‘Experimenteren, ondernemen met nieuwe vormen van media is een rode draad in mijn werk’, zegt William Valkenburg na ruim 25 jaar in de omroepwereld. Hij vertrekt als directeur Internetcoördinatie en Innovatie & Nieuwe Media van de NPO, maar echt weg uit de mediawereld is hij niet. ‘Ik wil mensen die in zorginstellingen wonen een internetconnectie gaan bieden.’
Hij begon zijn loopbaan bij Veronica. ‘Dat zat toen in het publieke bestel’, vertelt Valkenburg. 'Ik kwam als stagiair van de School voor de Journalistiek bij Veronica Nieuwsradio. Dat was een format naar Amerikaans voorbeeld en dat deed aanvankelijk veel stof opwaaien. Toch heeft het de programmering van Radio 1 in die tijd flink helpen vernieuwen.’ En daar hield de vernieuwing niet mee op voor Valkenburg, integendeel. ‘Ik was bij Veronica ook betrokken bij de eerste experimentele satelliet radio-uitzendingen, in 1988 vanaf de Firato in de RAI. Er werd destijds geëxperimenteerd met satelliet tv, Europa TV, en voor dit radio-experiment werd een audiokanaal vrijgemaakt. Met een schotel, opstralen en kijken of het werkte. Eigenlijk kun je zeggen dat experimenteren, ondernemen met nieuwe vormen van media vanaf het begin een rode draad in mijn werk is geweest.’
Hij zette dat voort bij de VARA, waar hij opnieuw voor Radio 1 werkte en vijf jaar eindredacteur was van Kassa op tv. ‘Toen raakte ik geïntrigeerd door de mogelijkheden online en mocht ik de eerste internetafdeling van de VARA oprichten. We deden spannende projecten, zoals interactieve programma’s maken tijdens het Oerol festival op Terschelling. We zochten naar crossovers tussen radio, televisie en internet, probeerden nieuwe formats uit. Na tien dagen op het eiland waren we onszelf wel tegengekomen, maar hadden we ook veel geleerd over hoe die verschillende media zich tot elkaar verhouden. Veel van die experimenten hebben later hun beslag gekregen toen ik bij de NOS/NPO zat. Denk maar aan radio met webcams erbij, interactief met het publiek werken.’
Uitzending Gemist
Bij de NOS (later NPO) werd Valkenburg onder meer verantwoordelijk voor de portal Omroep.nl. ‘Tien jaar geleden was dat een sterke portal, die zwaar leunde op het succes van Teletekst. Dat kon naar mijn idee niet lang duren. De core business van de publieke omroep is het maken van programma’s, dus vond ik dat video on demand de centrale ingang tot onze content moest worden. We hadden daarbij het geluk dat er twee contracten lagen die van beslissende betekentis waren: eentje met het NOB over de digitalisering van programma’s, en eentje met Buma/Stemra over de rechten. Programma’s digitaliseren kon destijds bijna niemand, dat was heel ingewikkeld. En als je de rechten niet hebt geregeld, kun je niets.’
Valkenburg bracht het bij elkaar en lanceerde een nieuwe dienst: Uitzending Gemist. ‘Voor de omroepen was dat heel interessant, het publiek waardeerde het ook. Uitzending Gemist is een beschrijvende naam, die aangeeft wat het is. Het is snel gegroeid, helemaal na de doorbraak van YouTube. Toen vroegen mensen niet meer wat Uitzending Gemist was, maar waarom een bepaald programma er niet op stond. Het was een soort gewoonterecht geworden.’
‘Het was echt pionieren, we konden het bij niemand afkijken, er waren geen voorbeelden. De problemen die we tegenkwamen, aanvankelijk zaken zoals kosten, hosting en streaming, nu meer het volume, hebben we praktisch opgelost. We hebben er steeds maar een beperkt budget voor gehad en hebben veel zelf ontwikkeld, altijd met het optimale resultaat voor de kijker als doel. De fase van experimenteren is inmiddels voorbij, we zijn nu aan het professionaliseren. Het publiek heeft hogere verwachtingen van ons.’
