
Waarom een visie op communitybuilding nú nodig is, inclusief pakkende, toegankelijke voorbeelden.
Soms valt pas achteraf op hoe lang je al met een thema bezig bent. In mijn geval is dat community. Wat begon met foto’s van uitgaanspubliek op een zelfgebouwde website eind jaren ’90, loopt als een rode draad door alles wat ik sindsdien in media heb gedaan: van Kassa en Radar tot mijn werk bij de EO en de vragen waar publieke omroepen nu voor staan.
In deze blog neem ik je mee in waarom communitybuilding voor mij geen hype is, maar een strategische noodzaak. Het zal niet de laatste keer dit jaar zijn, dat dit thema besproken gaat worden. Juist nu het medialandschap versnipperd raakt, AI de toegangspoort tot informatie verandert en publieke media moeten zoeken naar nieuwe vormen van verbinding. Veel leesplezier.
Van uitgaansfoto’s tot publieke omroep: waarom community voor mij (onbedoeld) de toekomst was

Toen ik twaalf was, begon ik eigenlijk al met communitybuilding. Niet omdat ik toen al wist wat het woord betekende. Het begon onbedoeld, klein en belangrijk: organisch.
Het is 1997. We kregen internet, één of twee maanden nadat ons 56k modem voor 1000 gulden aan telefoonrekening had gezorgd kregen we kabelinteret. 24/7 ongelimeerd het web op! Ik maakte mijn eerste website via Homestead.com, een simpele pagina over mezelf, niemand anders in mijn klas had zijn eigen website. Maar een paar jaar later, toen ik veertien of vijftien was, gebeurde er iets dat achteraf gezien veel belangrijker was.
Ik kocht samen met mijn broer een digitale camera. Volgens mij kostte die 500 gulden, we legden allebei 250 in. Hard gespaard. Er zat nauwelijks een schermpje op. Maar hij werkte. En voor die tijd: revolutionair.
En toen gingen we met vrienden samenkomen op een zolder, zoals dat gaat in je tienerjaren. Ik maakte foto’s. En telkens vroegen mensen:
“Waar kan ik die foto’s zien?”
Dus ik zette ze online. Eerst tien fotootjes. Toen twintig. Toen honderd.
En toen we vanaf ons zestiende jaar uitgingen, de hoogtijdagen van de discotheek, liep het ‘uit de hand’. Iedereen wilde op de foto. En nog belangrijker: iedereen wilde die foto’s zien. Discotheken wilden dat we langskwamen: gratis promotie. Fotografen wilden een plek om te publiceren. Mensen wilden elkaar terugvinden. Reageren op foto’s. Facebook bestond nog niet, Hyves was nog in ontwikkeling.
En zo ontstond er iets wat ik toen niet kon benoemen, maar wat ik nu meteen herken:
een community.
Niet gebouwd vanuit marketing.
Niet vanuit een strategie.
Maar vanuit een behoefte om samen te komen rond iets gedeelds.
Community was nooit een trucje
Jaren later kwam ik terecht bij mijn eerste stage in de media: bij Kassa, toen nog onderdeel van VARA. En als je terugkijkt, liep Kassa toen al ver vooruit in communitydenken. Het publiek leverde cases aan, tips, ervaringen. Journalistiek was niet alleen zenden, maar ook ontvangen.
Na vijf jaar, waarin ik voor meerdere titels van de VARA had gewerkt, ging ik naar de TROS, naar Radar. Een nog grotere consumentencommunity, met een groot panel, met melders, met betrokkenheid die veel verder ging dan alleen “kijken”.
En eigenlijk zie je daar een patroon:
- Kassa werkt omdat mensen samenkomen rond onrecht en handelingsperspectief
- Radar werkt omdat er vertrouwen is en een gedeeld gevoel van rechtvaardigheid
- EO Metterdaad werkt omdat betrokkenheid moreel wordt
- Bij Wie is de Mol kijk je actiever of bewuster omdat je met je vrienden speelt in de app
- Top 2000 werkt omdat het collectief geheugen is
De publieke omroep hééft ongelooflijk veel sociaal kapitaal.
