Blog Lawrence Vasseur: ‘Over dopamine-monsters, de macht van Silicon Valley en het jarenlange wegkijken van Den Haag’

Van MSN-buzz tot de tijdlijn van je leven

Laten we eerlijk zijn: voor de meesten van ons begon het digitale leven met die iconische paarsblauwe poppetjes van MSN Messenger. Het internet was toen nog iets waar je naartoe ging. Je kwam uit school, smeet je tas in de hoek en ‘ging online’. Het was een digitale hangplek, intiem en besloten. Je chatte met mensen die je die ochtend nog in de aula had gezien.

Terwijl wij druk waren met emoticons en het versturen van irritante ‘nudges’, legde Google stilletjes de infrastructuur voor het web aan en werd YouTube geboren als een simpele plek voor vage video’s van olifanten in de dierentuin.

Maar rond 2006 veranderden de spelregels. Hyves gaf ons de dansende banaan, maar Facebook gaf ons het openbare dagboek. Plotseling deelden we niet alleen een grapje met een vriend, maar onze vakantiefoto’s, relatiestatus en wat we aten met de hele wereld. In diezelfde tijd tilde Twitter het tempo van informatie naar een bizar niveau. De gezelligheid was weg; de tijdlijn werd een arena.

Wanneer de gezelligheid omsloeg in de ‘beerput’

Waren er toen ook al haatberichten en was er ook nepnieuws? Het antwoord is: ja en nee. In de begindagen van Facebook en Twitter was de sfeer optimistisch. Maar rond 2009-2012 veranderde er iets fundamenteels.

De verslaving: De Like-knop

In 2009 introduceerde Facebook de ‘Like-knop’. Dat lijkt onschuldig, maar het was de geboorte van de dopamine-economie. Ineens werd onze eigenwaarde meetbaar in duimpjes. De introductie van de infinite scroll (het eindeloos naar beneden swipen) zorgde ervoor dat je nooit meer ‘klaar’ was met kijken. De verslaving waar het kabinet zich nu zorgen over maakt, werd hier technisch ingebouwd.

Haat en Polarisatie: De komst van het algoritme

Haatberichten bestonden altijd al op vage internetfora, maar op Twitter en Facebook kregen ze een megafoon. Dat kwam door de overgang van een chronologische tijdlijn naar een algoritmische tijdlijn. Platforms ontdekten dat berichten die boosheid of verontwaardiging opriepen, meer interactie kregen. Meer interactie betekende meer tijd op het platform en dus ook meer advertentie-inkomsten.

Fake News: De perfecte storm

Nepnieuws en desinformatie braken pas echt door naar het grote publiek rond 2016 (denk aan de Amerikaanse verkiezingen en Brexit). De algoritmes waren toen zo ver ontwikkeld dat ze je precies voorschotelden wat je wilde geloven, of wat je juist ontzettend kwaad maakte. De ‘bubbel’ was een feit.

Wat begon als een onschuldige manier om verbonden te blijven, veranderde in een machine die precies weet hoe hij onze aandacht moet gijzelen. Dat het kabinet nu spreekt over het verbieden van ‘verslavende en polariserende algoritmes’ is eigenlijk een reactie op vijftien jaar aan tech-ontwikkelingen die volledig uit de bocht zijn gevlogen of waar geen toezicht op was.

Waarom nu dit verbod? (De ‘Dopamine-oorlog’)

De motivatie van het kabinet is simpel: ze vinden dat de tech-reuzen hun zorgplicht hebben verzaakt. In de stukken wordt gesproken over een ‘ongelijke strijd’. Aan de ene kant heb je een 13-jarige wiens brein nog volop in ontwikkeling is, en aan de andere kant heb je duizenden software ontwikkelaars en miljarden dollars aan algoritmes die er alles aan doen om dat kind online te houden.

