
De Nederlandse journalistiek staat zodanig onder druk dat ook het functioneren van de democratische rechtsstaat wordt geraakt. Dat stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het nieuwe signalement Herover de publieke sfeer – Wie waarborgt het maatschappelijk debat nu de journalistiek onder druk staat?
Volgens de ROB functioneert de publieke sfeer momenteel onvoldoende. Daarmee doelt de raad op de ruimte waarin burgers via onder meer televisie, kranten, online media en sociale platforms informatie en opvattingen uitwisselen en gezamenlijk een beeld vormen van de werkelijkheid. Wanneer die publieke sfeer verslechtert, dreigen volgens de raad wantrouwen, polarisatie en een situatie waarin groepen niet langer over dezelfde feiten discussiëren.
Big tech krijgt steeds meer invloed
Een belangrijke oorzaak is volgens de ROB de digitalisering en platformisering van het medialandschap. Een klein aantal Amerikaanse technologiebedrijven bepaalt via platforms en algoritmen in toenemende mate welke informatie mensen te zien krijgen. Die systemen zijn vooral gericht op aandacht en interactie en veel minder op journalistieke waarden als feitelijkheid, pluriformiteit en wederzijds begrip.
De raad wijst daarnaast op de economische macht van technologiebedrijven. De invloed van big tech zou moeten worden verminderd, onder meer om polariserende algoritmen tegen te gaan en de advertentiemarkt weer verder open te breken. Sociale platforms die voor iedere gebruiker algoritmisch bepalen welke journalistieke content zichtbaar wordt, ondergraven volgens de ROB het publieke karakter van de digitale ruimte.
Ook mediaconcentratie speelt een rol. De ROB signaleert dat een groot deel van de Nederlandse commerciële pers- en omroeptitels inmiddels bij een beperkt aantal mediaconcerns is ondergebracht. Het overnemen van artikelen tussen titels en het vooral verwijzen naar media binnen hetzelfde concern kan gevolgen hebben voor de pluriformiteit.
Journalistiek moet zelf veranderen
De verantwoordelijkheid ligt volgens de raad echter niet uitsluitend bij overheid en technologiebedrijven. Journalistieke organisaties moeten zelf opnieuw aansluiting zoeken bij het publiek. Journalisten kunnen er niet meer vanuit gaan dat mensen vanzelf naar traditionele nieuwsmerken komen. Meer transparantie over journalistieke werkwijzen, betere digitale vaardigheden, zelfreflectie en een sterkere verbinding met het publiek worden als belangrijke oplossingsrichtingen genoemd.
Opvallend is dat de ROB journalistiek nadrukkelijk breder definieert dan kranten, radio en televisie. Journalistiek kan volgens de raad net zo goed plaatsvinden via nieuwe makers en platforms. Het herstellen van het oude monopolie van traditionele media is dan ook niet het doel. De uitdaging is vooral ervoor te zorgen dat journalistieke waarden en werkwijzen ook binnen het nieuwe medialandschap overeind blijven.
Oproep aan politiek én mediasector
De ROB ziet het herstellen van de publieke sfeer uiteindelijk als een gezamenlijke maatschappelijke opgave. Het openbaar bestuur moet onder meer persvrijheid en persveiligheid beschermen, toegang tot de macht waarborgen en voorwaarden creëren waardoor journalistiek kan blijven functioneren. Vanuit de sector zelf zijn daarnaast strengere regels voor big tech en snelle toepassing van Europese digitale wetgeving genoemd.
De kern van het 62 pagina’s tellende signalement is daarmee stevig: journalistiek is volgens de ROB niet alleen een bedrijfstak die met economische en technologische veranderingen te maken heeft, maar een essentiële infrastructuur voor het democratische debat. Zonder goed functionerende journalistiek komt uiteindelijk ook de publieke sfeer — en daarmee de democratische rechtsstaat — verder onder druk te staan.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
