
Hij kon wakker liggen van problemen rond de plaatsing van een programma, tegelijkertijd zal hij de spanning missen. Frank Wiering stapt na vijf jaar uit de hoofdredactie van de VPRO-televisie. ‘Het elan onder de medewerkers is terug’.
Wiering was al vele jaren als televisiemaker actief bij de VPRO toen hij vijf jaar geleden hoofdredacteur werd, eerst samen met Bregtje van der Haak, later samen met Karen de Bok. ‘We zeiden toen tegen de medewerkers: ‘Dames en heren, de vrijblijvendheid verdwijnt’. Ze waren opgelucht. We zeiden ook dat iedereen minstens één keer per maand met een idee moest komen, maar dat ideeën niet per se werden uitgevoerd. Ze konden ook in de prullenmand gaan. Dat geeft niet, dat zegt ook niets over de artistieke waarde ervan. We wilden vooral duidelijk maken dat er een einde was gekomen aan de tijd waarin programmamakers vooral auteursdocumenten maakten voor eigen parochie.’
Die nieuwe koers had succes, vertelt Wiering. ‘We hebben een enorme groei doorgemaakt, we krijgen nu 35 procent meer programma’s geplaatst dan vroeger. Voor de netmanagers van de NPO was de VPRO synoniem met leuke ideeën en slechte kijkcijfers. Dat is veranderd.’
Traditie
De ‘nieuwe’ VPRO is geen breuk met de ‘oude’, vindt Wiering, maar een voortzetting van de traditie van de vrijzinnige omroep. ‘We zijn meer open geworden en richten de blik naar buiten, in plaats van dat we navelstaren. De VPRO heeft altijd voorbij de grens gekeken, ook letterlijk. We hebben altijd veel belangstelling gehad voor het buitenland. De nieuwe reisprogramma’s met bijvoorbeeld Adriaan van Dis zijn aangeslagen, maar de traditie was er al, met onder meer Diogenes en documentaires. Toen ik in de hoofdredactie kwam, was ook het idee voor In Europa er al. Programma’s als Tegenlicht en Metropolis staan ook in die traditie. De wereld is ons werkterrein.’
Daarbij blijft de VPRO zich bewust op bepaalde groepen richten. ‘Wij werken voor een specifiek publiek, de kritische verdiepingzoekers zoals KLO dat noemt. Daarvan zijn er ongeveer 2,5 miljoen in Nederland. Naar onze programma’s kijken overigens ook vrij veel standvastige gelovigen. Het is een publiek dat kwaliteit zoekt.’
Dat geldt ook voor genres zoals drama en humor, vindt Wiering. ‘Beatrix, Schavuit van Oranje, dat is drama van hoge kwaliteit. Daarnaast brengen wij absurdistische humor, met onder meer Draadstaal, Toren C en Omroep Maxim. Geen simpele grappen, maar lastige humor, die je soms pas na een tijdje begrijpt en waardeert. Mijn motto is ‘de VPRO is nooit flauwekul, zelfs als het flauwekul is’. Kenmerkend voor de VPRO is dat we in elk genre programma’s maken, maar wel met smaak en inhoud. Programma’s moeten iets toevoegen aan het publieke belang van de kijkers.’
Serendipiteit
De VPRO heeft bij het maken van programma’s een eigen werkwijze, zegt Wiering. ‘Ik noem dat gestuurd geluk. Daarin speelt serendipiteit een grote rol: je vindt dingen die je niet zocht. Het uitgangspunt is dat we altijd op zoek zijn naar de waarheid. Maar we produceren niet alles tot in de details voor. Zo is er ruimte voor het toeval, voor serendipiteit. Omdat we die ruimte bewust laten ontstaan binnen onze zoektocht, is het geen compleet toeval als je iets bijzonders tegenkomt, maar gestuurd geluk. We hebben samen met de VARA een serie gemaakt over de aanslagen in New York (9/11: De dag die de wereld veranderde, red.). De VARA-mensen zochten gericht naar het complot, de VPRO-makers waren gericht op toevalligheden. Het risico van onze aanpak lijkt groot, want de kans bestaat dat je niets vindt. Maar de ervaring leert dat je altijd wat tegenkomt, je hoeft dus van tevoren niets te verzinnen’
Tuintafel
De ‘nieuwe’ VPRO is een prettige omgeving om in te werken, wat Wiering betreft. ‘Het elan onder de medewerkers is terug’, stelt hij tevreden vast. ‘Het enthousiasme waarmee we vroeger, toen ik begon, programma’s bedachten en snel konden produceren, was weggezakt. Het was allemaal ernstig en kunstzinnig geworden. Nu gaan de gesprekken weer veel meer over ideeën, het is lekker om door het gebouw te lopen en dat te merken.’