Het kabinet kiest voor 15 jaar omdat uit hersenonderzoek blijkt dat jongeren rond die leeftijd pas echt beginnen te begrijpen wat de langetermijngevolgen van hun acties zijn. Ze willen de “verslavende elementen” (zoals de infinite scroll) simpelweg bij kinderen weghalen totdat hun brein wat meer weerstand heeft.

Werkt een verbod? Kijk naar het kratje bier en de peuk

Politici roepen vaak om een verbod omdat het daadkrachtig klinkt, maar we hebben dit experiment al eerder gedaan. Kijk naar NIX18. Is alcohol volledig verdwenen onder de achttien? Zeker niet. Maar de sociale norm is wel verschoven. Het is simpelweg niet meer ‘normaal’ om als veertienjarige met een kratje bier in de kroeg te staan. De drempel is hoger geworden.

Hetzelfde geldt voor roken. Door een combinatie van leeftijdsgrenzen, bizarre prijzen en het verstoppen van de pakjes achter die grijze luikjes in de supermarkt, is de jeugdstopper een feit geworden. Een verbod lost het probleem niet 100% op, maar het zorgt ervoor dat een kind verdomd veel moeite moet doen om de regels te overtreden. En die moeite is vaak de redding.

De schaduwkant: De digitale kelder en de privacy-val

Toch krabben privacy-experts zich achter de oren. Want als je jongeren de toegang tot de ‘nette’ platforms ontzegt, waar gaan ze dan heen? Het risico is dat we ze naar de digitale kelder jagen: vage Discord-servers of plekken op het web waar totaal geen toezicht is. Je leert een kind immers ook niet oversteken door de weg af te sluiten; op een dag moeten ze die weg toch over.

En dan is er de Privacy-paradox. Om die grens van 15 jaar te handhaven, moet TikTok weten wie je bent. Moeten we straks massaal paspoortscans gaan uploaden naar de servers van Mark Zuckerberg of ByteDance? Wat mij betreft is dat een absolute no-go. Zeker met de huidige politieke wind in de VS voelt het ongemakkelijk om onze identiteit in de uitverkoop te zetten bij Big Tech.

De oplossing ligt in Brussel en Den Haag: de EU Digital Identity Wallet. Zie het als een digitale buffer. Jij bewijst aan een Nederlandse instantie wie je bent, en zij geven je een anoniem ‘stempel’ dat zegt: “Deze gebruiker is 15+”. Geen naam, geen BSN, alleen een groen vinkje. Zo houden we de data uit de klauwen van Silicon Valley.Abonneren

Het Belang van Onderwijs

Een verbod is een snelle pleister op een diepe wond. We weten allemaal hoe het werkt: gooi de voordeur dicht en jongeren glippen via de achterdeur (VPN’s, valse geboortedata) weer naar binnen. Als we écht iets willen veranderen, moeten we stoppen met het bouwen van muren en beginnen met het uitdelen van kompassen.

Mijn idee? Een digitaal lespakket dat niet voelt als een stoffig ICT-uurtje, maar als een overlevingstraining voor de moderne wereld.

  • De Kleuters (5-8 jaar): In deze fase gaat het niet over knoppen, maar over mensen. We leren kinderen een simpele vraag te stellen: “Zou je dit ook op het schoolplein tegen je vriendje zeggen?” Het doel? Online gedrag koppelen aan menselijk gevoel, nog voordat ze hun eerste account aanmaken.
  • De Basisschool (9-12 jaar): Dit is het moment om de goocheltruc uit te leggen. Waarom zie jij alleen maar game-video’s terwijl je buurmeisje alleen maar dansjes ziet? Laat ze ontdekken hoe een algoritme werkt, zodat ze begrijpen dat hun tijdlijn geen ‘werkelijkheid’ is, maar een spiegel die voor hen is klaargezet.
  • De Middelbare School: Hier gaan we de diepte in. Geen saaie biologie, maar: wat doet dopamine met je brein? Hoe verdienen miljardenbedrijven geld aan jouw onzekerheid? We moeten ze niet behandelen als slachtoffers, maar ze trainen als actieve, kritische gebruikers die de psychologische spelletjes van Silicon Valley doorzien.

