
Er zijn benoemingen die zich aankondigen met een beleidsnota. En er zijn benoemingen die zich eerst laten lezen als een reeks kleine signalen. De eerste publieke indruk van Jet de Ranitz, sinds kort voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep, behoort tot die laatste categorie.
Wie haar LinkedIn-profiel leest, treft geen grote verklaringen aan over de toekomst van de publieke omroep, maar een zorgvuldig opgebouwd zelfbeeld als internationaal media executive. “Passionate about good storytelling, trustworthyjournalism and media creativity”, schrijft zij. Dat zijn woorden die in Hilversum nooit verkeerd vallen. De toevoeging “securingpublic values” en haar fascinatie voor de “transformationalpower of IT” plaatsen technologie nadrukkelijk in dienst van publieke waarden, niet als doel op zich.
De Ranitz positioneert zich duidelijk als verbinder met zelfs een brug als achtergrond bij haar LinkedIn profiel – niet te missen boodschap. “Successful in matching organizational goals with political and societal goals”, staat erbij in de tekst. Dat is een klassieke bestuurderszin, maar in de context van de NPO ook een belofte. Juist op dat snijvlak — tussen autonomie en verantwoording, tussen redactie en beleid — schuurt het al jaren.
De toon van haar recente berichten is warm en persoonlijk. Bij het 45-jarig bestaan van het NOS Jeugdjournaal schrijft ze: “Ik ben oud genoeg om me de start te herinneren. Ik heb ervan genoten als kind, als moeder met mijn kinderen en ik zag heel wat toepassingen in het onderwijs.” Het is een boodschap die generaties verbindt en haar eigen biografie subtiel vervlecht met die van de publieke omroep.
Ook haar posts over NPO 3FM en #SeriousRequest ademen nabijheid. “Wat een saamhorigheid, wat een warmte,” noteert ze, met zichtbare trots op de opbrengst en met expliciete dank aan makers en presentatoren. Ze staat, letterlijk en figuurlijk, tussen de mensen “voor en achter de schermen”. Het past bij een bestuurder die aanwezigheid en erkenning belangrijk vindt.
Maar juist in die vanzelfsprekende positiviteit valt ook iets op door afwezigheid. In haar publieke uitingen gaat het vooral over haar en haar organisatie: de teams, de makers, de evenementen, de interne dynamiek. Dat is begrijpelijk in een eerste fase. Tegelijk ontbreken twee cruciale spelers vrijwel volledig: het publiek en de belastingbetaler die het geheel mogelijk maken.
De kijker en luisteraar verschijnen impliciet — als kind, als ouder, als deelnemer aan een actie — maar niet expliciet als burger, als mede-eigenaar van het publieke bestel. En de belastingbetaler, in wiens naam politieke en maatschappelijke doelen moeten worden verenigd, blijft ongenoemd. Dat is meer dan een detail. In een tijd waarin het draagvlak voor publieke media onder druk staat, is het benoemen van die relatie geen formaliteit, maar een kernvraag.
Wat eveneens nog ontbreekt, is een expliciete reflectie op de spanningen waarin de NPO opereert: krimpende budgetten, discussies over bestuurscultuur, toezicht en vertrouwen in journalistiek. Haar profiel spreekt over een “future ready position with vision and purpose”, maar die visie blijft vooralsnog abstract. Welke publieke waarden vragen vandaag bescherming? En waar moet de NPO keuzes durven maken, ook als die pijn doen?
De eerste indruk van Jet de Ranitz is die van een ervaren, empathische bestuurder met gevoel voor geschiedenis en gemeenschap die zich internationaal wil profileren. Dat is een solide begin. Maar de publieke omroep is meer dan een organisatie en meer dan haar makers alleen. Zij bestaat bij de gratie van het publiek en de belastingbetaler. De vraag is of en hoe die twee binnenkort ook een expliciete plaats krijgen in haar verhaal. In Hilversum is dat geen bijzaak, maar bestaansrecht.

Geef als eerste een reactie