euro aan de video’s van Bert Maalderink, maar haar inkomsten komen uit het publiek dat ze zelf heeft opgebouwd via haar sociale kanalen. Sponsors betalen haar omdat zij directe toegang heeft tot een specifieke (en grote) doelgroep: de studerende Noah van 19 uit Lemmer-Oost, de net-werkende Mats uit Amsterdam-West en zelfs de dertigjarige Dylan uit New York. Allemaal mensen die je via de NOS nauwelijks bereikt, omdat er nu eenmaal vooral zestigplussers kijken.

De enige inhoudelijke reden dat Jutta nog met Bert praat, is om te voorkomen dat het een rel wordt. Ze heeft er geen belang bij dat de boomer-media wekenlang blijven zeuren over haar afwezigheid. En dat was uiteindelijk precies het punt dat Erben maakte. Hij zei: wij van de pers moeten niet zo huilie-huilie doen, maar gewoon zelf op zoek gaan naar goede verhalen. Niet leunen op vanzelfsprekende toegang, maar creatiever worden. En hoe vervelend ik het ook vond om toe te geven: daarin heeft hij gewoon gelijk.

Bas Hakker is PR-specialist, mediajournalist en analist/trainer. Hij werkt als freelance journalist onder meer voor Spreekbuis.nl. Daarnaast maakt hij de podcast en het blog FC Mediacircus over sport, media en marketing.

2 Comments

  1. De gemiddelde NPO 1-kijker is zestigplus. Dat publiek bereik je niet via TikTok of Instagram; daar zitten zij immwea nauwelijks, dus wellicht een gemiste kans (al zal het haar wellicht een worst zijn).

    Maar de Olympische Spelen in de kern een sportevenement, geen tv-format. Sporters worden afgerekend op prestaties, niet op kijkcijfers of mediapresentaties. Jutta’s carrière is bovendien niet gebouwd op NOS-exposure. Ze heeft dus geen plicht om verantwoording af te leggen over het wel of niet geven van interviews.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*