“We moeten stoppen met kinderen te behandelen als passieve slachtoffers van technologie. Digitale veiligheid is geen ICT-probleem, het is een basisvaardigheid voor het leven.” (Vrij vertaald naar de visie van experts zoals Dave Maasland)

Een coalitie van ervaringsdeskundigen

Een lespakket dat alleen door ambtenaren in Den Haag is geschreven, is gedoemd te mislukken. Om écht impact te maken, heb je de mensen nodig die met hun poten in de modder staan:

  1. De Developers: Die precies uitleggen hoe ze de psychologie in apps bouwen.
  2. Psychologen: Die de link leggen tussen die ‘like’ en de behoefte aan erkenning.
  3. De Jongeren zelf: Zij zijn de enige echte ervaringsdeskundigen. Zij weten hoe de groepsdruk in een klassenapp voelt.
  4. Security-experts: Mensen zoals Dave Maasland, die het grotere plaatje van digitale veiligheid en weerbaarheid schetsen.

Waarom dit beter werkt dan een verbod (De Wetenschap)

Onderzoek ondersteunt mijn stelling dat educatie op de lange termijn effectiever is dan repressie. Het fenomeen ‘Psychologische Reactantie’ laat zien dat zodra je iets verbiedt, de aantrekkingskracht alleen maar groter wordt.

Als we de balans opmaken tussen een hard verbod en vroege educatie, zien we een klassiek conflict tussen een snelle politieke score en een duurzame strategie voor de lange termijn.

Het komt hierop neer: een verbod op je vijftiende lijkt op papier daadkrachtig, maar in de praktijk creëer je vooral een vals gevoel van veiligheid. Op de korte termijn drijf je jongeren naar de grijze gebieden van het internet waar geen toezicht is, terwijl ouders minder alert worden omdat ze denken dat de wet het wel regelt. Het pijnlijke resultaat op de lange termijn is dat jongeren op hun vijftiende verjaardag alsnog de digitale wereld in worden geslingerd, maar dan zonder enige ervaring.

Kiezen we daarentegen voor educatie vanaf vijf jaar, dan kiezen we voor de weg van de meeste weerstand. Het vraagt op de korte termijn enorm veel bloed, zweet en tranen van leerkrachten en ouders die zelf vaak ook nog zoekende zijn. Maar de beloning op de lange termijn is goud waard: een generatie die niet alleen een scherm kan bedienen, maar over een intern kompas beschikt. Deze kinderen leren de psychologische spelletjes van algoritmes herkennen en doorzien, waardoor ze weerbaar worden in plaats van alleen maar afgeschermd.

De American Psychological Association (APA) gaf in 2023 al een advies af: sociale media zijn niet inherent goed of slecht, maar de vaardigheden van de gebruiker bepalen de impact. Hun conclusie? Training in social media-geletterdheid moet voorafgaan aan het gebruik ervan.

De combinatie als ‘Gouden Weg’

Misschien is de meest realistische oplossing een combinatie. Een strengere handhaving voor platforms (de ‘veiligheidsgordels’), maar een verplicht en diepgaand educatieprogramma (het ‘rijbewijs’) voor de gebruikers. Zo bescherm je de kwetsbaarsten, maar geef je de rest de tools om niet te crashen.

Waarom het toch een ‘Wassen Neus’ dreigt te worden

Laten we eerlijk zijn: de praktijk is weerbarstiger dan een wetstekst. De meeste kinderen krijgen hun eerste telefoon via hun ouders. De App Store ziet een account op naam van ‘Vader (45)’. Hoe gaat een algoritme op afstand zien dat het de 12-jarige zoon is die door de tijdlijn scrolt?

En laten we de oudste truc van het internet niet vergeten: de fake-datum. We vullen al sinds de jaren ‘90 “1 januari 1980” in als geboortedatum om ergens binnen te komen. Zonder een waterdichte koppeling aan een ID-systeem blijft dit voorlopig kinderspel.

