Muziek componeren voor mediaproducties is een aparte tak van sport, zeker in een tijd waarin de budgetten onder druk staan en de muziek soms het sluitstuk van de productie is. ‘Wij zijn meer dan een leverancier’, vinden componisten en muziekproducenten zelf.
Muziek schrijven en produceren voor film, televisie, games en andere mediaproducties is een vorm van toegepaste kunst, vindt componist Than van Nispen tot Pannerden. Hij is verbonden aan Muziekinstituut MultiMedia (MIMM), een brancheplatform. In 2009 heeft hij met enkele voormalige studievrienden van de HKU, waar hij inmiddels lesgeeft, het bedrijf GreenCouch opgericht, waarmee hij tal van projecten heeft gedaan, van muziek bij de art game Dinner Date van Jeroen Stout tot het maken van een compositietool voor kinderen voor de NTR. ‘Wat je maakt, staat ten dienste van de productie waarvoor je het componeert’, zegt hij. Dat blijkt ook de heersende opvatting onder de deelnemers aan een middag over Music ‘n’ Television, die vorige week werd georganiseerd door de Rotterdam Media Commission. De bijeenkomst begon met het beluisteren van demo’s, die van commentaar werden voorzien door een panel van mensen uit de industrie. Rode draad in de opmerkingen: roept de muziek beelden op en past dat bij elkaar? Sommige componisten lieten ook vrij werk horen, maar ‘multimedia’ muziek, zoals het wordt genoemd, is toch vooral afgestemd op het verhaal dat met beelden wordt verteld.
Van Nispen tot Pannerden: ‘Het is een opdracht-cultuur. Je moet bereid zijn je werk aan te passen, het is soms: Kill your darlings. Toch heb je als componist wel een eigen inbreng. Soms moet je die een beetje bevechten, maar als jouw ideeën worden gewaardeerd en aansluiten bij wat de opdrachtgever wil is het goed. Voor Dinner Date bijvoorbeeld dacht Jeroen Stout eerst aan minimal music. Ik heb een aantal compositieschetsen gemaakt met meer jazzy elementen. Dat vond hij toch mooier, het is onderdeel geworden van de spelwereld.’
Commercieel
Dat je je als componist aanpast aan de mediaproductie waar je voor werkt is niet erg, maar juist een kwaliteit, vinden Joost Griffioen en Stas Swaczyna, die in 2009 samen het Hilversumse muziekbedrijf The Rocketeers startten in een oude studio aan de Kievitstraat. Zij doen projecten van compositie tot en met de mixage. ‘We zijn gespecialiseerd in radiojingles en idents en hebben voor alle grote Nederlandse stations gewerkt’, vertelt Griffioen. ‘Voor televisie maken we onder meer leaders voor muziekprogramma’s en werken we voor talentenshows, waaronder twee seizoenen Popstars.’ ‘Daarvoor hebben we alle muziek gemaakt voor de kandidaten’, vult Swaczyna aan. ‘Het zijn bestaande liedjes, die we aanpassen. Andere toonsoort, andere lengte, dat soort wijzigingen. Het is eenvoudiger om de muziek helemaal opnieuw te maken, dan om een bestaande uitvoering te veranderen.’
Griffioen: ‘Het is commerciële muziek waar een deadline aan vastzit. We maakten voor Popstars twaalf platen in een week! Superleuk om te doen, je leert er veel van en je moet jezelf bewijzen. Commercieel is voor veel mensen een vies woord, maar het is muziek die zoveel mogelijk mensen mooi vinden. Het heeft een lage storingsfactor. Zeker voor radio is dat belangrijk, want daarbij is geen beeld om het te compenseren. Bij televisie luistert het allemaal wat minder nauw, want mensen raken afgeleid door het decor, de lampen, dansers, presentatoren die er doorheen praten enzovoort.’
Partner
Ook Van Nispen tot Pannerden heeft weinig moeite met de opdracht-cultuur waarin hij vaak werkt. ‘Soms vind je zelf iets heel mooi, maar past het gewoon niet bij de scène. Maar dat afgekeurde materiaal kun je vaak ergens anders wel weer gebruiken.’
Hij heeft ook wel eens grote vrijheid bij projecten. ‘Dat hangt van de opdrachtgever af, sommige films en games hebben hoge artistieke ambities, waarbij we meer ruimte hebben.’, Maar vaak hebben opdrachtgevers duidelijke wensen. ‘We hebben mee gewerkt aan de muziek voor de film In the Name of the King 2, Two Worlds van regisseur Uwe Boll. De regisseur wilde dat zoveel mogelijk elementen uit de muziek, die voor deel 1 was geschreven, zou worden hergebruikt.’
The Rocketeers zijn graag betrokken bij de producties waaraan ze meewerken, maar zeker in deze tijd, waarin budgetten vaak onder druk staan, komt het daar niet altijd van. ‘We zijn bij bijvoorbeeld Popstars meer dan een leverancier’, vindt Swaczyna. ‘We maken echt deel uit van het creatieve team van zo’n programma. We denken mee over de opening, het geluid, de voice-overs en noem maar op. Jammer genoeg is dat niet altijd zo, audio is soms echt een sluitpost, dan kan je op het laatste moment pas aan de slag.’
Echt
Muziek leveren bij mediaproducties is een aparte discipline, vindt Van Nispen tot Pannerden.
‘Muziek werd bij Buma/Stemra altijd gezien als: ernstig, liedje en jazz. Maar multimedia-muziek paste daar niet altijd in. Sinds kort wordt de beroepsvereniging voor componisten multimedia (BCMM) dan ook als aparte beroepsgroep en diens muziek als apart genre erkend door Buma/Stemra. Een groot deel van de muziek die mensen tegenwoordig horen, is voor mediaproducties gemaakt. Film, televisie en games hebben allemaal hun eigen esthetiek, al overlapt het elkaar wel. Filmmuziek is historisch gezien doorontwikkeld vanuit de Romantiek, denk bijvoorbeeld aan het gebruik van een leitmotiv. Het biedt consistentie in de ondersteuning van het verhaal.’
Van Nispen tot Pannerden maakt zijn muziek vooral met de computer, onder meer door samples te gebruiken. ‘Het liefst gebruik ik een echte instrumentalist, ik werk bijvoorbeeld veel met een violist die partijen op verschillende manieren kan inspelen met verschillende microfoonplaatsingen, waardoor het uiteindelijk klinkt als een hele strijksectie. Met een echte violist krijgt de muziek een organische klank, ook al bestaat het verder vooral uit samples.’
‘Wij hebben een herkenbare, eigen signatuur vind ik’, zegt Griffioen. ‘Onze muziek is echt, komt niet uit een doosje, maar is integer en heeft kwaliteit. We werken met goede muzikanten. Die worden apart, droog opgenomen en daarna gaan we aan de gang om alles zo mooi mogelijk te laten klinken. Daarvoor werken we onder meer met een analoge 32 sporen mengtafel, ouderwets, en met moderne software.’ ‘We hebben geen geld om bijvoorbeeld het Metropole Orkest in te huren’, voegt Swaczyna toe. ‘Maar bij ons staat de muzikaliteit wel altijd voorop.’
Swaczyna: ‘Muziek maken bij grote shows op tv vind ik erg leuk. Daarvoor geldt: hoe gekker, hoe beter. Veel blazers, een groot effect, de muziek geeft je een gevoel van grootsheid. Ik zou graag ooit nog eens iets willen doen in de filmische hoek.’
Bas Nieuwenhuijsen