Kabinet werkt aan detectieorganisatie tegen buitenlandse inmenging via sociale media

Het kabinet werkt aan een speciale organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging via onder meer sociale media moet opsporen. De bijbehorende wetgeving gaat naar verwachting eind 2026 in consultatie en wordt medio 2027 bij de Tweede Kamer ingediend.

Dat blijkt uit het verslag van het commissiedebat over sociale media en inmenging, dat eind juli is vastgesteld. Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer eerst een overkoepelende rapportage over de onderzoeken naar de zogenoemde FIMI-detectieorganisatie.

Tijdens het debat uitten verschillende partijen grote zorgen over de manier waarop buitenlandse actoren aanbevelingsalgoritmes, botnetwerken en nepaccounts kunnen gebruiken om politieke tegenstellingen te vergroten en verkiezingen te beïnvloeden. Vooral DENK, D66, CDA, GroenLinks-PvdA en Volt drongen aan op meer transparantie en strengere handhaving bij grote techplatforms.

Volgens staatssecretaris Aerdts blijkt uit onderzoeken dat berichten met een sterke emotionele lading sneller worden verspreid en dat kwaadwillende actoren daarvan profiteren. De hoeveelheid AI-content was tijdens de onderzochte verkiezingen nog beperkt, maar deze berichten bereikten volgens haar wel een groot publiek en kregen gemiddeld 23 keer meer interactie dan berichten zonder AI.

Het kabinet ziet de Europese Digital Services Act als het belangrijkste instrument om sociale platforms aan te pakken. Grote platforms zoals Meta, TikTok en X zijn al verplicht om risico’s voor verkiezingen te onderzoeken, maatregelen te nemen en hierover te rapporteren. Ook moeten zij onder voorwaarden gegevens beschikbaar stellen aan gecertificeerde wetenschappelijke onderzoekers.

Sinds oktober kunnen Nederlandse onderzoekers via toezichthouder ACM om toegang tot platformgegevens vragen. De staatssecretaris erkende dat onderzoekers nog vaak op achterstand staan, omdat platforms vragen vertraagd, gedeeltelijk of helemaal niet beantwoorden.

In de Kamer bestaat verdeeldheid over de aanpak. JA21 en Forum voor Democratie waarschuwden dat maatregelen tegen desinformatie en polarisatie kunnen uitlopen op censuur en het beperken van legitieme politieke meningen. Andere partijen benadrukten juist dat vrijheid van meningsuiting onder druk komt te staan wanneer techbedrijven via ondoorzichtige algoritmes bepalen welke opvattingen wel en niet zichtbaar worden.

Het CDA stelde voor platforms te verplichten de identiteit van gebruikers te controleren, zonder dat hun echte naam openbaar hoeft te worden. Het kabinet voelt daar voorlopig weinig voor. Een dergelijk ‘know your customer’-systeem kan volgens Aerdts de privacy en vrijheid van meningsuiting aantasten en in autoritaire landen worden gebruikt om dissidenten op te sporen.

GroenLinks-PvdA vroeg om een nationaal plan om de volgende verkiezingen tegen digitale inmenging te beschermen. Minister Heerma zegde geen afzonderlijk plan toe, maar beloofde in de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen uitgebreider in te gaan op de lessen uit de FIMI-pilot en de maatregelen voor toekomstige verkiezingen.

Daarnaast onderzoekt het kabinet zogeheten middleware. Daarmee zouden gebruikers zelf een moderatie- of aanbevelingssysteem kunnen kiezen, in plaats van volledig afhankelijk te zijn van het algoritme van een platform. Na de zomer wordt de Kamer ook geïnformeerd over een pilot met een online publieke ruimte en over de voortgang van de Strategie kinderrechten online.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -