Blog Sybrand Verwer (Achter de Kuchknop #56): Felix Meurders en The Wall of Sound in tegenfase

Sommige verhalen bij de radio blijven verborgen voor de luisteraar, soms maar beter, soms ook jammer ter lering ende, vooral, vermaak. Het zijn de verhalen van programmamakers en technici die zich achter de kuchknop afspelen in een radiostudio en op locatie. Elke maand een nieuw bericht van achter die knop, mogelijk door de tijd niet meer geheel accuraat, licht afgezwakt of aangesterkt.

Grappen & grollen in en om een radiostudio doen het altijd goed. In de jaren ’70 en ’80 presenteerde Felix Meurders het ochtendprogramma ‘Gesodemeurders’ van 07.00 tot 09.00 uur op Hilversum 3. De technicus die de vroegdienst had in die studio, ECK-3 genaamd, begon ruim een half uur eerder om de studio testen. En ook de verbinding met de PTT-technicus in de toren buiten het Mediapark. Die moest het signaal van de studio doorschakelen naar de zenders van Hilversum 3; het eigen verbindingscentrum Radio van de publieke omroep bestond toen nog niet. Ook het draaien van de zenderidentificatie, met de stem van Henk Mouwe: “Hilversum drie”, behoorde tot de taak van de vroegdienst. Dat bandje diende op tijd gestart te worden zodat het mooi eindigde vóór de pips (toen nog zes keer… …) van 7 uur.

Dan was het uiteraard prettig dat ook een presentator een beetje op tijd in de studio aanwezig was. Felix had de vervelende gewoonte pas tegen het einde van het nieuws van 07.00 uur jolig binnen te stappen. Verhalen gaan dat hij in zijn auto bleef zitten tot hij het nieuws op zijn autoradio hoorde en dan pas binnenkwam, tot irritatie van de technicus van dienst. Hoog tijd voor een grap zijn kant op. Dat brengt ons bij de legendarische stereo-tafel van Hilversum 3, die dienst deed van 1975 t/m 1987.

De hoofdtelefoonuitgang van die set kon best wel hard, maar soms wil je harder. Er waren dj’s die het volume op hun hoofdtelefoon zo hard zetten dat de Bravotent op Lowlands er probleemloos mee gevuld kon worden. We noemen geen namen maar Felix was een van die dj’s. Hij wilde graag een stevig volume op zijn hoofdtelefoon (voor de detailfreaks: een Pioneer SE-305). Daar was een oplossing voor: kies als afluistering op je oren de uitgang van de dj-tafel én ook nog het uitgaande signaal, ook wel bekend als zendlijn, naar de zender. Dus twee knoppen tegelijkertijd indrukken. De hele studio was analoog dus die optelling was technisch geen probleem en zo werd hard harder. Een creatieve technicus uit die tijd schakelde het uitgaande signaal naar de dj-tafel toen in tegenfase. We noemen geen namen maar het zou kunnen dat die technicus Paul heette. Op het moment dat Felix het signaal van de uitgang erbij prikte, viel het geluid op zijn SE-305 nagenoeg geheel weg. Felix van de war, grap in tegenfase geslaagd.

Maar er valt meer te beleven in de boeiende wereld van tegenfase. Bij de term ‘The Wall of Sound’ wordt meestal de naam van Phil Spector (1939 – 2021) genoemd. Hij was een geniale producer. Hits waarvoor hij tekende, worden nog regelmatig gedraaid van NPO Radio 5 tot Radio 10. Maar toen zijn carrière bergafwaarts ging, is hij volledig de weg kwijtgeraakt. En als je foto’s van zijn laatste levensjaren bekijkt, ook de weg naar de kapper. In combinatie met zijn naam wordt dus menigmaal ‘The Wall of sound’ genoemd. De platen die hij produceerde, vormden als het ware een muur van geluid richting de luisteraar. Maar er is nog een andere muur van geluid die audiotechnici kan verbazen. Da’s een fysieke Wall of Sound die verbonden is met The Grateful Dead. Een legendarische Amerikaanse rockband die luidsprekers stapelde tot er daadwerkelijk een muur van geluid ontstond. The Wall van Pink Floyd was er niks bij…

De Dead had een geheel eigen kijk op de wereld van geluid en geluidsversterking. Daar waar je in die tijd bij de ingangscontrole van een festival niet moest proberen geluidsapparatuur mee naar binnen te smokkelen (bij Pinkpop werd je met een Walkman met een mini-microfoon al geweigerd), was dat bij The Dead geen enkel probleem. Sterker nog, achter de positie waar op het veld of in de concertzaal het geluid geregeld werd, werd een ruimte afgezet waar fans van de band, Deadheads genaamd, professionele geluidsapparatuur konden opstellen om zo complete optredens vast te leggen. Da’s nog eens wat anders dan met een te grote bril met ingebouwde kleine microfoontjes stiekem het optreden van je favoriete bandje opnemen. Er zijn foto’s te vinden van optredens van The Grateful Dead waarop een veld vol condensatormicrofoons in stereo-opstellingen achter het mengpaneel van chef geluid van de Dead zichtbaar zijn.

