achtergrond

Handhaving nieuwe regels VoD zijn een uitdaging

Aanbieders van commerciële Video on Demand diensten moeten zich sinds kort laten registreren bij het Commissariaat voor de Media. Om consumenten en kinderen te beschermen en een level playing field te scheppen.

 

‘Video on Demand diensten zijn voor ons een relatief nieuw onderwerp’, zegt beleidsadviseur Rutger Fortuin van het Commissariaat, die zich als projectleider in de materie heeft verdiept. ‘De nieuwe regels die op 1 november van kracht zijn geworden, vinden hun oorsprong in de Europese richtlijn voor televisie. Ze  geven een nadere uitwerking voor de Nederlandse VoD-aanbieders. Op Europees niveau zijn minimumregels afgesproken, die in alle lidstaten gelden. De lidstaten kunnen vervolgens zelf aanvullende maatregelen nemen, als ze dat nodig vinden. Voor het eerst is de traditionele definitie van televisie losgelaten, en is er ook gekeken naar vormen van Video on Demand.’

 

Maatstaven

Niet alle diensten die gebruik maken van video vallen over het nieuwe toezicht van het Commissariaat. Fortuin: ‘We hebben een aantal criteria aangelegd. De regels gelden kort gezegd voor partijen die het aanbieden van VoD-diensten als hoofddoel hebben. Het moet gaan om massamediaal aanbod, waarmee geld wordt verdiend, en waarvoor de aanbieder de redactionele verantwoordelijkheid heeft. De exacte criteria staan uitgelegd op onze website www.cvdm.nl. Hier is ook het aanmeldformulier te vinden.’

Heldere maatstaven, vindt Fortuin, die zijn gericht op toezicht op commerciële, professionele aanbieders van enige omvang, zoals commerciële omroepen en online videotheken binnen de Nederlandse jurisdictie. ‘Het gaat ons dus niet om partijen die een filmpje online zetten bijvoorbeeld als handleiding voor een apparaat, want voor zulke aanbieders is het videomateriaal bijzaak. We kijken ook niet naar een particulier op een zolderkamer die zijn vakantiefilm wil uploaden. Ook een buurtkerk die een dienst online zet of de lokale amateurvoetbalclub die wedstrijdbeelden aanbiedt vallen hier buiten.’

‘Voor de publieke omroepen hebben de nieuwe regels geen gevolgen’, legt Fortuin uit, ‘omdat er voor hen al strengere regels golden voor diensten op aanvraag zoals Uitzending Gemist. De aanmelding van publieke on demand diensten is ook op een andere manier geregeld.’

Door commerciële partijen aangeboden YouTube kanalen kunnen in beginsel wel onder mediawettelijk toezicht vallen, omdat zij aan de criteria voldoen en als directe concurrenten van commerciële omroepen kunnen opereren. Voor losse YouTube video’s is dat anders. ‘YouTube zelf draagt niet de redactionele verantwoordelijkheid voor het materiaal dat mensen uploaden’, zegt Fortuin. ‘YouTube kan videobeelden wel verwijderen, maar selecteert niet echt in de user generated content die mensen aanbieden en zelf voorzien van beschrijvingen en dergelijke. Ook RTL Gemist hoeft waarschijnlijk niet bij ons te worden geregistreerd, omdat deze VoD dienst net als de Nederlandse RTL televisiezenders onder Luxemburgs toezicht valt.’

 

Bescherming

De nieuwe regels voor VoD-aanbieders hebben verschillende doelen, vertelt Fortuin.  ‘Bescherming van kinderen tegen ernstig schadelijke beelden, bescherming van de consument tegen commerciële beïnvloeding door bijvoorbeeld sluikreclame en het scheppen van een level playing field tussen commerciële aanbieders. Om te voorkomen dat minderjarigen ernstig schadelijke beelden kunnen zien, zijn aanbieders verplicht om materiaal af te schermen, zodat je er als volwassene alleen met bijvoorbeeld een wachtwoord bij kunt. Een adviescommissie van deskundigen beoordeelt welk materiaal ernstig schadelijk kan zijn. Voor VoD-diensten geldt een lichter reclame regime dan voor traditionele televisie, maar ook hier gelden regels voor product placement en is onder meer sponsoring van nieuws en kinderprogramma’s verboden.’

Maar als grote aanbieders buiten de regeling blijven omdat ze geen redactionele verantwoordelijkheid dragen of buiten Nederland zijn gevestigd, kan er dan wel sprake zijn van een level playing field? Fortuin denkt het wel. ‘Je moet dit zien in een Europese context. Lidstaten mogen bijvoorbeeld aanbieders van buiten de EU zwaardere regels opleggen, als ze dat willen. Dat kan ertoe leiden dat die aanbieders zich in Europa gaan vestigen, om grotere rechtszekerheid te krijgen. Ik heb begrepen dat bijvoorbeeld het Amerikaanse Netflix van plan is om in Luxemburg zijn Europese hoofdkwartier op te zetten.’

 

‘Keurmerk’

Aangezien het om internetactiviteiten gaat, lijkt handhaving van de nieuwe regels een uitdaging. Toch is het Commissariaat niet bang dat een en ander een papieren tijger zal blijken te zijn. ‘Wij hebben wel degelijk tanden en kunnen sancties zoals boetes opleggen als dat nodig zou zijn. Maar daar gaat het nu niet om. We zijn in gesprek met de branche over de regels, geven voorlichting en willen voorkomen dat er problemen ontstaan doordat de registratieplicht en de regels de aanbieders rauw op het dak zouden vallen.’

‘We doen dit stap voor stap, te beginnen met het aanmelden van de VoD-diensten. Wij denken dat tussen de honderd en tweehonderd aanbieders onder de regels vallen, maar een aantal partijen zal ongetwijfeld nog niet bij ons bekend zijn.  Het ontwikkelt zich heel snel, wie nu het commercieel aanbieden van video bijvoorbeeld niet als hoofddoel heeft, kan zich daar straks wel op richten. Denk aan bedrijven zoals kranten. Het toezicht hierop is voor ons een nieuwe, extra taak, waarvoor we aanvullende middelen krijgen.’

De contacten met de branche zijn goed, vindt Fortuin, en de rol van het Commissariaat wordt gerespecteerd. ‘We hebben van sommige aanbieders zelfs te horen gekregen dat ze ons toezicht als een soort erkenning zien die ze bij wijze van keurmerk kunnen gebruiken. We hebben om deze reden een ‘onder toezicht van het CvdM’ logo ontwikkeld dat deze diensten mogen voeren.’

 

Bas Nieuwenhuijsen