
Schrijver en presentator Abdelkader Benali is vanaf 26 februari te zien op Nederland 2 met de tweede reeks van zijn literaire programma Benali Boekt (NTR). ‘We vertellen niet het verhaal van het boek, maar het verhaal óver het boek.’
‘Het is een thematisch programma’, vertelt Benali. ‘We hebben zes boeken gekozen die de manier waarop je naar bepaalde zaken kijkt, hebben veranderd.’ Om te beginnen is dat Turks Fruit van Jan Wolkers, verder komen aan bod Een vlucht regenwulpen van Maarten ’t Hart, De Renner van Tim Krabbé, De Tweeling van Tessa de Loo, Eenzaam Avontuur van Anna Blaman en Hersenschimmen van Bernlef. Benali: ‘Door Een vlucht regenwulpen zijn veel mensen zich bewust geworden van hun geloofsachtergrond en de spanning tussen groep en individu. Het heeft de omgang met religie veranderd. Turks Fruit heeft een idee over de tragische liefde opgeleverd, over seksualiteit, en het heeft een tijdsbeeld van de jaren zestig vastgelegd. Bij De Tweeling vragen we ons bijvoorbeeld af in hoeverre dat boek het denken over Duitsland en de Duitsers heeft veranderd. Het uitgangspunt van Tessa de Loo was een boek schrijven over hoe wij naar elkaar kijken, en dat verpakken in het dramatische gegeven van tweelingzusters. Het metagegeven gaat over vooroordelen, vijandbeelden. Hersenschimmen van Bernlef, over een man die dementeert, doorbrak het taboe dat op dementie rustte. Veel mensen zien het als non-fictie, aar het is fictie, een werk van de verbeelding. We hebben zijn roman getoetst aan de wetenschap. Het proces dat hij beschrijft, blijkt overeen te komen met hoe het ook werkelijk verloopt. Zonder dat hij dat wist. De Renner was het eerste boek waarin sport een literair thema is. Het gaat over competitie, mannelijkheid, afzien, winnen, verliezen: alle thema’s van een Shakespeareaanse tragedie. Het was het eerste boek dat ik las dat jongensdromen serieus neemt, waarin niet wordt gerelativeerd over sport. Dat sprak mij aan, ik kreeg er een idee door van de tragiek en heroïek van de wielersport.’
Focussen
Benali zoekt in het programma naar het drama achter het verhaal dat het boek vertelt. ‘Het boek achter het boek. Hoe is het tot stand gekomen, wie waren inspiratoren, klopt bijvoorbeeld het beeld dat Bernlef schetst van dementie met de wetenschap? We gaan dus niet uit van de vertelling, die kunnen mensen zelf lezen, maar we benaderen het vanuit de betekenis. Dat proberen we te ‘verfilmen’, we plaatsen het in zijn tijd en sociale context, zodat de kijker het beter begrijpt en waardeert.’
Benali doet dat door middel van interviews met auteurs en andere mensen die voor de wording van het boek belangrijk waren, voice over teksten en archiefmateriaal. ‘Met Jan Wolkers kunnen we niet meer praten, maar met zijn vrouw wel. En zijn eerste liefde, die model stond voor Olga in Turks Fruit, praat voor het eerst op tv. We proberen zo dicht mogelijk op het onderwerp te zitten door zoveel mogelijk primaire bronnen te interviewen.’
Om zo dicht mogelijk bij de kern te komen, moet je je goed voorbereiden, zegt Benali. ‘Focussen, zodat je meteen kunt doordringen tot de kern, dat iemand durft te vertellen hoe het echt zit. En je moet je inlezen, ik lees alles. Van de eerste serie van Benali Boekt heb ik veel geleerd. Televisie is een ongrijpbaar medium, het is een business waarin je snel moet leren door het te doen, anders red je het niet. Ik was toen veel meer dan nu bezig met het presenteren. Je moet anticiperen, filteren, kennis omzetten in vragen, het is zo complex. Dat kun je niet uit een boek leren. Het helpt wel dat ik zelf schrijver ben, dan hoef je het over veel aspecten van het schrijfproces niet te hebben. Dat kun je overslaan en meteen een andere laag aanboren. Het moeilijkste vind ik om harde vragen te stellen, tegen iemand ingaan. Ik wil geen klootzak lijken. Het mooiste is, als je voelt dat iemand iets te vertellen heeft, maar zelf nog niet in de gaten heeft dat dat zo is, en dat je dat dan kunt triggeren. Het is geen strategie, maar heeft te maken met gezichten kunnen lezen, nieuwsgierigheid tonen, mensen op hun gemak stellen, je kwetsbaar durven op te stellen, humor uitstralen. Verbazing, ontroering, ontdekking, stiltes: dat werkt. Een goede presentator beheerst de drie belangrijkste leestekens: komma, punt en vraagteken. Daarom is Matthijs van Nieuwkerk bijvoorbeeld zo goed, hij kan uitstekend fraseren.’
Cerebraal
Benali heeft ook veel geleerd van zijn vriend, collega schrijver en presentator Michaël Zeeman, die in 2009 overleed. ‘Hij maakte in mijn ogen een bijna perfect boekenprogramma. Hij had een eigen aanpak, kon goed luisteren, maar nam altijd de leiding in het gesprek. Hij regisseerde zijn interviews.’
Boekenprogramma’s zijn zelden kijkcijferhits, en een plek op zondagavond om 19.50, als concurrent van het Journaal en de sport, zal het bereik ook niet omhoogstuwen. Het deert Benali niet. ‘Het is juist een prachtige plek! Niet iedereen kijkt naar het voetbal, ons publiek weet ons wel te vinden. Toen Doeschka Meijsing overleed is mijn gesprek met haar herhaald. Ik werd daar veel over aangesproken, zelfs op straat aangeklampt door mensen.’
‘Cultuur op televisie is vaak ernstig, zwaar. Boekenprogramma’s zijn meestal te cerebraal. Een boek zit in je hoofd, televisie op je netvlies. Als je een boek leest, sluit je je af van de wereld, maar tv kijken doe je met anderen. Dat verdraagt elkaar slecht, kijkers denken vaak: hé, dat is helemaal niet het boek zoals ik het in mijn hoofd heb. Er is een soort intimiteitsverlies. Wij gaan uit van de betekenis van het boek, niet van het verhaal. We zitten op het snijvlak van oral history, human interest, literatuur.’
‘Ik ben meer schrijver dan journalist’, zegt Benali over zichzelf. ‘Ik vertel een verhaal, vanuit een narratieve structuur. Daarmee wil ik mijn steentje bijdragen, een programma maken dat je moet zien. Cultuur moet op televisie blijven, anders verdwijnt het.’
Bas Nieuwenhuijsen
Foto: Lilian van Rooij