overig

MCO-directeur Anton Kok: ‘We willen van het gebouw een muzikale hotspot maken’

Vorige maand werd bekend dat het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) aan de Hilversumse Heuvellaan blijft gevestigd. Directeur Anton Kok is volop bezig met plannen om het voormalige VARA-complex uit te bouwen tot een centrum voor kunst en cultuur met een stedelijke en liefst ook regionale functie.

 

Het MCO zou verdwijnen, stond in het regeerakkoord. Maar zoals bekend, na protestacties besloot de ministerraad dat er een subsidie overblijft van 14 miljoen euro. Ook een ander plan, verhuizing van delen van het MCO naar Utrecht en Almere, is van de baan. Tot opluchting van het MCO en de gemeente Hilversum. Kok: ‘Pieter Broertjes, die toen net was aangetreden als burgemeester van Hilversum, heeft zich erg ingespannen om ons hier te houden. Ons gebouw is een rijksmonument met een specifieke functie, dat midden in een villawijk staat. Als dat leeg komt te staan, kun je er niets mee, je kunt het niet goed herontwikkelen tot appartementencomplex of zoiets. De gemeente had er dus belang bij dat we bleven, en zelf wilden we ook niet weg. Als we zouden verhuizen kost dat veel geld. Het pand is niet te verkopen, waardoor we opgezadeld zouden zitten met een hypotheekschuld van 8 miljoen, en daar komen nog verhuiskosten bij, zodat je ongeveer 10 miljoen zou weggooien. Zonde van het geld. Daar komt bij dat we hier over unieke faciliteiten beschikken. Internationaal vindt men dat we de beste faciliteiten hebben voor repetities en opnamen van grote ensembles. De akoestiek is prachtig. Uit heel Europa komen gezelschappen daarom naar ons toe om opnamen te maken. Daarom hebben we een plan ingediend, waarin onze huisvesting in Hilversum blijft. Daar heeft de minister mee ingestemd.’

 

Hotspot

Dat er een gedeeld belang ligt met de gemeente Hilversum heeft Kok benut voor een nieuw toekomstperspectief. 'We hebben contact gezocht met de gemeente en er bleek een uitstekende match te zijn met Globe, het Hilversumse instituut voor cultuur en muziekeducatie. We willen van het gebouw een muzikale hotspot maken. Ik praat onder andere met de HKU, hun muziekafdeling zou deels bij ons kunnen komen. Er is ook plaats voor bijvoorbeeld het cd-opname bedrijf Polyhymnia, dat nu in Baarn is gevestigd. Die zouden hun registraties zo kunnen doen in onze Studio 5, en we hebben kantoorruimte voor ze. Orkesten zouden gebruik kunnen maken van onze instrumentenopslag en we kunnen ook onderdak bieden aan verwante onderdelen van de publieke omroep, zoals Radio 4 bijvoorbeeld.’

Waar het om gaat, vindt Kok, is de bestaande faciliteiten optimaal te benutten. ‘Wij konden dankzij de schaalvoordelen die we hadden hoge kwaliteit leveren tegen een lage overhead. Door de nieuwe bezuinigingen raken we dat als MCO kwijt. Maar je kunt die schaalvoordelen terugkrijgen als je het gebouw optimaal benut, in combinatie met nieuwe huurders dus. Het MCO blijft in zijn huidige vorm niet bestaan. Maar op deze manier kunnen we zoveel mogelijk waardevolle elementen behouden.’

 

Synergie

‘Gezamenlijke benutting van de huisvesting biedt ook synergie, inhoudelijke voordelen’, legt Kok uit. ‘Denk bijvoorbeeld aan muziekeducatie. Ik heb zelf zeven jaar lang pianoles gehad, alleen in een hok met een leraar. Daar was ik op een gegeven moment klaar mee, want je wilt samen met anderen spelen. Daar worstelen veel muziekscholen mee. Hier zou dat geen enkel probleem zijn, alle faciliteiten zijn aanwezig om in groepen te spelen. Muziekstudenten kunnen zo binnenlopen bij de repetities van onze ensembles. Dat is uniek, dat biedt een vergezicht op de uitvoeringspraktijk van topmusici. Ik ben ervan overtuigd dat dit de toekomst is voor het muziekonderwijs. Samen spelen heeft eeuwigheidswaarde.’

Een mooi perspectief voor het door de bezuinigingen zwaar getroffen MCO, en zeker geen fata morgana. Kok: ‘Globe kan al in augustus bij ons intrekken. We zijn aan het bekijken hoe we dat precies vormgeven. Daarnaast zijn we bezig met plannen voor de toekomst van de ensembles. Het overleg daarover met de publieke omroepen is nog aan de gang.’

 Bas Nieuwenhuijsen

Foto: Hans Verwoerd