De kritiek van onder meer uitgevers op online diensten van de publieke omroep ergert hem. ‘Ze maskeren hun eigen gestuntel door tegen de publieke omroep te schoppen. Maar bijvoorbeeld de kabelaars zullen beamen dat Uitzending Gemist hen meer klanten en inkomsten heeft opgeleverd. De internetproviders hebben er ook baat bij gehad, want mensen wilden er meer bandbreedte voor hebben en dus duurdere abonnementen. We hebben de markt dus niet verstoord, maar op gang geholpen.’
Nieuwe media
Teleurstellend vindt Valkenburg het dat de politiek de online-activiteiten van de publieke omroep beperkt. ‘Het is het gevolg van de negatieve sentimenten, de beeldvorming over de publieke omroep. Het is een kortzichtig beleid, de ontwikkelingen gaan steeds sneller. Maar ik vertrouw op de creativiteit en de kwaliteit van de makers. De jongste generatie makers heeft een opstuwende kracht, de ‘nieuwe’ media zijn voor hen helemaal niet nieuw, maar de dagelijkse realiteit. Het zal allemaal nog veel hoofdpijn kosten in vergaderkamers, maar het komt goed. Kijk bijvoorbeeld naar Nederland van boven van de VPRO, dat vooraf heel veel discussie heeft opgeleverd. Ik vind het geweldig dat de makers toch zijn doorgegaan. Het is heel mooie televisie, een andere manier van kijken, met onder andere vernieuwende datavisualisaties.’
‘De televisie zal echt meer met nieuwe media moeten gaan doen. We moeten minder in platforms gaan denken, maar meer in integrale formules, over platforms heen. In therapie van de NCRV is een mooi voorbeeld, waarbij de personages in sociale media worden doorgezet, met interactie. Dat voegt een geheel nieuwe beleving toe aan de serie.’
Valkenburg blijft verder geloven in een vernieuwing van de manier waarop de content wordt (her)gebruikt en aangeboden. ‘Bijvoorbeeld door een thematische doorsnede van de content te maken. Dat doen we op themakanalen, maar ook via portals. We maken bijvoorbeeld doorsneden op gezondheid, geschiedenis, wetenschap. Daar heb je natuurlijk goede metadata voor nodig, maar ook tijd om het publiek aan deze manier van aanbieden te laten wennen. Je moet eerst langdurig hierin durven investeren, dan zal je zien dat het straks gaat vliegen.’
Burgerrecht
Hij verlaat de NPO, maar niet de mediawereld. ‘Dat zit in mijn DNA en zal ik nooit kwijtraken.’ Maar eerst gaat hij iets bijzonders doen. ‘Ik wil mensen die in zorginstellingen wonen een internetconnectie gaan bieden, ouderen, jongeren, gehandicapten, noem maar op. Samen met collega Marcel Mokveld wil ik een stichting oprichten, die ‘Theo is online’ heet. Theo is mijn broer, hij is verstandelijk gehandicapt en woont in een zorginstelling in Friesland. Voor hem heb ik geregeld dat hij kan surfen op internet. Het is in de zorg vaak nog moeilijk om zoiets voor elkaar te krijgen. Het roept allerlei vragen op en men ziet vaak vooral belemmeringen. Veel angst en vooroordelen spelen een rol: kan dat wel, komen bewoners niet op verkeerde sites, moet je ze een webcam laten gebruiken? Maar ik heb gezien wat het voor Theo betekent. Het heeft op hem een enorm positief effect, hij is zelfstandiger, heeft minder verveling en meer welzijn. De instellingen willen allemaal de cliënten een volwaardig leven bieden. Doe dat dan! Internet maakt ze meer maatschappelijk betrokken, biedt ze mogelijkheden voor hobby’s, sociale contacten en plezier. Ik ben altijd bezig geweest met mooie en leuke diensten voor early adopters en het brede publiek, nu wil ik me inzetten om ook deze groepen, als laatsten, online te krijgen. Internet is zo langzamerhand een burgerrecht.’
Bas Nieuwenhuijsen
Foto: Josje Franken