overig

Verhalenverteller Georges Méliès opnieuw voor het voetlicht

 

Goochelaar, filmpionier en bovenal verhalenverteller. Op 8 december is het 150 jaar geleden dat Georges Méliès werd geboren, ‘de vader van de special effects’. ‘Zijn werk is tijdloos en spreekt iedereen aan.’

 

Onlangs ging in Amerika de nieuwe film van Martin Scorsese in première. Hugo is niet alleen een verfilming van het boek The Invention of Hugo Cabret van Brian Selnick of een avontuur in 3D in het Parijs van de vroege jaren dertig, het is ook een ode aan (Franse) filmpioniers. Onder wie Georges Méliès, in de film gespeeld door Ben Kingsley. ‘In Frankrijk is er nog altijd veel belangstelling voor hem’, vertelt Elif Rongen, Collectie Specialist Zwijgende Film van het EYE Film Instituut Nederland in Amsterdam. ‘Op zijn geboortedag is er een conferentie in Frankrijk, en één van de bekendste films van Méliès, Le Voyage dans la Lune uit 1902, is digitaal gerestaureerd in kleur en in première gegaan op de openingsavond van Cannes Film Festival dit jaar. Over dat proces is ook een documentaire gemaakt, die samen met de film op dvd wordt uitgebracht.’

In Amsterdam ligt één van twee overgebleven kleurkopieën van Le Voyage dans la Lune. Rongen: ‘Onze kopie is slechts getint. Voor de restauratie hebben de Fransen een stencil/sjabloon gekleurde kopie gebruikt die in Spanje werd gevonden, waarin meer kleuren per beeldje zijn aangebracht. In onze collectie zitten veertien films van Méliès. Daaronder is ook Les quatre cent farces du diable uit 1906, waarvan Scorsese ongeveer veertig seconden heeft opgevraagd om te gebruiken in Hugo.’

 

Trucs

Georges Méliès (8 december 1861 – 21 januari 1938) begon zijn loopbaan als goochelaar in het theater. In 1895 raakte hij geïnteresseerd in film en bouwde in 1897 de eerste Europese filmstudio in Montreuil. Hij experimenteerde volop met technieken, zoals stop motion, splitscreen en met de hand inkleuren van de frames. Rongen: ‘Film was tot 1909 een kermisattractie, naast de acrobaten en zo gingen mensen even een filmpje kijken. Het waren heel korte films, die vooral gingen om de beweging: je zag bijvoorbeeld een standbeeld dat plotseling tot leven kwam. Film werd ook gebruikt om vast te leggen wat je met het blote oog niet kunt zien. In de Verenigde Staten maakte Eadweard Muybridge zijn beroemde filmpje van een galopperend paard, om te zien of dat volledig loskwam van de grond. Méliès staat bekend als de vader van special effects, maar hij heeft het niet allemaal zelf bedacht, men nam veel van elkaar over. Maar hij was niet alleen bezig met de techniek, hij voegde iets toe: presentatie en een verhaal. Daar was hij heel vroeg mee. Iedereen kan filmtrucs laten zien, maar Méliès wist het te gebruiken om een verhaal te vertellen. Dat was niet vanzelfsprekend in die tijd.’

 

Verhaal

Méliès haalde de inspiratie voor zijn films onder meer uit verhalen van Jules Verne, die onder meer imaginaire reizen onder water en naar de maan beschreef. ‘Méliès vond in de fantasie de sfeer waarin hij trucages kon gebruiken om een verhaal te vertellen. Hij speelt zelf in zijn films en laat trucs zien, zoals hij die als goochelaar op het toneel had kunnen brengen. Mensen die plotseling verschijnen of verdwijnen bijvoorbeeld, animatie van levenloze dingen met stop motion. Door de fantasievolle verhalen is zijn werk tijdloos en spreekt het iedereen aan. Bovendien maakte hij zwijgende films, dus is er geen taalbarrière. Hij gebruikte ook geen tussentitels, hij vond dat hij die niet nodig had om het verhaal te vertellen. Een flinke ambitie die hij waar maakte.’

Kenmerkend voor de filmpioniers is dat ze de nieuwe mogelijkheden optimaal uitprobeerden en alle aspecten verkenden. Natuurlijk zien effecten er nu veel mooier uit, maar de techniek is in principe niet anders: stop motion is nog steeds stop motion. Jonge filmmakers van nu voelen zich dan ook meteen aangesproken door het werk van pioniers zoals Méliès.’

 

3D

‘Hij is eigenlijk ten onder gegaan aan zijn eigen succes’, vindt Rongen. ‘Méliès heeft honderden films gemaakt, zijn werk was heel populair. En werd dus vaak gekopieerd, ook in het buitenland, bijvoorbeeld in Amerika. Piraterij, hij kon onmogelijk alles in de gaten houden. Kermisklanten kochten films en reisden ermee rond om ze overal te laten zien.’ Méliès probeerde zijn copyright te beschermen en richtte in 1902 het bedrijf Starfilms op, maar ging in 1914 failliet. ‘Hij raakte vergeten, verkocht speelgoed bij het Gare Montparnasse. Tot hij werd herontdekt door Franse filmmakers in het begin van de jaren dertig. Hij kreeg een pensioen en werd onderscheiden met het Légion d’Honneur.

Van zijn werk is niet alles meer over, hij zou zelf veel negatieven hebben verbrand. Maar van de meeste films waren veel kopieën in omloop, vaak van minder goede kwaliteit, die soms volledig, soms gedeeltelijk zijn bewaard. Door kopieën uit verschillende archieven bijeen te brengen, kun je de films toch restaureren. Na Le Voyage dans la Lune willen dezelfde restaurateurs Les quatre cent farces du diable digitaal herstellen. Een droom van de Fransen is om zijn films in 3D te restaureren, volgens hen zou Méliès dat prima hebben gevonden. Films werden in zijn tijd vaak met twee camera’s naast elkaar opgenomen, zodat er twee negatieven waren: eentje voor Amerika en een voor Europa. Als je die op elkaar kunt leggen, zou je een stereoscopisch beeld moeten krijgen. Dat Scorsese zijn film Hugo in 3D heeft gemaakt, past dus zeker bij die tijd.’

 

Bas Nieuwenhuijsen