De publieke omroepen moeten het mes zetten in hun websites. Het nieuwe beleid, voelbaar geworden tijdens de jongste intekening voor internet, doet pijn, vindt Erik van Heeswijk, hoofdredacteur van VPRO Digitaal. Maar meer focus is noodzakelijk, zegt Gerard Timmer, directeur Video van de NPO.
‘We moesten onze activiteiten in het digitale domein inkrimpen van Brussel en Den Haag’, verklaart Timmer. ‘De NPO heeft geprobeerd zo veel mogelijk ruimte te behouden. Dat we nu snoeien in het aantal websites is geen bezuiniging, er was sprake van veel te veel versnippering. In het enorme aanbod op internet is het belangrijk goed zichtbaar en vindbaar te zijn, we moeten een samenhangend aanbod brengen. De huidige versnippering voort laten bestaan, zou een gemiste kans inhouden. Bij radio en televisie denken we al heel lang vanuit een samenhangend aanbod. Voor internet is dat nieuwer. Maar ook in het digitale domein moeten we beter duidelijk maken waarom we doen wat we doen. De publieke omroep moet zich meer als geheel presenteren, websites worden met gemeenschapsgeld in de lucht gehouden en zijn net als radio- en televisieprogramma’s in principe bedoeld voor alle Nederlanders.’
De NPO heeft volgens de Mediawet een coördinerende rol, ook als het om het aanbod op internet gaat. ‘Bovendien’, zegt Timmer, ‘komt de pluriformiteit beter uit de verf als je de verschillende kleuren van de omroepen bij elkaar zet, dan wanneer ze allemaal los van elkaar staan. Focussen, met minder sites meer doen. We sturen ook op bereik van websites. Heel wat sites trekken maar weinig bezoekers, die kun je beter samenvoegen of sluiten. Wat we doen op radio, televisie en internet moet elkaar versterken, de impact van onze content zo groot mogelijk maken.’ Voor bijvoorbeeld niches blijft volgens Timmer ook nog ruimte. ‘Er zijn straks nog altijd 615 websites over. Maar we moeten beter uitleggen wat we doen en de activiteiten moeten beter renderen.’
Van Heeswijk vindt dat in de media een beetje wordt gegoocheld met getallen. ‘Ja, 615 websites klinkt als veel. Maar dan moet je bedenken dat het gaat om verschillende soorten sites: programma informatie pagina’s, plussites en portals. Programma informatie pagina’s, of pips, zijn de meest simpele sites die er zijn en bevatten alleen gidsinformatie over een programma. Er mag geen interactiviteit met het publiek zijn. Op plussites wel, maar van die 615 sites die overblijven, zijn er 500 pips. Als je de resterende 115 plussites en portals deelt door 22 omroepen, dan snap je dat dit pijn doet.’
Merken
‘Er is bij ons op een aantal fronten onvrede’, zegt Rutger Verhoeven, Hoofd Nieuwe Media van de VARA, ‘dat heeft met het gehele proces te maken maar ook met de strategische verschillen van mening.’ Dat kleine merken (zoals individuele programmatitels) minder belangrijk worden, vindt hij onzin. ‘De NPO streeft naar branding op het niveau van zenders. Dat staat lijnrecht tegenover de strategie van de VARA. Wij willen communities bouwen rondom sterke merken. Met het merk Radio 1 hebben onze luisteraars nauwelijks affiniteit, met Vroege Vogels wel, om maar te zwijgen van Giel op 3FM. De gedachte dat grote merken groter worden, is achterhaald. Daar kun je net zo goed tegenover plaatsten dat kleine merken steeds relevanter worden, juist ook voor kleinere en loyale gebruikers. Kijk maar naar het succes van bijvoorbeeld WordFeud. Natuurlijk kunnen kleinere merken meeliften op het succes van grotere, maar dat is geen reden om sterke merken niet hun eigen community te laten (door)ontwikkelen.’
NPO-directeur Audio Jan Westerhof begrijpt de opmerking van Verhoeven niet. ‘Alsof luisteraars van Giel niets met 3FM zouden hebben. De cijfers laten zien dat deze radioprogramma's een veel en veel groter bereik via radio en televisie hebben. Het is de muis die op de brug tegen de olifant zegt 'wat stampen we lekker'. Grote merken worden niet groter? Pardon! Facebook, Google, Twitter … noem ze op.’
Verhoeven bestrijdt dat er voor de merken van de omroepen voldoende ruimte overblijft. ‘Alle omroepen zijn geraakt door het reductiebeleid. De een wellicht wat meer dan de ander. Natuurlijk hebben we allemaal grote ambities en zijn die niet maximaal te verwezenlijken. Maar feit blijft dat iedereen uiteindelijk moet inleveren waardoor je niet op alle fronten je gewenste geluid kunt laten horen.’
Verhoeven is ook niet blij met de manier waarop een en ander in zijn werk is gegaan. ‘Natuurlijk is het goed om kritisch te kijken naar de websites, maar dan wel graag vanuit het juiste perspectief’, vindt hij. ‘De NPO hangt het op aan de kosten. Maar een kleine site waar geen redactie op zit, kost weinig en kan toch een nichepubliek trekken dat je graag wilt bereiken. Het beleid van de NPO bepaalt bovendien mede de inhoud van de sites. Als de zender de kleinste eenheid is voor je aanbod, dan bepaalt dat echt de inhoud.’
