‘We wilden het nieuws dichter bij de kijker brengen en maken', zegt Kramer over de redenen om met een redactie van alleen maar camjo's te gaan werken. ‘Het was geen bezuiniging, dan hadden we alleen de verslaggevers tot camjo opgeleid en niet alle redactieleden.' Het punt was dat RTV Utrecht de aansluiting met het publiek aan het verliezen was. Kramer: ‘RTV Utrecht is in 2002 ontstaan uit een fusie van Radio M en Omroep Utrecht RTV. Er werd toen traditioneel gewerkt, met één nieuwspresentator in beeld. Dat werkte niet meer, de kijkcijfers bleven achter. Toen hebben we het U Vandaag-format gemaakt, met twee presentatoren en items die dichter bij de kijker kwamen.' Om dat te bereiken moest de werkwijze drastisch veranderen.
Daarvoor werd contact gelegd met de Amerikaanse VJ-goeroe Michael Rosenblum. ‘Een paar van onze mensen waren bij hem op cursus geweest, bij RTV West. Ze kwamen zeer enthousiast terug en ze bleken heel mooie items te maken. Ze vertaalden beleid naar de burgers en brachten dat herkenbaar en close in beeld. Dat was precies wat we zochten.' Waarna Rosenblum alle betrokken redactieleden opleidde tot camjo, van cameramensen en editors tot verslaggevers en bureauredacteuren. ‘In plaats van 12 verslaggevers had ik er ineens 26', aldus Kramer.
Winst
Dat klinkt aantrekkelijk, maar hoe zorg je dat een redactie van camjo's goed samenwerkt en niet uiteenvalt in een losse verzameling eenlingen die nooit tot een gezamenlijke, kwalitatief goede uitzending komen? ‘Dat hebben we laten onderzoeken door TNO', vertelt Kramer, die kort geleden op de ROOS-dagen in Ermelo al wat van de uitkomsten van dat onderzoek heeft laten zien.
‘TNO heeft naar drie dingen gekeken: de workflow van de camjoredactie, de voor- en nadelen van werken met camjo's en ENG-ploegen, en het welzijn van de medewerkers. We wilden onder meer weten of een camjoredactie efficiënter werkt dan een traditionele, en of medewerkers een hogere werkdruk ervoeren.'
De resultaten waren opmerkelijk. Bijvoorbeeld op het punt van het aantal benodigde uren om een item te maken. ‘In de oude situatie werkten er vier mensen aan een onderwerp: een bureauredacteur, een verslaggever, een cameraman en een editor. Bij elkaar waren die 15 uur bezig voor één item. Een camjo heeft daar 9.3 uur voor nodig. Een verschil dus van 5,7 uur, oftewel 38, 5 uur per week. Dat betekent een capaciteitswinst van 5 items per week.' Maar de doorlooptijd voor het maken van een item was langer geworden. Een camjo werkt in z'n eentje en doet dus gemiddeld 9,3 uur over een item. In het oude systeem werden er in totaal meer uren aan besteed, maar omdat er als ploeg werd gewerkt was de doorlooptijd van een item gemiddeld 8,2 uur. TNO analyseerde het verschil en kwam met aanbevelingen om de doorlooptijd voor camjo's te verminderen. Kramer: ‘Het bleek bijvoorbeeld dat er niet genoeg auto's en apparatuur beschikbaar was voor de mensen. We hadden grote auto's voor ploegen, maar camjo's gaan er alleen op uit. Doordat ze soms moesten wachten op vervoer en apparatuur ontstonden er vertragingen in het werkproces. En er was nog wat onbekendheid met Incite, het programma dat we voor de editing gebruiken.'
Belangrijker nog was de planning. ‘We gingen er vanuit dat we alle items op de dag van de uitzendingen moesten maken', zegt Kramer. ‘Maar dat hoeft helemaal niet. Je kunt heel veel voorbereiden, als je maar goed plant. Als ik weet dat er overmorgen een persconferentie is, kan ik vandaag vast bedenken wat voor item het moet worden en wie ik daarvoor moet spreken en kan ik morgen al wat gaan draaien. Wij plannen nu twee weken vooruit en koppelen vast een camjo aan een onderwerp.' Resultaat van de nieuwe aanpak: de tijd die camjo's nodig hebben om een item te maken, daalde van gemiddeld 9,3 uur naar 6,5 uur.
Organisatie
De nieuwe werkwijze had ook gevolgen voor de structuur van de nieuwsredactie van RTV Utrecht. ‘We hadden een structuur met veel lagen', stelt Kramer vast. ‘Je had een chef nieuws, planners, een overkoepelende eindredactie voor radio, televisie en internet, eindredacteuren voor radio en tv apart, en dan natuurlijk bureauredacteuren, verslaggevers, cameramensen en editors. We werken nu multimediaal, met vier eindredacteuren die elk een vaste groep camjo's aansturen. Daardoor krijgen de mensen een thuisbasis, hoewel ze alleen op pad gaan. Regelmatig wordt er met de groep overlegd, even buiten het dagelijkse werk om, zodat je je bijvoorbeeld samen kunt bezinnen op wat we doen, en wordt er samen gegeten. Zo ontstaat er toch een teamgevoel. Daarnaast hebben we een VJ-coördinator aangesteld, die met de medewerkers kijkt naar de technische kwaliteit van hun items. Zo blijven we scherp en houden we de kwaliteit hoog.'
De inhoudelijke kwaliteit wordt onder meer bewaakt via een soort journalistieke standaard, een lijst van eisen waaraan items moeten voldoen en die alle camjo's hanteren. ‘TNO heeft die criteria voor één soort item beschreven, namelijk de ‘knipoog' waarmee we de uitzending altijd afsluiten. Die moet bijvoorbeeld altijd een element van tongue in cheek bevatten en mag niet langer dan 2,5 minuut zijn. Voor andere soorten items maken we zelf soortgelijke beschrijvingen, met criteria zoals het toepassen van hoor en wederhoor, geen ‘pakken' in beeld, voldoende duiding bij ingewikkelde onderwerpen enzovoorts. We zijn natuurlijk geen koekjesfabriek, waarbij je met een vast recept werkt dat je exact volgt. Er moet ruimte blijven voor creativiteit, maar je kunt wel een journalistieke maatstaf aanleggen.'
Al met al is Kramer tevreden over hoe de camjoredactie nu werkt. ‘De kwaliteit is over de hele linie vooruit gegaan. Zonder dat de mensen meer werkdruk ervaren. En terwijl de meeste andere regionale omroepen wat terrein verliezen, zijn onze kijkcijfers licht gestegen.'
Bas Nieuwenhuijsen