
Over Geert Dales, Peter Breedveld en de merkwaardige overtuiging dat gedragsregels vooral voor anderen gelden.
Er wordt regelmatig gezegd dat X, het voormalige Twitter, een open riool is. Dat lijkt mij een wat al te eenvoudige kwalificatie. Riolen vervullen immers een nuttige maatschappelijke functie en zijn doorgaans aan het zicht onttrokken. X daarentegen biedt iedereen de gelegenheid om in het openbaar te laten zien wat er doorheen spoelt. Wie wil begrijpen hoe mensen met elkaar omgaan wanneer de gebruikelijke sociale remmingen verdwijnen, kan er veel leren. Zeker wanneer twee mannen die beter zouden moeten weten elkaar treffen.
De afgelopen dagen vormen Geert Dales en Peter Breedveld daarvan een bijna fascinerend voorbeeld. Twee intelligente, verbaal vaardige mannen, beiden met een verleden of positie binnen instellingen die hun bestaansrecht ontlenen aan democratische waarden. Beiden uitgesproken over het gedrag van anderen en beiden opvallend weinig ontvankelijk voor kritiek op hun eigen optreden. Ze lijken inmiddels vooral bezig elkaar te overtreffen in beledigingen, juridische dreigementen en persoonlijke aanvallen.
Geert Dales is voormalig VVD-politicus, oud-wethouder van Amsterdam, voormalig burgemeester van Leeuwarden en oud-bestuurder van onder meer Hogeschool Inholland. Iemand die het openbaar bestuur van binnenuit kent en dus weet dat publieke verantwoordelijkheid meer omvat dan het juridisch verdedigbare minimum. Tegenwoordig presenteert hij zich op X als oud-politicus en bestuurder, niet meer trots op Amsterdam, en kondigt hij zijn boek Het Pluchevirus aan. Over hoe macht mensen vervormt. Hypocrisie, schrijft hij, intrigeert hem.
Peter Breedveld is schrijver, journalist en redacteur van Frontaal Naakt, een website die al jaren bekendstaat om scherpe, vaak bijzonder grove polemieken. Daarnaast is Hoofdredacteur van Ad Valvas, het onafhankelijke journalistieke medium van de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarmee beweegt ook hij zich in een omgeving waarin vrijheid van meningsuiting, academische onafhankelijkheid en publieke verantwoordelijkheid belangrijke beginselen zijn. Zijn profiel op X bevat een opmerkelijk compacte zelfomschrijving: “Ik vind eigenlijk iedereen een domme lul.”
Dat laatste blijkt een bruikbare introductie tot de huidige confrontatie.
Van meningsverschil naar juridische veldslag
De aanleiding ligt onder meer bij uitlatingen van Dales over de voormalige burgemeester van Groningen, Koen Schuiling. Breedveld viel hem daarop aan en gebruikte daarbij de woorden “racistische nazi”. Dales reageerde met de aankondiging van aangifte wegens smaad of laster en een mogelijke civiele procedure. Hij stelde een ultimatum: Breedveld moest zijn uitlatingen verwijderen, betreuren en excuses aanbieden.
Breedveld reageerde met een tekst op Frontaal Naakt onder de titel Geert Dales is geen racistische nazi. Ook op X volgde een zogenaamde rectificatie, waarin hij verklaarde dat Dales geen racistische nazi was, maar wel “de weldoener der mensen, een troost voor mensheid en dierenrijk”. Het sarcasme was niet moeilijk te herkennen en evenmin bedoeld om de verhouding te verbeteren.
Dales vond het onvoldoende en kondigde aan zijn juridische stappen door te zetten. Vervolgens richtte hij zich tot de Vrije Universiteit met vragen over de gedragscode en het functioneren van Breedveld als medewerker. Hij citeerde de institutionele uitgangspunten over respect voor ieder individu, het ontbreken van ruimte voor intimiderend of kwetsend gedrag en de verplichting elkaar op gedrag aan te spreken.