Westerhof: ‘In programma's gaan omroepen over de inhoud. Giel bepaalt wie hij uitnodigt als gast en waar hij over wil praten en wat hij voor commentaar geeft. Giel staat op de loonlijst van de VARA. Dat geldt ook voor de redactie van Vroege Vogels. De NPO heeft geen bemoeienis met de inhoudelijke programmakeus.’
Verhoeven begrijpt overigens wel dat het een zeer moeilijke en uiterst gevoelige opdracht was waar de NPO voor stond. ‘Als je moet reduceren zijn er altijd partijen ontevreden. Vanuit dat gegeven is deze eerste reductieslag behoorlijk goed verlopen. In 2013 moeten we opnieuw rond de tafel en dan zijn de keuzes nog veel scherper en staat er nog veel meer op het spel. Maar nu gaan we eerst bewijzen dat we grote communities kunnen ontwikkelen rondom onze eigen sterke merken.’
Innovatie
Van Heeswijk kijkt kritisch naar het NPO-beleid. ‘Dat is omgeven met strakke juridische kaders over wat wel en niet mag. Bijvoorbeeld cinema.nl, dat we hebben opgezet in samenwerking met de Volkskrant, zou nu niet meer op die manier kunnen starten. Er gaat veel spontaniteit verloren, we moeten vechten voor experimenteervrijheid.’ En juist dat is voor de VPRO als digitale pionier heel belangrijk. ‘Innovatie komt niet zozeer van de NPO’, zegt Van Heeswijk. ‘De TouchDoc Money & Speed; Inside the Black Box (die de VPRO speciaal voor de iPad ontwikkelde, red.) is niet bij de NPO bedacht. Het zal heel moeilijk worden om zoiets te maken. Maar wel moeten blijven innoveren, anders raken we achterop.’
Ook Lara Ankersmit, hoofd Nieuwe Media van de NOS, maakt zich zorgen over de ruimte voor vernieuwing. Op zichzelf wordt de NOS niet getroffen door de reductie van het aantal websites. ‘We hebben er maar een paar. Bij ons moet alles bijdragen aan het verspreiden van nieuws.’ Dat de NPO het aantal sites wil verminderen en meer samenhang wil aanbrengen, vindt ze niet onlogisch. Ze is niet tegen het bedienen van niches als dat iets toevoegt aan het palet dat wordt aangeboden, maar er moeten volgens haar wel keuzes worden gemaakt om een sterke positie op internet te houden. Innovatie is daarvoor ook noodzakelijk. ‘Op bijvoorbeeld mobiel vlak willen wij nieuwe stappen zetten, maar hebben we niet voor al onze aanvragen toestemming gekregen. Binnen de bestaande sites blijven we zeker innoveren. Maar voor puur, out of the box bedachte nieuwe initiatieven wordt het lastiger.’
‘De gesuggereerde tegenstelling doet geen recht aan de werkelijkheid,’ reageert Westerhof. ‘Door de NPO wordt juist veel aandacht besteed aan innovatie, met name als het gaat om de integratie van media. Van meet af aan is radio en internet een perfecte match geweest, daar hebben omroepen en de NPO samen op ingespeeld. Zendermanagers nemen vaak het initiatief voor belangrijke vernieuwingen. Het hele concept van ‘social radio’, de integratie van radio met sociale media is in de boezem van 3FM bedacht en uitgevoerd. Kijk eens naar de multimediale studio die daarvoor is ontworpen. Bij radio zetten we zwaar in op de visualisatie en de interactie met het publiek. De nieuwe organisatie van de NPO is juist zo ingericht dat integratie van media beter kan worden vorm gegeven. Zodat we nog beter omroepen daarin kunnen ondersteunen. Door wie is trouwens Uitzending Gemist ontwikkeld?’
Principiële discussie
De veranderingen hebben volgens Ankersmit niet alleen met politiek en bezuinigingen te maken. ‘Internet is niet meer in dezelfde fase van experimenteren als een jaar of vijftien geleden. Het nu echt een medium geworden, voor veel mensen het medium waar ze het eerst nieuws vinden. Internet is iets anders dan audio en video. Je moet een site rond een programma niet op dezelfde manier beoordelen als een tv-uitzending. Boer zoekt vrouw op televisie bekijken is een andere belevenis dan de website bezoeken. Internet moet niet ondergeschikt zijn aan audio en video.’
Ankersmit mist een heldere visie die door de hele publieke omroep wordt gedragen. ‘Op welke platforms wil je zitten? Welk publiek wil je bedienen? Komend jaar kun je zien als een overgangsperiode, in 2013 moet er helderheid zijn.’
Daarmee snijdt ze een principieel punt aan, dat ook Verhoeven en Van Heeswijk signaleren. ‘De versnippering waar de NPO het over heeft’, zegt Verhoeven, ‘is inherent aan ons extern pluriforme bestel. Net als bijvoorbeeld ledenwerving. Het beleid volledig centraliseren, doet afbreuk aan de pluriformiteit. Dat er op de netten een coördinerende rol is voor de NPO is begrijpelijk, omdat daar schaarste is. Maar op internet is geen schaarste. Dus hoezo zouden we daar op basis van die gedachte moeten reduceren?’
‘De omroepen hebben bezwaar gemaakt tegen de reductiedoelstellingen’, vertelt Van Heeswijk. ‘Het gaat in feite om de vraag wat je wel en niet wilt centraliseren. Wat wil de publieke omroep op internet? Daarover is een discussie nodig.’
Hoezeer omroepen zich ingeperkt voelen, Van Heeswijk blijft optimistisch, ook over mogelijkheden voor innovatie. ‘Nature always finds a way.’
Bas Nieuwenhuijsen