Geprofileerde journalistiek was dit jaar het onderwerp van een debat, georganiseerd door het Katholiek Instituut voor Massamedia (KIM), tussen Jan Tromp (de Volkskrant) en Irene Costera Meijer (hoogleraar Journalistiek aan de Vrije Universiteit). De sprekers kwamen met scherpe standpunten, maar leken het uiteindelijk vooral met elkaar eens.
Tromp hield als inleiding op het debat een prikkelend en persoonlijk getint verhaal, waarin hij onder meer inging op het debacle van het programma Uitgesproken, korte tijd gemaakt door VARA, EO en WNL. Het was voortgekomen uit een discussie over de vraag of de actualiteitenrubrieken van de publieke omroepen wel voldoende de pluriformiteit van de samenleving en het publieke omroepbestel lieten zien. NPO-bestuursvoorzitter Henk Hagoort opende indertijd die discussie met de stelling, dat de grote actualiteitenrubrieken van de publieke omroep ‘drie keer de Volkskrant’ waren. Hagoort wilde daarmee niet zeggen dat de toenmalige programma’s NOVA, EenVandaag en Netwerk alle drie links waren, maar dat ze teveel op elkaar leken, en hij had gelijk, zei Tromp.
Kranten en omroepen hebben zich ontworsteld aan de verzuiling, ze zijn professioneler en breder geworden, aldus Tromp, en dat brengt het risico met zich mee dat ze eenheidsworst worden. Het is niet de bedoeling dat ze zich profileren door de manier waarop ze nieuws en achtergronden behandelen, feiten zijn immers feiten, vond Tromp. Hun DNA kunnen ze wel tonen door middel van hun onderwerpkeuze: zo heeft bijvoorbeeld de Volkskrant, geworteld in de emancipatie van katholieke arbeiders, een antenne voor ongelijkheid.
Uitgesproken was een mislukking, constateerde Tromp, omdat het slecht was voorbereid. Het was eigenlijk drie programma’s die in één format en één decor waren gestopt. Tromp keerde zich ook tegen het woord profilering zelf, in zijn ogen een foute term die beter kan worden vervangen door het begrip pluriformiteit. Profilering riekt naar ideologie, drammerigheid, het eigen gelijk willen bevestigen. Maar voor Uitgesproken was het te laat om nog iets te veranderen.
Begrijpen
Ook Costera Meijer greep terug op de discussie over profilering van actualiteitenrubrieken die Hagoort destijds heeft ontketend. Volgens haar had de NPO-voorzitter vooral de democratische missie van de journalistiek voor ogen. Media bieden informatie, helpen mensen keuzes te maken en geven de democratie ook gestalte. Ze betrekken de burger bij democratisch relevante ontwikkelingen, een maatschappelijke functie waarbij het van belang is je af te vragen welke groepen je bereikt. Hagoort wilde dat de publieke omroep meer dan alleen een bepaalde segment 50-plussers bedient, aldus Costera Meijer. De bij de discussie betrokken journalisten hadden nogal wat twijfels: ging de publieke omroep zo niet terug naar de verzuiling, en zou Wilders niet een nog groter podium krijgen? Journalisten delen in het algemeen een aantal kernwaarden, zoals onafhankelijkheid, een kritische houding en waarheidsvinding. Op dit punt is sprake van een kwaliteitsconvergentie, zoals Tromp eerder op een iets andere manier al signaleerde.
De rubriek Uitgesproken kreeg als opdracht onder meer het bieden van urgente onderwerpen, kwaliteit en een goede mix van nieuws en achtergronden. Maar hoewel het publiek het opniërende karakter van de rubriek herkende, voldeed het programma voor veel kijkers niet. Er zou te weinig ruimte zijn voor andere meningen. De kijkcijfers bleven achter en er werden geen nieuwe publieksgroepen bereikt, en zo werd Uitgesproken een mislukte poging om met oude oplossingen uit de verzuiling nieuwe problemen op te lossen, vond Costera Meijer.
Op basis van onderzoek kwam ze met een reeks aanbevelingen van kijkers, die dichtbij de kernwaarden lagen die journalisten al delen. Ook het publiek waardeert onafhankelijkheid, een kritische houding en waarheidsvinding. Mensen willen verder dat journalisten hun vraagstukken serieus nemen en dat recht wordt gedaan aan de ervaring van het publiek. Verhalen moeten wel kloppen, als ze uit eigen kennis en ervaring weten dat een verhaal slordig of fout is, gaan ze zich afvragen hoe dat dan zit met onderwerpen waarvan ze veel minder weten. Bovenal willen mensen zaken begrijpen, via bijvoorbeeld een gedegen analyse en uitleg. Ze krijgen liever ervaringen voorgeschoteld dan meningen en er mag veel variëteit zitten in vertelvormen en genres. Costera Meijer wees erop dat zo’n zelfbewuste houding van de consumenten relatief nieuw is en van redacties een ‘empathische smaakomslag’ vraagt, waarbij journalisten zich meer verplaatsen in de positie van de kijker, luisteraar, internetgebruiker of lezer.
Perspectief
In de discussie die op de inleidingen volgde, deden beide sprekers hun best om een ander geluid te laten horen. Het perspectief van de gebruiker is nuttig, maar niet meer dan dat, want journalistiek is gewoon een vak, betoogde Tromp. Veel van wat hij had gehoord, is al journalistieke praktijk. En in de praktijk blijkt het publiek verhalen van bijvoorbeeld journalisten die een tijd in een probleemwijk gaan wonen nauwelijks te lezen.
Geen wonder, antwoordde Costera Meijer, want die verhalen gaan vooral over de ervaringen van de journalisten en dat is niet het perspectief van de bewoners.
Dat lokte vanuit de zaal de opmerking uit, dat de media al veel te veel meningen de wereld in helpen. Precies wat ik al zei, aldus Costera Meijer, mensen zijn meer geïnteresseerd in ervaringen.
De zaal wilde verder weten of het publiek ook bereid te betalen voor kwaliteitsjournalistiek. Costera Meijer zei, alweer op basis van onderzoek, dat mensen sensatie niet echt belangrijk vinden en zich daardoor bij hun keuzes niet laten leiden. Ze willen vooral iets leren, de wereld begrijpen.
Tromp vertelde dat hij een aversie bespeurt tegen ‘institutioneel’ nieuws. Mensen zouden bijvoorbeeld over de conflicten in de schoonmaakbranche niet iemand van de Sociaal Economische Raad willen horen, maar liever de schoonmakers die protesteren. Costera Meijer bestreed dat, volgens haar wil het publiek allebei, mensen willen immers vooral begrijpen wat er speelt. En daarmee bleken de inhoudelijke verschillen tussen de sprekers kleiner te zijn dan hun formuleringen eerst deden vermoeden. De kernwaarden die Tromp onder journalisten ziet, blijken in grote lijnen ook bij het publiek te leven.
Bas Nieuwenhuijsen