Ooit mocht ik als jongeling van mijn oom en tante uit Hilversum een cadeau kopen voor mijn twaalfde verjaardag. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Gewapend met vijftien hele guldens toog ik naar de Hema, alwaar ik voor twaalf en een halve gulden het boek kocht Beter weten. Populaire verhalen over geschiedenis en wetenschap, verluchtigd met prachtige illustraties. Dat boek heb ik letterlijk stuk gelezen en het restant staat tegenwoordig - in het zicht – in mijn boekenkast. Uit nostalgie blader ik er af en toe nog doorheen.
De wetenschap bleek uiteindelijk niet geheel mijn ding, maar geschiedenis des te meer. Liefde op het eerste gezicht en nooit meer losgelaten. De oude Grieken, de Romeinen, de middeleeuwen, allemaal maîtresses die ik sindsdien met liefde omkleed. Af en toe schrijf ik er zelfs over, al voelt dat wel enigszins aan als een vorm van dilettantisme. Ik ben geen historicus, verre van dat zelfs, maar dweep er wel mee. Wat een geluk dat ik als netmanager van Nederland 2 ook professioneel aan mijn geschiedkundige trekken kom. Op Nederland 2 zit zo veel mooie geschiedenis. In Andere Tijden, natuurlijk, maar ook in documentaire series als De Oorlog, In Europa, De slavernij. Straks weer Sporen van Nederland met Adriaan van Dis.
Sinds kort dringt het ook ten volle tot mij door dat ik de geschiedenis met een grote G niet alleen kan lezen of bekijken of beluisteren, maar dat ik er zelf middenin leef. Dat ik leef in een tijd waarover men over honderd of tweehonderd jaar nog spreekt en schrijft. De schijnbaar nakende ineenstorting van de Europese monetaire eenheid, de definitieve terugkeer van China als wereldmacht nummer één, de Arabische lente en voor mij boven al: het koningsdrama Khadaffi. Shakespeare had het niet beter kunnen schrijven. Een hedendaagse combinatie van Richard III, Macbeth en King Lear.
In de toekomst zullen er over de dagen van nu talloze romans en muziekwerken geschreven worden. Geweldige films en documentaires zullen er worden geproduceerd. Bij de dozijnen. Hopelijk tegen die tijd nog steeds voor een soort van publieke omroep. Fictie, non-fictie, het hele scala komt er aan. Los van de onvolledige contemporaine werkjes - juist veroorzaakt door gebrek aan afstand in de tijd - vooral, naar ik denk, voor en door onze klein- en achterkleinkinderen.
Maar ook op nog een ander vlak maak ik nu zelf dagelijks fascinerende geschiedenis mee. Omroepgeschiedenis. In het Nederlandse voetbal circuleert de eeuwige discussie: 4-4-2 of 3-4-3? Met de ruit naar achteren of juist naar voren? Behoudend spelen of juist aanvallend? Voor de publieke omroep is het nu ook erop of eronder. Er wordt van ons een andere efficiëntere speelwijze verwacht. Dus vooruit dan maar in een systeem van 3-3-2. Of toch maar niet en wat dan? Geen publiek omroepsysteem meer met een externe pluriformiteit? Ik kan het me niet goed voorstellen. Wil ik trouwens ook niet. Ik ga er vanuit dat het 3-3-2 wordt. En voor langere tijd ook blijft. Een wezenlijk andere opstelling en speelwijze dan ooit tevoren.
Terwijl het spelletje hetzelfde blijft. Zo goed mogelijk programma’s maken, in alle genres, ook de kwetsbare en de smalle, en zo goed mogelijk programmeren voor een zo breed mogelijk publiek.
Verdedigend spelen is daarbij niet langer aan de orde. De oude vertrouwde sponsoren maken een terugtrekkende beweging en de concurrentie speelt hard en aanvallend op de man. Hoe het ook loopt, hoe de opstelling straks ook uitvalt, de publieke omroep moet voortaan altijd in de meest aanvallende stijl vooruit. Nu behoudend spelen geen zin meer heeft, voortaan dus altijd strak op het doel af met de ruit naar voren, want daarachter zit ons publiek: de kijkers. Zo alleen wordt het voor de publieke omroep uiteindelijk geschiedenis schrijven, zelfs al wordt die hoogst noodzakelijke omwenteling vooral veroorzaakt door druk van buiten af en niet vanuit de eigen kracht. Naar ik oprecht hoop ontaardt het niet in geschiedenis zijn, want dat gebeurt met de publieke omroep als we elkaar onverhoopt toch niet kunnen vinden in een systeem van 3-3-2.