Maar de technici van de band hadden nog een ander idee over het perfecte geluid voor hun fans op het veld. The Grateful Dead verzorgde vaak grote buitenoptredens waarvoor een stevig stukje versterking nodig was. In de jaren ’60, ’70 en ’80 was dat vaak een kwestie van veel speakers stapelen, links en rechts van het podium. Voor de muzikanten op het podium was dan ook een hele verzameling speakers nodig zodat zij zichzelf goed konden horen, een monitorsysteem. Tegenwoordig werken bijna alle artiesten met oortjes, in-ear monitoring, scheelt een hoop gedoe met speakers, kabels en stekkers.

De Dead technici bedachten een systeem van letterlijk een muur van geluid die achterop het podium stond. De muzikanten stonden dus ervoor. Elk instrument had zijn eigen deel van die muur. De piano rechts op het podium, had dus een behoorlijk stapel luidsprekers rechts in die muur. Een muzikant die zijn stekkie links had, had achter zich een groot deel van de muur voor zijn versterking. Voordeel: de muzikanten hoorden nagenoeg hetzelfde als wat het publiek hoorde.

Onderstaande foto uit het boek ‘25th Anniversary Album, Grateful Dead, Build to Last’ uit 1990 geeft een aardig beeld van dit bouwwerk. De hele installatie bestond uit 600 speakers aangestuurd door 48 versterkers. Er was een verdeling van elf verschillende groepen, dus elke muzikant had een eigen deel in de muur. De begeleidende tekst bij onderstaande foto uit het boek geeft een aardig stukkie duiding:

“The Wall consisted of some 600 speakers wired up in eleven distinct channels, with the whole thing charged by four dozen Mcintosh MC2300 power amps cranking out over 26.000 watts RMS. The most unusual aspect of the system, besides its impressive bulk, was that each musician had his own independent system, so no two sounds went through the same speaker, which effectively wiped out any distortion”.

De hele muur was 31 meter breed en ongeveer 15 meter hoog, en dat hele circus woog iets van 25.000 kilo. Een enkele McIntosh versterker woog al 58 kilo, dus we hebben het al over bijna 3000 kilo aan versterkers.

Wat heeft dit alles nu met tegenfase van doen? O ja, daar ging het eigenlijk over. We hebben dus een gigantische muur van speakers met daarvoor een verzameling muzikanten. Een aantal van die muzikanten verzorgde de vocalen tijdens optredens. Daarvoor zijn zangmicrofoons noodzakelijk. Maar die microfoons kijken dus recht in een bosje luidsprekers. En dat zorgt voor het gekende, irritante gepiep, ook wel rondzingen genaamd. De oplossing: tegenfase!

Aan elke zangmicrofoon was een tweede microfoon stevig vastgeplakt. En dat tweede exemplaar werd op het mengpaneel in tegenfase geschakeld. Zolang er niet gezongen werd, werd op deze manier rondzingen voorkomen. De zanger, we noemen een Jerry Garcia (1965 – 1995), koos voor de versterking van zijn vocale bijdrage de eerste microfoon en was zo luid en duidelijk hoorbaar door de muur achter hem.

“The double microphones were supposed to minimize background noise and feedback by cancelling out any sound that went to both microphones”, zo valt in het boek te lezen.

Maar zoals ooit een groot geluidstechnicus al in de jaren ’70 riep: “elk voordeel hep pijn in je rug”. Dit systeem was geen lang leven beschoren. De opbouw van die muur, met een valhelm op je kop en een veiligheidskoord rond je middel, besloeg bijna een hele dag. En het geheel in een aanhangertje stoppen was niet echt een optie. Een hele colonne opleggers was alleen al nodig voor het transport van het gespeakerte. De Wall of Sound van de Dankbare Doden heeft slechts één jaar dienstgedaan, 1974.

Nog een funfact tot slot, McIntosh versterkers zijn nog steeds te koop, hangt wel een prijskaartje aan. De McIntosh MC2301, ongetwijfeld de opvolger van de MC2300 die de Dead gebruikte, heb je al voor €21.490,00 in huis.

Volgende maand Kuchknop 57.

Een reclamespot met Bert & Ernie werd in de jaren ’80 geweigerd door de afdeling radio van de STER.

sybrand.verwer@gmail.com