Breedveld reageerde met nieuwe beledigingen en beschuldigingen aan het adres van Dales, waaronder “onbetrouwbare, eerloze, leugenachtige trol”. Ook dreigde hij zelf met aangifte. Daarmee was de cirkel vrijwel rond: twee mannen die elkaar verwijten grenzen te overschrijden en hun eigen volgende grensoverschrijding kennelijk als een gerechtvaardigde reactie beschouwen.
De gedragscode is altijd van de ander
Het interessante aan deze kwestie is niet de vraag wie de wedstrijd in onaangenaamheid wint. Dat klassement lijkt mij weinig betekenisvol. Het is de manier waarop beiden zich beroepen op normen die zij bij de ander geschonden achten, zonder zichtbaar veel belangstelling voor de vraag wat die normen voor hun eigen optreden betekenen.
Dales heeft uiteraard het recht zich tegen ernstige beschuldigingen te verweren, desnoods bij de rechter. Een beschuldiging van nazisme is niet lichtvaardig. Maar de stap van een persoonlijke polemiek naar de werkgever van de tegenstander roept een andere vraag op. Wanneer is het aanspreken van een instelling op haar waarden gerechtvaardigd en wanneer wordt die instelling een instrument in een persoonlijke strijd? Zeker iemand met zijn bestuurlijke ervaring zou het onderscheid moeten kunnen maken.
Breedveld heeft evenzeer het recht scherpe kritiek te leveren, te provoceren en machthebbers met ongemakkelijke woorden tegemoet te treden. Dat behoort tot de ruimte die onafhankelijke journalistiek nodig heeft. Maar journalistieke onafhankelijkheid betekent niet dat iedere persoonlijke belediging daardoor vanzelf journalistieke betekenis krijgt. De vrijheid om iets te zeggen is iets anders dan de kwaliteit van wat wordt gezegd.
En zo ontstaat een merkwaardige spiegeling. Dales beroept zich op respect en dreigt tegelijkertijd met een juridische escalatie die hij publiekelijk aankondigt. Breedveld verdedigt zijn vrijheid van meningsuiting met formuleringen die nauwelijks nog iets toevoegen aan de inhoudelijke discussie. Beiden lijken hun eigen gedrag vooral te beoordelen aan de hand van het gedrag van de ander.
Wat blijft er over van het publieke voorbeeld?
Bij gewone burgers zou zo’n woordenwisseling misschien weinig meer zijn dan een treurig digitaal incident. Maar Dales heeft jarenlang publieke functies vervuld en Breedveld werkt binnen een academische omgeving waarin kritische journalistiek een belangrijke plaats inneemt. Dat maakt hen niet minder vrij dan anderen. Het maakt hun gedrag wel relevanter voor de vraag welke normen onze instituties uitdragen.
Een democratische samenleving kan niet zonder scherpe tegenstellingen, onwelgevallige meningen en soms zelfs onaangename polemiek. Maar zij kan evenmin zonder mensen die het verschil begrijpen tussen het verdedigen van een beginsel en het gebruiken van dat beginsel als wapen tegen een tegenstander.
Misschien is dat wat deze confrontatie op X vooral zichtbaar maakt. Niet dat twee mannen boos zijn, maar hoe gemakkelijk publieke beginselen veranderen in persoonlijke munitie zodra de eigen reputatie in het geding komt.
Dales schrijft een boek over hoe macht mensen vervormt. Breedveld schrijft op een website die zich presenteert als een plaats voor nietsontziende kritiek. Beiden hebben daarmee een interessante maatstaf voor hun eigen gedrag gekozen.
Het zou de moeite waard zijn als zij die ook eens op zichzelf toepassen.
Disclosure: Peter Breedveld heeft mij een tijdje geleden op LinkedIn geblokkeerd nadat ik hem op zijn gedrag aansprak. Het aangekondigde boek van Geert Dales, Het Pluchevirus, heb ik betaald, maar op het moment van schrijven nog niet ontvangen. Over de inhoud ervan kan ik dus niet oordelen. En mocht je ook eens flink tekeer willen gaan, maar heb je niet de polemische kwaliteiten? Gebruik dan https://voicefilter.nl