Gen Z redden, of bouwen aan de toekomst?

Er is een bittere pil die we moeten slikken: voor een groot deel van Generatie Z en Alpha is het kwaad al geschied. Zij zijn opgegroeid in de ‘Wild West’-fase van het internet. Ze zijn al gewend aan de dopamine-loop en de harde omgangsvormen online. Hen nu dwingen hun telefoon weg te leggen, is als een vis proberen te vertellen dat water gevaarlijk is.

Voor hen moeten we inzetten op schadebeperking. Geen belerend vingertje, maar uitleggen hoe ze bespeeld worden door miljardenbedrijven. Jongeren haten het om gemanipuleerd te worden; laten we dat sentiment gebruiken.

De echte winst zit bij de generatie die nu nog in de luiers loopt. Terwijl we voor Gen Z de brandjes blussen, moeten we voor de peuters van nu een nieuw fundament bouwen. Een verbod zonder educatie is zinloos, en educatie zonder regels is dweilen met de kraan open.

Het plan van het kabinet is misschien een ‘wassen neus’ als je het als de enige oplossing ziet. Maar als we het gebruiken als startsein voor een gigantische inhaalslag in ons onderwijs, dan is er nog hoop. We moeten naar een maatschappij waarin het niet meer normaal is dat een tienjarige een TikTok-account heeft, maar waarin diezelfde tienjarige wél al weet hoe hij de psychologische spelletjes van een algoritme kan herkennen.

Gebruikers vs. de Giganten

Terwijl wij in Nederland debatteren over een leeftijdsgrens, barst in Amerika de bom pas echt. Daar is een enorme groep gebruikers dat Meta en Google voor de rechter sleept. De aanklacht? Niet zomaar een foutje in de software, maar het bewust ‘engineeren’ van verslaving.

De vergelijking met de tabaksindustrie uit de jaren ‘90 dringt zich onvermijdelijk op. Net zoals we toen ontdekten dat sigarettenfabrikanten precies wisten hoe schadelijk nicotine was terwijl ze het bleven verkopen, beweren de eisers nu dat de tech-reuzen dondersgoed wisten wat hun algoritmes deden met het kinderbrein. Interne documenten zouden laten zien dat winstbejag altijd won van de mentale gezondheid van de gebruiker.

De vraag die blijft hangen: Waar was onze overheid?

En dat brengt ons bij een ongemakkelijke waarheid. Als we nu spreken over een verbod omdat de situatie “uit de bocht is gevlogen”, moeten we ook de spiegel durven voorhouden.

Wist onze overheid van dit dopamine-effect? En zo ja, vanaf welk moment?

De wetenschap over hoe likes en oneindig scrollen ons beloningssysteem gijzelen, ligt al jaren op straat. Toch bleef het lang stil in Den Haag. De overheid heeft een fundamentele zorgplicht voor haar burgers, zeker voor de meest kwetsbaren. Als een fabrikant een speeltuig op de markt brengt dat fysiek gevaarlijk is, wordt het direct uit de schappen gehaald. Maar als een app de mentale architectuur van een generatie verbouwt, kijken we jarenlang de andere kant op onder het mom van ‘innovatie’.

Was de overheid hier niet ook een beetje verantwoordelijk? Door de tech-reuzen jarenlang een vrijbrief te geven, hebben we een generatie als proefkonijnen laten dienen in een gigantisch sociaal experiment. Een verbod op je vijftiende is misschien een begin, maar het voelt ook als een poging om een schuldgevoel af te kopen voor jarenlang wegkijken.

De vraag is niet alleen wat een kind van vijftien mag, maar wat een overheid had móéten doen om die vijftienjarige te beschermen.

Bronnen:

https://www.apa.org/topics/social-media-internet/health-advisory-adolescent-social-media-use.pdf
https://thedecisionlab.com/reference-guide/psychology/reactance-theory
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7142814/
https://www.hhs.gov/surgeongeneral/reports-and-publications/youth-mental-health/social-media/index.html
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12165459/