Wiering heeft een eigen managementstijl ontwikkeld. ‘Ik zit niet voortdurend in een kantoor, maar heb een tuintafel bij de Gamma gekocht en in de ruimte neergezet. Mensen komen langs en dan praten we over van alles. Het is een georganiseerde chaos. Dat hebben programmamakers en hun creatieve proces nodig. Ik ga niet zeggen dat ik ze aanstuur. We praten over hun ideeën en proberen die een stap verder te krijgen. Het ene verhaal bij de koffieautomaat leidt tot het andere. En uiteindelijk neemt de hoofdredactie een besluit.’
Die methode heeft goed gewerkt vindt hij. ‘Ondanks de veranderingen hebben we iedereen erbij gehouden. Sommigen zijn wel op andere plekken terechtgekomen, en daar tot bloei gekomen, maar niemand is gedwongen ontslagen.’
Jongeren
Hij verwacht dat die werkwijze blijft bestaan. ‘Stan van Engelen, mijn opvolger, is ook een man die veel in de ruimte rondloopt. Hij heeft misschien minder dat chaotische dat ik heb, maar hij weet zich heel goed te omringen met mensen die dat compenseren.’ Van Engelen heeft zijn sporen ruimschoots verdiend bij de VPRO, en was (mede)verantwoordelijk voor onder meer Holland Doc, In Europa en Metropolis. Wiering: ‘We vonden het belangrijk dat de nieuwe hoofdredacteur ruime tv-ervaring had en van binnen het bedrijf kwam. Dat is noodzakelijk voor die georganiseerde chaos hier Wij hebben een eigen cultuur en maken zo’n driekwart van de programma’s zelf. Dat zie je niet in die mate bij andere omroepen.’
Het zou mooi zijn als Van Engelen (37) meer jongeren aan de VPRO kan binden, zegt Wiering. ‘Dat kan alleen met programma’s op Nederland 3, daar hebben we echt een probleem, we krijgen niet genoeg programma’s geplaatst op die zender. De VPRO is daarvoor toch te intellectueel misschien. Ons jongerenplatform Dorst levert ook nog niet genoeg op. Het is een digitaal platform waarvan we hoopten dat het zich zou uitbreiden tot radio en televisie. Maar dat gebeurt te weinig. We moeten met aparte plannen komen voor Nederland 3.’
Wakker
De afgelopen jaren brachten naast successen ook dieptepunten. Wiering: ‘Ik heb jarenlang programma’s gemaakt zonder wakker te liggen, maar dat heb ik als hoofdredacteur wel ingehaald. Het moeilijkst vond ik het als het in de onderhandelingen met de zendermanagers van de NPO niet lukte om programma’s geplaatst te krijgen. Ik begrijp heel goed dat ze moeten kiezen, maar ik kon er echt van wakker liggen.’
Stoppen als hoofdredacteur betekent voor hem niet ophouden met werken. ‘Samen met Jos de Putter ga ik de eindredactie doen van Tegenlicht. De spanning van de hoofdredactie is verslavend, ik zal eraan moeten wennen dat die er niet meer is. Maar ik heb het maken van programma’s gemist. Met tegenlicht willen we ons meer op de toekomst gaan richten. De crisis is niet alleen reden voor somberheid, het biedt ook kansen. Die willen we opzoeken, zonder de Positivo’s uit te hangen.’
Bas Nieuwenhuijsen
Foto: Leendert Jansen