Blog Guido van Nispen: Zomaar de stekker uit de infrastructuur

De afgelopen weken leverde twee ogenschijnlijk losse techbesluiten op die bij nadere beschouwing eenzelfde onderliggende beweging blootleggen. Niet de doorbraak van nieuwe technologie staat centraal, maar het terugtrekken ervan. En misschien nog belangrijker: het moment waarop belofte en werkelijkheid uit elkaar beginnen te lopen.

Bij Meta wordt de metaverse — ooit het organiserende principe achter een volledige corporate rebranding feitelijk teruggeschaald. Wat resteert is geen groots alternatief internet, maar een uitgeklede versie die zich richting gaming beweegt. Horizon Worlds blijft bestaan, maar eerder als niche-omgeving dan als universeel platform. 

Het is verleidelijk om dit te duiden als een mislukking van technologie. Maar dat is te simpel. De metaverse faalde niet omdat het idee onjuist was, maar omdat het moment verkeerd was. De infrastructuur was nog onvoldoende, de hardware te omslachtig en — misschien doorslaggevend — het gedrag van gebruikers nog niet klaar voor een volledig immersieve digitale laag. Wat resteert is een ongemakkelijke vraag voor Meta zelf: wat betekent een naam als de strategie waarop die is gebouwd te vroeg blijkt te komen?

Parallel daaraan voltrok zich een minder zichtbare, maar minstens zo betekenisvolle ontwikkeling bij OpenAI. De video-app Sora, nog maar net gelanceerd, wordt alweer stopgezet.  In dezelfde beweging trekt Disney zich terug uit een eerder aangekondigde investering van één miljard dollar en beëindigt het de samenwerking rond het gebruik van intellectueel eigendom binnen het platform. 

Ook hier is de officiële lezing strategisch: focus, herprioritering, doorontwikkeling binnen andere producten. Maar de timing vertelt een ander verhaal. De concurrentie, met name van Google, intensiveert. Tegelijkertijd blijken de juridische en creatieve randvoorwaarden, denk aan auteursrechten en het gebruik van bestaande personages, complexer dan aanvankelijk gedacht. Wat resteert is een landschap waarin zelfs goed gefinancierde en technologisch indrukwekkende initiatieven geen vanzelfsprekend bestaansrecht hebben.

Voor makers en mediabedrijven is dat geen detail, maar een signaal. Waar AI-toolsaanvankelijk werden gepresenteerd als een nieuwe stabiele productielaag, ontstaat nu een beeld van volatiliteit. Tools verschijnen, imponeren en verdwijnen weer — soms binnen maanden. De afhankelijkheid van externe platforms wordt daarmee een strategisch risico op zichzelf.

Wat deze twee ontwikkelingen verbindt, is dat ze beide laten zien dat innovatie niet lineair verloopt. Technologieën worden niet alleen gebouwd en opgeschaald, maar ook teruggetrokken, herijkt en soms tijdelijk geparkeerd. De geschiedenis van technologie is daarmee geen rechte lijn vooruit, maar eerder een serie iteraties waarin timing minstens zo bepalend is als kwaliteit.

Voor de mediasector, waar adoptie van nieuwe technologie vaak gepaard gaat met hoge verwachtingen en snelle investeringen, ligt hier een duidelijke les. Niet elke doorbraak is direct een infrastructuur. En niet elke veelbelovende tool verdient een centrale plek in de strategie.

Misschien is de belangrijkste verschuiving wel deze: waar technologiebedrijven jarenlang het tempo dicteerden, lijkt de realiteit zich nu vaker op te dringen als correctiemechanisme. De vraag is niet langer alleen wat technisch mogelijk is, maar wanneer het maatschappelijk, economisch en gedragsmatig landt.

In die zin markeren deze stappen geen einde van de metaverse of AI-video. Integendeel. Ze markeren het moment waarop de eerste golf van overbelofte plaatsmaakt voor een fase van herijking. En dat is vaak precies het punt waarop technologie pas echt interessant wordt, maar waar je ook moet opletten waarop je inzet. Vele mijarden investeringen zijn ongekend in Nederland, maar ‘klein bier’ bij de giganten…

GUIDO VAN NISPEN