Maar we organiseren het zelden echt als community.
En nu, jaren later…
Nu werk ik als senior projectleider journalistiek en product owner AI en innovatie bij de EO. En met goedkeuring van mijn werkgever ben ik daarnaast ook freelancer. Daar ben ik open en transparant over.
Waarom?
Omdat ik geloof dat we als mediaorganisaties niet allemaal afzonderlijk het wiel hoeven uit te vinden.
De druk is hoog. De digitale transitie gaat snel. AI verandert workflows. Publiek versnipperd. Jongere generaties leven platform-first.
En toch is er één vraag die overal terugkomt:
Hoe bouwen we een relatie met het publiek die dieper gaat dan bereik?
Daar help ik graag bij, ook buiten mijn werk bij de EO, als ik nog wat uurtjes in de week kan vinden. Het is druk, maar ik vind het waardevol om andere organisaties vooruit te helpen.
Zeker op het gebied van:
- journalistieke innovatie
- AI-toepassing
- en vooral: communitydenken
Waarom een visie op communitybuilding nú nodig is
Afgelopen week presenteerde ik een visiedocument aan bestuur en hoofdredactie van Omroep WNL.
WNL staat voor een liberaal-conservatieve stroming in Nederland, met nadruk op vrijheid, verantwoordelijkheid, ondernemerschap, veiligheid en identiteit. Die positie is belangrijk binnen de pluriformiteit van het publieke bestel.
Maar ook WNL voelt de druk:
- digitalisering
- versnippering van publiek
- ledenuitstroom en vergrijzing
- bezuinigingen en herziening van het bestel
En precies daar zit de kern:
Het is niet meer genoeg om alleen “het geluid” te zijn.
Je moet ook zichtbaar maken wie zich daarin herkent én hoe die groep zich verbindt.
Van zender naar verbinder (NPO-beweging)
Binnen het gezamenlijke NPO-kader is de beweging helder:
van content zenden → naar betekenisvolle ontmoetingen faciliteren
De definitie die daarbij hoort is krachtig:
“Een community is een groep mensen die bewust samenkomt rondom een gedeelde focus of behoefte, verbonden door gezamenlijke waarden.”
En dat betekent ook:
- communities zijn méér dan een kanaal
- geen promo-vehikel
- geen eenmalige campagne
- maar duurzaam, multidisciplinair en relationeel
Wat is voor mij een community?
In het visiedocument heb ik een werkdefinitie gemaakt:
Een community is een herkenbare groep mensen die zich thuis voelt bij de waarden en verhalen van WNL, samenkomt rond een gedeeld thema of behoefte, en waar WNL zichtbaar aanwezig is met journalistiek en begeleiding, terwijl leden elkaar ook onderling ontmoeten.
Dat gaat dus om:
- bewust meedoen
- gedeelde behoefte
- gedeelde waarden
En ook heel belangrijk:
Community is niet een fanclub.
Niet een social account.
Niet iets tijdelijks.
Het is een lange adem.
Waarom communities strategisch noodzakelijk zijn
Voor ieder mediabedrijf, als je het mij vraagt, zijn communities een volgende stap omdat ze:
- een stroming zichtbaar en georganiseerd maken
- de beweging maken van bereik naar relatie
- loyaliteit en betrokkenheid verdiepen
- aansluiten bij (publieke) ambities rond verbinding en gemeenschapszin
- en journalistieke innovatie voeden
Zonder communities blijft een omroep een verzameling programma’s.
Mét communities wordt het ook een plek waar mensen elkaar vinden.
