
Internetproviders kunnen in veel gevallen prima inschatten of iemand gebruikmaakt van illegale IPTV-diensten. Niet omdat ze letterlijk meekijken met wat iemand streamt, maar omdat het dataverkeer van IPTV een heel herkenbaar profiel heeft. Voor providers zit het verschil niet in de techniek, maar in de manier waarop het verkeer zich gedraagt.
Internetproviders analyseren voortdurend het type dataverkeer op hun netwerk. Ze kijken daarbij niet naar de inhoud — dus niet welke zender of film je bekijkt — maar naar patronen. Deze techniek staat bekend als Deep Packet Inspection.
IPTV heeft daarin een duidelijk herkenbaar profiel:
- Een continu hoge bitrate, vaak uren achter elkaar
- Gebruik van specifieke protocollen zoals UDP en multicast
- Datastromen die via vaste IP-adressen verlopen
Vooral bij illegale IPTV-diensten is dat profiel vaak minder verfijnd dan bij grote streamingplatforms. Waar Netflix, Disney+ en Videoland zwaar inzetten op datacompressie, streamen illegale aanbieders regelmatig in hoge kwaliteit zonder optimalisatie. Dat zorgt voor opvallend hoog dataverbruik, ook op momenten waarop dat eigenlijk niet logisch is. Naast datapatronen houden providers ook bij met welke IP-adressen klanten verbinding maken. Als een illegale IPTV-dienst in beeld komt bij organisaties als Stichting Brein, kunnen die adressen worden doorgegeven. Providers blokkeren vervolgens het verkeer naar die servers.
Zo wordt niet alleen de aanbieder geraakt, maar raakt ook de gebruiker ineens zijn ‘abonnement’ kwijt — vaak zonder enige vorm van klantenservice of restitutie. Illegale IPTV-aanbieders doen er ondertussen alles aan om herkenning te voorkomen. Veel diensten werken met ingebouwde VPN-constructies, wisselende servers en versleutelde verbindingen. Dat maakt het voor providers lastiger om patronen te duiden, maar onmogelijk is het niet. Het blijft daarmee een klassiek kat-en-muisspel tussen aanbieders, opsporingsinstanties en netwerken.
Providers als KPN en Ziggo mogen niet zomaar meekijken met wat klanten precies streamen of welke websites ze bezoeken. De privacywetgeving beschermt gebruikers daartegen. Analyse vindt plaats op technisch niveau, niet op inhoudsniveau. Ook zijn providers terughoudend met het delen van gegevens. In de meeste gevallen is daar een gerechtelijk bevel voor nodig. In Nederland richt Stichting Brein zich op dit moment vooral op de aanbieders van illegale IPTV en niet op de eindgebruikers. Toch wordt wel gewaarschuwd voor de risico’s. Illegale diensten zijn niet alleen in strijd met het auteursrecht, maar brengen ook veiligheidsproblemen met zich mee.
Malware, spyware en datalekken komen in dit circuit aantoonbaar vaker voor, omdat er geen controle is op wat er precies in apps en kastjes wordt ingebouwd. In verschillende Europese landen wordt inmiddels strenger opgetreden tegen gebruikers van illegale IPTV. In Spanje en Italië zijn al duizenden gebruikers aangesproken en in sommige gevallen beboet. Het gaat daar meestal om administratieve sancties, maar het signaal is duidelijk: ook de consument komt steeds vaker in beeld.
Illegale IPTV lijkt misschien onzichtbaar, maar dat is het allang niet meer. Providers kunnen aan datapatronen, IP-adressen en verbruik goed zien wat er speelt. En hoewel individuele Nederlandse IPTV-gebruikers voorlopig niet massaal worden vervolgd, neemt de druk in Europa steeds meer toe.

Als de legale streamingdiensten steeds duurder worden dan is dat koren op de molen voor illegale diensten.