
Het verdwijnen van het Nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble van de buis is meer dan een programmabesluit. In een opiniestuk op Joop.nl (BNNVARA) beschrijft historicus Han van der Horst het als een symptoom van een dieper probleem: een publieke omroep die onder politieke druk en structurele bezuinigingen steeds verder afdrijft van haar culturele opdracht. Wat ooit een vast en feestelijk begin van het jaar was, is wegbezuinigd. En daarmee verdwijnt opnieuw een stukje van de publieke cultuur.
Van der Horst schetst hoe de Nederlandse publieke omroep al jaren in de wind staat. Vanuit Den Haag klinkt volgens hem steeds luider de kritiek dat pluriformiteit “links” zou zijn, dat verenigingsomroepen niet meer van deze tijd zouden zijn en dat cultuur en amusement beter aan de markt kunnen worden overgelaten. Het resultaat is een cocktail van fusiedwang, groeiende macht van zendercoördinatoren en botte financiële ingrepen.
Tegen die achtergrond, zo stelt Van der Horst, gedraagt de NPO zich te volgzaam. In de hoop politieke rust te kopen, wordt meebewogen, geslikt en gesust. Maar wie denkt zo zijn bestaansrecht veilig te stellen, vergist zich. De druk zal niet afnemen. Het uiteindelijke doel lijkt niet hervorming, maar verschraling: een publieke omroep die nog slechts een irrelevante schim is van wat zij ooit was.
Plan B: Landelijk netwerk van filmhuizen
Daarom introduceert Van der Horst in zijn betoog een radicaal idee: Plan B. Geen poging om de publieke omroep van binnenuit te redden, maar een alternatief bestel daarbuiten. Een nieuw netwerk voor cultuur en kwaliteit, los van politieke willekeur.
De kern van dat plan ligt verrassend dichtbij: het landelijke netwerk van filmhuizen. Ooit ontstaan uit verzet tegen de commerciële eenvormigheid van bioscopen, zijn filmhuizen uitgegroeid tot culturele ontmoetingsplekken waar ruimte is voor experiment, debat en verdieping. Precies de waarden die volgens Van der Horst bij de publieke omroep steeds verder onder druk staan.
Hij ziet in filmhuizen de bouwstenen van een nieuw, gedecentraliseerd publiek domein. Niet één centraal aangestuurd bestel, maar een netwerk van lokale knooppunten waar makers en publiek elkaar ontmoeten. Plekken waar concerten, documentaires, lezingen en vernieuwende programma’s niet alleen vertoond, maar ook geproduceerd en gedeeld worden. Technisch is die omslag eenvoudiger dan ooit. Via livestreams, podcasts en platforms als YouTube kan cultuur direct het land in worden gestuurd, zonder afhankelijk te zijn van omroepstructuren, zendmachtigingen of politieke agenda’s. Het Nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble hoeft niet te verdwijnen omdat de NPO het schrapt. Het kan volgens hem evengoed tegelijk te zien zijn in filmhuizen door het hele land én online bij mensen thuis.
Van der Horst ziet graag dat filmhuizen zich ontwikkelen tot multimediacentra. Niet alleen zalen met stoelen en schermen, maar culturele producenten die zelf podcasts maken, livestreams organiseren en online communities opbouwen. Fysieke ontmoeting en digitale distributie kunnen hierin gecombineerd worden.
Een alternatief voor de “Verkockelmanniseerde” NPO
De term die Van der Horst gebruikt voor de huidige publieke omroep – de “Verkockelmanniseerde NPO” – is veelzeggend. Hij doelt op een bestel dat volgens hem steeds meer draait om veilige middenkoers, voorspelbare formats en talkshowpolitiek, en steeds minder om artistieke durf en culturele vernieuwing. Filmhuizen kunnen volgens hem de knooppunten vormen van een nieuw en gedecentraliseerd publiek bestel dat geen boodschap hoeft te hebben aan ‘hinderlijke politici’.

Hoeveel subsidie krijgen die Filmhuizen?
Niet erg veel denk ik. In ieder geval geen onderwerp van Kamerdebatten.
Dus ook op dat punt zou het een goed voorbeeld voor de Publieke Omroep zijn.