De publieke omroep heeft de bouwstenen al
Als je kijkt naar bestaande voorbeelden:
- Kassa en Radar: participatieve journalistiek
- Zembla en Pointer: vertrouwen en tipgevers
- NOS Stories: jongeren en interactie
- De Ongelooflijke: het bespreken van relevantie van het geloof in een steeds ongeloviger Nederland, en dat met elkaar willen begrijpen
- De Spindoctors: mensen die de achterkant van de politiek willen begrijpen
- Joop: links georiënteerde journalistiek op één platform en de community die daarop reageert
- BOOS: misstanden bij en problemen van kijkers oplossen
Dan zie je:
de publieke omroep hééft communities…
maar zelden als product ontworpen.
Daar ligt een enorme kans.
Tot slot: niet harder zenden, maar beter verbinden
Communitybuilding is voor mij geen trend. Het is de logische volgende stap in journalistiek.
Ik begon ermee zonder het woord te kennen, met foto’s op een zolder.
En nu zie ik het als één van de belangrijkste strategische antwoorden op een gefragmenteerde samenleving:
niet harder zenden, maar beter verbinden.
En als ik naast mijn werk bij de EO andere organisaties kan helpen, dan doe ik dat graag. De kennis die ik bij verschillende organisaties opdoe, komt overal van pas.
Want journalistiek is niet alleen vertellen wat er gebeurt. Het is ook bouwen aan plekken waar mensen zich herkennen, gehoord voelen, en mee kunnen doen.
Ook vormen van community
De Boerenkoolclub van NH Radio laat mooi zien hoe community-building soms heel spontaan kan ontstaan. Presentator Pieter Kok begon ermee omdat hij thuis niemand kon vinden die zijn liefde voor boerenkool deelde en dat simpele, persoonlijke verhaal werd het startpunt van iets groters. Wat begon als een kleine uitnodiging voor zo’n vijftig luisteraars op een boerderij in Castricum groeide in een paar jaar uit tot een traditie met honderden aanmeldingen. De kracht zit niet in een ingewikkeld concept, maar in een herkenbaar ritueel: samen eten, samen luisteren, samen onderdeel zijn van iets. In 2026 verhuisde het evenement zelfs naar het Museumplein in Amsterdam, met een live-uitzending en publiek erbij. Zo zie je hoe een community klein kan beginnen, maar door herhaling en authenticiteit steeds steviger wordt. Het resultaat is meer dan een leuk event: het creëert loyaliteit, verbondenheid en een merk dat voelt als een club. Soms is community niet iets wat je bedenkt, maar iets wat je laat groeien.

ZAKENDOEN, een initiatief van o.a. mijn werkgever EO, is een mooi voorbeeld van hoe community-building soms heel klein begint: met een kerngroep en een gedeeld verlangen om ondernemers en leiders samen te brengen. Het initiatief draaide niet om organisaties of prestaties, maar om ontmoeting, inspiratie en de vraag hoe geloof en leiderschap een plek krijgen in het dagelijks werk. Er werd bewust gezocht naar een vorm waarin mensen met verschillende achtergronden zich thuis konden voelen. Het resultaat was een eerste editie vol waardevolle verhalen en betekenisvolle gesprekken, waarin verbinding centraal stond. ZAKENDOEN laat zien dat een community niet per se start met een groot plan, maar met het creëren van een plek waar mensen elkaar herkennen en ontmoeten.
In zijn wekelijkse nieuwsbrief schrijft Jacob de Vries — senior projectleider journalistiek, AI & Innovatie bij de EO, en daarnaast freelance strateeg — over de digitale transformatie van media, AI in de journalistiek, communitybuilding en de toekomst van het publieke bestel. Het hoofdthema van de nieuwsbrief is voortaan ook wekelijks te lezen op Spreekbuis.nl, terwijl de volledige editie met extra analyses, tips en observaties via zijn nieuwsbrief verschijnt. Abonneren kan gratis, zodat je elke week het complete overzicht direct in je inbox ontvangt.
