Columns

Linssen: Nederland TV-Gidsland

Nederland wordt al jaren neergezet als de ideale Europese testmarkt. Toen ik afgelopen juni Ruud Hendriks interviewde voor het Mediapark Jaarcongres, vertelde hij dat al in de jaren 70 platenmaatschappijen eerst hun singles in Nederland uitbrachten en dat als een song hier een hit werd, dat een garantie was voor succes in de rest van Europa. Zo zouden artiesten als U2, Joe Cocker en Grace Jones dankzij hun succes in Nederland de rest van de wereld hebben kunnen veroveren. De internationale toegankelijkheid van TV-formats van Endemol, Talpa en Eyeworks wordt toegeschreven aan het specifieke karakter van het Nederlandse publiek: na het veroveren van de kille Hollandse harten, zou wereldwijd succes zo goed als gegarandeerd zijn. En misschien is het gewoon waar: Nederland is met de VS en de UK immers de ontwikkelaar van de meest succesvolle televisie formats ter wereld: Big Brother, in Nederland al lang toegevoegd aan de TV-geschiedenis, is wereldwijd nog volop in productie. The Voice is inmiddels verkocht in meer dan dertig landen.

Hebben we dan in Nederland werkelijk zo’n buitengewoon scherpe neus voor wat aanslaat bij een groot publiek? Of is het iets anders?

 

Ik denk dat het te maken heeft met ons collectieve gebrek aan nationale identiteit en trots. We vinden de Nederlandse literatuur niet de mooiste ter wereld, zoals de Fransen dat wel vinden. Wij claimen niet dat we de beste denkers hebben voortgebracht, zoals de Duitsers dat doen. En we zien onszelf niet als de ultieme ondernemers-natie, zoals de Amerikanen dat doen. Nederlanders zetten zichzelf nooit bovenaan een lijstje. We vinden een doorsnee BBC programma beter dan de beste Nederlandse documentaire. Als je in Nederland succes wil hebben, dan moet je claimen dat je het elders gemaakt hebt. Zet “De hit musical van Broadway” op je poster en het Nederlandse publiek komt graag kijken, ook al had speelde je off-off-Broadway voor een halflege zaal.

Waarom kijken we toch altijd zo naar het buitenland? Waarom zetten we ons niet wat meer in de spotlights?

 

Misschien moet je soms afstand nemen om weer eens te zien wat er dan zo geweldig is. Ik had vorige week zo’n moment toen ik met een handelsdelegatie in Manchester was. Daar is met veel overheidsgeld en een hoop goede wil, MediaCityUK gebouwd, een spiksplinternieuw mediapark in een oud havengebied aan de rand van de stad. Fonkelnieuwe kantoren voor zo’n 2500 BBC-ers, 1000 ITV’ers gecombineerd met studio’s, een hotel, een media-universiteit en wat winkels en horeca. De langstlopende Britse soap, Coronation Street, zal zelfs in 2012 gaan verhuizen naar deze nieuwe locatie. Ik had me er veel van voorgesteld. Als je toch voor 650 miljoen pond zo’n gebied kunt inrichten, dan moet het wel iets bijzonders zijn. Maar hoewel het er prachtig uitzag, de kantoren modern en ruimtelijk oogden en de metro naar Manchester voor de deur stopte, er ontbraken toch een paar dingen. Creativiteit en sfeer, bijvoorbeeld.

 

In een tijd waarin de grootse, industrieel opgezette mediabedrijven steeds meer concurrentie hebben gekregen van kleine, wendbare en goed gefocuste tegenspelers, vond ik MediaCityUK een laatste stuiptrekking van de ‘oude’ media. Geen bedrijfsverzamelgebouwen, waar grote en kleine bedrijven door elkaar gevestigd kunnen zijn. Geen broedplaats, geen rommelzolders, geen koffietentje waar het gezellig zitten is.

Nee, dan is dat lelijke, onbereikbare Hilversumse MediaPark van ons zo gek nog niet. Bij ons gaan oude en nieuwe media, publiek en privaat, hand in hand. Bij ons is er kruisbestuiving tussen de start-ups en de gevestigde partijen. Bij ons komen er 200.000 mensen per jaar kijken in het instituut voor Beeld en Geluid en minstens zoveel naar een opname, show of evenement. We lopen in Nederland minstens vijf jaar voor met onze revolutionaire digitale productiemethoden. En ineens was ik zomaar trots. Trots op onze rare, niet-uit-te-leggen, complexe maar toch efficiënte, creatieve industrie. Let maar eens op: binnenkort is het ons beste exportproduct sinds de uitvinding van de kaas.

 

David Linssen is Director of Business Development bij Consolidated Media Industries. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel. Reageer via www.davidlinssen.nl en laat weten of jij ook trots bent op het Nederlandse medialandschap.