Blog Guido van Nispen: Wat Monocle begrijpt en Hilversum niet

Vorige week betoogde ik waarom een BBC-model voor de publieke omroep steeds logischer wordt. Niet uit nostalgie, maar omdat het huidige stelsel zichtbaar kraakt. Die column ging vooral over wat er misgaat binnen de publieke omroep: bestuurlijke verkokering, perverse prikkels, een voortdurende fixatie op interne verhoudingen en het bruusk programma’s versnipperen. Maar er is een tweede, minstens zo fundamenteel probleem dat minder aandacht krijgt: de omroepverenigingen, de kern van het ‘pluriforme bestel’, zijn feitelijk verworden tot productiehuizen.

Ooit waren verenigingen de dragers van een achterban. Ze vertegenwoordigden ideeën, levensbeschouwingen, publieken. Dat was hun legitimatie. Vandaag de dag is daarvan weinig over. De jaarlijkse budgetrondes van rond de miljard euro worden intern verdeeld, afspraken worden onderling gemaakt, en het geld wordt keurig opgemaakt. De leden? Die spelen geen rol van betekenis. Het verenigingsmodel is blijven staan als façade, terwijl de praktijk die van een gesloten producentencircuit is.

Nergens wordt dat zo zichtbaar als bij de tv-gidsen. Ze heten na meer dan een decennium sinds de fusies nog steeds MikroGids, TROS Kompas, KRO of NCRV Gids, VARAgids of Avrobode. Wie erin bladert, zoekt vergeefs naar redactionele sturing vanuit de ‘vereniging’. Veel van de titels worden uitgegeven door Bindinc, centraal geproduceerd, inhoudelijk uniform. De naam suggereert identiteit, maar de inhoud is vooral routine. En liever geen contact met leden: straks zeggen ze op, verdwijnen de inkomsten en valt ook de legitimatie weg.

Wie het eens rustig wil bekijken, raad ik Readly aan – de succesvolle online kiosk waarin de bladen zijn opgenomen en die laat zien hoe groot het contrast is tussen oude merknaam en daadwerkelijke betrokkenheid vanuit de omroep of de vereniging. De ‘gidsen’ zijn bladen zonder gesprek met een publiek of met de leden. Precies datgene wat verenigingen ooit onderscheidde, is nu weg.

Dan klinkt steevast het verwijt: makkelijk commentaar. Maar hoe kan het dan wel? Er is een voorbeeld dat zelden in Hilversum wordt genoemd, maar des te relevanter is: Monocle. Monocle’s belofte: Kwaliteitsjournalistiek voor nieuwsgierige geesten. In twintig jaar uitgegroeid van een nicheblad tot een volwaardige media-onderneming met print, radio, video, evenementen en digitale kanalen. Niet door schaalvergroting of institutionele bescherming, maar door een consequent uitgangspunt: het publiek staat centraal.

Bij Monocle is die gerichtheid geen marketingzin, maar een dagelijkse praktijk. Dat blijkt zelfs uit de nieuwjaarsboodschap van de top: geen interne overwinningen, geen KPI-triomfalisme, geen kritiek op de politiek, maar een rechtstreeks gesprek met de lezer, luisteraar en kijker. Dáár gebeurt iets wat we bij de NPO en de afzonderlijke omroepen nauwelijks nog zien. Die zijn vooral bezig met zichzelf: met formats, met definities, met het strategisch framen van wat een programma ‘is’ om het binnen de juiste hokjes te laten passen.

Journalisten Kim van Keken en Joost Ramaer legden dat laatste onlangs scherp bloot in een uitstekend artikel “Creatief boekhouden met genres”: hoe er spelletjes worden gespeeld met genre-indelingen en programmatische etiketten om systemen te bedienen in plaats van publiek. Dat is geen incident, maar een symptoom.

Misschien is het dus niet alleen het BBC-model dat ons de weg wijst. Misschien moeten we erkennen dat een kleine, internationaal opererende titel als Monocle beter begrijpt wat publieke waarde vandaag betekent dan een zwaar gesubsidieerd omroepbestel. Niet omdat Monocle publiek is, dat is het zeker niet, maar omdat het zijn publiek serieus neemt. En precies daar wringt het in Hilversum.

4 Comments

  1. Kijk eens naar de regionale omroepen Guido, die ik de afgelopen maanden namens Spreekbuis alle bezocht. Ze zetten het contact met hun publiek centraal. Ze koesteren de regionale cultuur en laten daarmee een totaal ander (veel optimistischer) beeld van Nederland zien, ze omarmen het experiment, geven jong talent een kans, beconcurreren elkaar niet maar werken samen, met een sterk accent op
    de eigen inhoudelijke autonomie. Twee omroepen springen eruit: Omroep Brabant, specialist in het realiseren van een groot bereik en Omroep West met een heel sterk accent op publieksverantwoording. Andere omroepen volgen. De ene regiomroep gaat wat sneller dan de andere maar allemaal zijn ze zich opnieuw aan het uitvinden. De landelijke omroep zou dat model gemakkelijk kunnen volgen. Maak drie gekleurde netten: links, midden en rechts. Geef de omroepen hun autonomie terug en maak hun licentie afhankelijk van het realiseren van hun doelen en breng de NPO terug tot een faciliterend instituut, zoals de RPO dat voor de regionale omroepen doet. Kortom: de oplossing ligt binnen bereik, maar ze moeten hem in Hilversum wel willen zien.

    • Ton,

      Je commentaar is precies om de juiste reden waardevol: door concrete voorbeelden te noemen, maak je zichtbaar waar het schuurt én waar het werkt. Dat helpt het debat verder dan abstracte systeemkritiek ooit kan.

      Tegelijk laat die rijkdom aan voorbeelden ook iets anders zien. Omdat er géén overkoepelende set doelstellingen bestaat voor alle publiek gefinancierde omroepen, zijn de huidige verschillen moeilijk te rechtvaardigen. Als de publieke opdracht dezelfde is, waarom zien we dan zulke uiteenlopende uitkomsten? Zeker nu het grootste deel van het publieke geld naar de landelijke omroepen gaat, zouden zij het goede voorbeeld moeten geven.

      Kortom: de oplossing ligt binnen handbereik. De vraag is niet of het kan, maar of men in Hilversum bereid is haar ook werkelijk te zien. Of dat de politiek en het ministerie samen met het Commissariaat voor de Media meer regie gaat afdwingen.

  2. Een programma als Oogappels. Gestopt maar even als voorbeeld; links, midden of rechts?

    Ik was het namelijk eens maar niet met de 3 catogorien.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*