Nu er steeds meer digitaal wordt gewerkt, neemt het belang van breedbandverbindingen en veilige digitale opslag toe. Stichting iMMovator is bezig met een project om aan die behoefte tegemoet te komen.
Het digitaal bewerken, bewaren en opslaan van film- en videomateriaal gebeurt al op grote schaal. Vooral in de zogeheten Noordvleugel van de Randstad, en dan met name in Amsterdam en Hilversum, is een sterke concentratie ontstaan van bedrijven die zich hiermee bezighouden. Maar dat is nu nog versnipperd en bovendien hebben veel kleine bedrijven nog geen toegang tot breedbandige internetverbindingen. De stichting iMMovator, die dwarsverbanden in de sector stimuleert, gaat daar verandering in brengen. Met BreedNet en de vorming van een content hub, vertelt projectleider George Freriks.
Breedband
‘Met BreedNet kunnen de MKB-bedrijven in de sector goedkope glasvezelverbindingen krijgen’, aldus Freriks. ‘De grote organisaties hebben dat al. BreedNet zorgt ervoor dat de vraag van de kleinere bedrijven wordt gebundeld, zodat ze met de leverancier een lagere prijs kunnen afspreken. Dan kunnen ze veel eenvoudiger bestanden heen en weer sturen, wat nu te duur is of met koeriers wordt gedaan. Het fysieke transport zal verdwijnen, het materiaal zal over breedbandige netwerken worden vervoerd. Eén dienst in dat verband is de content hub die we bouwen. Dat is een virtuele uitwisselingsplek voor bestanden, een plek voor de opslag en doorvoer van film- en videomateriaal. De mensen die de rechten op dat materiaal hebben, willen natuurlijk wel dat het goed beveiligd gebeurt, anders kan Jan en alleman er bij en is het vervolgens overal op internet te vinden. We bieden daarbij aanvullende diensten aan zoals het verzamelen en meesturen van metadata, dus informatie over wat er bijvoorbeeld op de beelden is te zien, en digital rights management (een techniek om het beheer van digitale rechten te vereenvoudigen, doordat de rechthebbende aangeeft wat een gebruiker met het materiaal mag doen zonder toestemming te hoeven vragen, red.). Ook kunnen we het materiaal geschikt maken voor allerlei doeleinden, zoals uitzenden op televisie of plaatsen op een breedband internetportal. Die content hub zijn we met een aantal bedrijven samen aan het bouwen, waaronder Park Post, Atos Origin, NOB en Hoek&Sonépouse.’
Publiek
Ook voor de publieke omroepen kan het project interessant zijn, zegt Freriks. ‘Het brengt hun logistieke proces een stap verder. Ze houden zich allemaal bezig met het bewerken en overschrijven van film- en videomateriaal, het uitmonteren van ‘zwartjes’ en noem maar op. Het is voor publieke omroepen handig om aangesloten te zijn op zo’n netwerk. De productie van televisieprogramma’s wordt steeds vaker op meer dan één locatie gedaan. Een animatie wordt door het ene bedrijf gemaakt, de montage door een ander en het studiomateriaal komt nog ergens anders vandaan. Dat knopen we via BreedNet en de content hub aan elkaar.’ Het kan het ook makkelijker maken voor omroepen om hun programma’s beschikbaar te maken voor de verkoop, ook internationaal. ‘Niet alleen complete programma’s, ook ander materiaal. Niet alle potentiële afnemers zijn bijvoorbeeld aangesloten op de uitwisseling via de EBU. Denk maar eens aan een breedbandportal in Italië, die geïnteresseerd is in een nieuwsfilmpje uit Nederland.’
Handelsmissie
De internationale mogelijkheden zijn een belangrijk aspect van het project. ‘Nederland is via Schiphol een belangrijk doorvoerland voor onder meer de rest van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten’, merkt Freriks op. ‘Die positie proberen we vast te houden in het digitale tijdperk. Er is een concurrentiestrijd gaande tussen Parijs, Londen, Frankfurt en Amsterdam-Hilversum, welke stad het grote digitale verkeerscentrum op dit gebied wordt. Nederland heeft er goede papieren voor, maar je moet die kans wel verzilveren.’
Om de internationale positie te versterken, onderneemt een aantal partners in het project in januari een handelsmissie naar de Verenigde Staten, en er kunnen zich nog meer bedrijven of andere organisaties zoals omroepen bij die groep aansluiten. ‘Met steun van onder meer het ministerie van Economische Zaken en de provincie Noord-Holland gaan we naar twee regio’s aan de westkust van Amerika. Eén is Hollywood, Los Angeles, waar de grote studio’s zitten. Het andere gebied is Silicon Valley, waar nieuwe studio’s zitten zoals Pixar en DreamWorks, en bedrijven die al heel veel weten van digitale opslagmogelijkheden.’
Internationaal heeft Nederland aantrekkelijke punten, constateert Freriks. ‘We hebben een hoogwaardige creatieve industrie, talenkennis, en een hoge mate van breedbandpenetratie. Nederland wordt daardoor vaak als testmarkt gebruikt. We vervullen ook een belangrijke functie in de internationale gaming markt, onder meer voor het opslaan van games waaraan grote aantallen tegenlijk mee kunnen doen. Aan de andere kant zijn er ook minpunten. De eilandencultuur hier. Je moet elkaar af en toe wat gunnen, dat doen we te weinig. Verder zijn veel bedrijven op de korte termijn gericht. Dit is toch een beetje een visionair project, je moet tijd en aandacht investeren om in de toekomst een betere positie te hebben. We hebben over het project op de PICNIC in Amsterdam een bijeenkomst gehouden. Eén van de sprekers merkte op dat we wel een elftal hebben, maar dat heeft nog niet geleerd om samen te spelen. Het moet nog een team worden, en zoals elke coach weet is dat een lastig proces.’
Bas Nieuwenhuijsen