Ofcom onderzoek: vertrouwen in nieuws verdeeld, gebruik social media wordt passiever

Uit nieuw onderzoek van de Britse toezichthouder Ofcom blijkt dat het vertrouwen in nieuwsbronnen onder druk staat, terwijl het gebruik van social media verandert. Tegelijkertijd groeit het gebruik van AI-tools snel en maken steeds meer mensen zich zorgen over hun schermtijd.

Het jaarlijkse onderzoek naar mediagebruik en online gedrag laat zien dat social media nog altijd breed wordt gebruikt: 89 procent van de volwassenen maakt gebruik van ten minste één platform, oplopend tot 97 procent onder jongeren. Toch wordt dat gebruik steeds passiever. Nog maar 49 procent van de gebruikers plaatst actief berichten, deelt content of reageert – een duidelijke daling ten opzichte van 61 procent een jaar eerder.

Daarnaast zijn gebruikers voorzichtiger geworden. Ze posten minder permanent en kiezen vaker voor tijdelijke content, zoals Stories. Ook groeit de bezorgdheid over de gevolgen van online gedrag: bijna de helft van de volwassenen vreest dat oude berichten hen later kunnen schaden.

De zorgen over schermtijd nemen eveneens toe. Twee derde van de ondervraagden geeft aan soms te lang online te zijn, en vier op de tien zeggen dat dit bijna dagelijks gebeurt. Tegelijkertijd daalt het aandeel mensen dat vindt dat de voordelen van online zijn opwegen tegen de nadelen, van 72 naar 59 procent. Ook het aandeel dat social media positief vindt voor de mentale gezondheid daalt.

Opvallend is de snelle opkomst van AI. Inmiddels gebruikt 54 procent van de Britse volwassenen tools als ChatGPT, Copilot of Gemini. Vooral jongeren lopen voorop: bijna acht op de tien 16- tot 24-jarigen maken er gebruik van. AI wordt niet alleen ingezet voor praktische taken, maar ook steeds vaker voor persoonlijke en creatieve doeleinden, zoals advies bij relatieproblemen of het schrijven van speeches.

Het vertrouwen in nieuws is verdeeld. Hoewel 85 procent van de volwassenen gebruikmaakt van traditionele media voor nieuws, zegt slechts 19 procent deze bronnen altijd te vertrouwen. Tegelijkertijd stelt een vergelijkbaar aandeel de juistheid van nieuws structureel ter discussie. In kwalitatief onderzoek blijkt dat deze verdeeldheid toeneemt: sommige gebruikers vertrouwen vooral gevestigde media, terwijl anderen juist uitwijken naar onafhankelijke makers op platforms als YouTube.

Daarnaast groeit het gebruik van internet als inkomstenbron. Gebruikers verkopen producten via platforms als Vinted en Amazon of starten kleine online ondernemingen. In sommige gevallen gaat het zelfs om activiteiten zoals cryptomining.

YouTube speelt een steeds grotere rol in het mediagebruik, met name onder mannen. Voor een deel van hen is het platform inmiddels de belangrijkste of zelfs enige bron van videocontent. De combinatie van algoritmes, zoekfuncties en abonnementen maakt het volgens gebruikers makkelijker om relevante content te vinden dan via traditionele tv-gidsen of streamingdiensten.

Tot slot blijkt dat het zelfvertrouwen in digitale vaardigheden hoog is, maar niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Hoewel 89 procent zegt zich zeker te voelen online, heeft een aanzienlijk deel moeite met het herkennen van bijvoorbeeld nepaccounts of misleidende informatie.

Vergelijking met Nederlands onderzoek

De resultaten van het Ofcom-onderzoek sluiten sterk aan bij eerdere (deels Nederlandse) onderzoeken, zoals het Digital News Report van Reuters Institute en het NMO Mediatrends-onderzoek. Ook daar is sprake van afnemend vertrouwen in nieuws, groeiende nieuwsvermijding en een verschuiving naar meer passieve en snackbare mediaconsumptie.

In Nederland ligt het vertrouwen in nieuws traditioneel iets hoger dan in het VK, maar ook hier is sprake van fragmentatie en toenemende scepsis, vooral onder jongere doelgroepen. Daarnaast bevestigen Nederlandse cijfers dat social media steeds minder actief wordt gebruikt en vaker dient als ‘achtergrondkanaal’ of distributieplatform in plaats van een plek voor actieve interactie.

De sterke groei van AI-gebruik is eveneens herkenbaar, al loopt het VK daarin licht voor op Nederland. Ook de zorgen over schermtijd en mentale gezondheid zijn vergelijkbaar en worden in Nederlandse onderzoeken steeds vaker benoemd.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*