
Het onzichtbare zichtbaar en inzichtelijk maken. Ingewikkelde, abstracte materie zo verbeelden, dat het in één oogopslag glashelder is. Dat is voor journalisten en programmamakers de toegevoegde waarde van datavisualisatie. Tegenwoordig kun je er op internet als mediagebruiker ook zelf mee aan de gang.
De Zweedse hoogleraar internationale gezondheid en directeur van de Gapminder Foundation Hans Rosling heeft furore gemaakt als presentator van het BBC-programma The Joy of Stats. Met een aansprekende animatie bracht hij statistische gegevens over inkomen en levensverwachting in de wereld tot leven (http://bit.ly/roslingyoutube). Zelfs de ergste doemdenkers krijgen in minder dan vijf minuten een nieuwe, meer optimistische kijk op de wereld. Het toont de kracht en impact van een goede datavisualisatie.
Infographics zijn natuurlijk niets nieuws. Kranten maken al heel lang gebruik van diagrammen, tabellen, kaarten en noem maar op. En ook op de Nederlandse televisie zijn illustratieve elementen om de boodschap te ondersteunen van meet af aan gebruikt. In het eerste weerbericht (tijdens de tweede experimentele tv-uitzending op 7 oktober 1951) tekende meteoroloog Cor van der Ham onder meer cijfers, wolken en zonnetjes op een kaart van Nederland. Het krijtje dat hij daarvoor gebruikte werd later vervangen door een lippenstift, die beter tekende en niet zo kraste. Sindsdien is de techniek sterk veranderd en, misschien belangrijker, op internet kan datavisualisatie nu interactief worden gemaakt. Je kunt er dus zelf mee aan de slag.
NOS
‘Saaie tabellen leest niemand’, zegt NOS informatiespecialist Anke Vellenga. ‘Maar als je het mooi visualiseert, komt het wel over. Datavisualisatie is een andere, leuke manier om je verhaal te vertellen. Als je het goed doet, heb je eigenlijk geen woorden nodig, zoals David McCandless laat zien in zijn boek Information is Beautiful.’ De benodigde informatie is vaak eenvoudig te vergaren, veel organisaties, ook overheden, maken steeds meer open data sets beschikbaar.
Vellenga is bij de NOS één van de drijvende krachten achter datavisualisatie. ‘Ik vind dat we daarin voorop moeten lopen.’ Ze heeft daarom met collega’s van andere afdelingen binnen de NOS een werkgroep voor datavisualisatie gevormd. Werkgroeplid en onderzoeksjournalist Hugo van der Parre: ‘Het is een zoektocht. Hoe maak je een onderwerp zo helder mogelijk? Welke tools hebben we, welke moeten worden aangepast of nieuw ontwikkeld? Daarover denken we na met journalisten, informatiespecialisten en de mensen van de afdeling Nieuwe Media.’
Mooie plaatjes en animaties maken, is ondanks de snelle ontwikkelingen op technologisch gebied nog een hele klus. De NOS-afdeling Paintbox maakt de graphics. Tools die daarbij worden gebruikt zijn onder meer Many Eyes en Infomous. ‘Maar ook bijvoorbeeld Google Fusion Tables’, vertelt Vellenga. ‘Het is voor ons een taak erbij, wij maken bijvoorbeeld tijdlijnen. Uiteindelijk moeten anderen binnen de NOS dat ook kunnen doen, het moet een normaal onderdeel van het werk worden.’
Van der Parre denkt ook dat datavisualisatie steeds belangrijker wordt. Veel invloed heeft het nog niet op zijn dagelijks werk, vindt hij. ‘Ik probeer nieuws te vinden en soms leent zich het voor datavisualisatie. Maar er zijn steeds meer mogelijkheden en onze ambities reiken verder. Je wilt het op maat maken voor je verhaal en liefst interactief. Zodat je bijvoorbeeld kunt zien wat de eurocrisis voor invloed heeft op jouw inkomen.’
Nadenken
De NOS zet datavisualisatie op verschillende manieren in. Buitenlandredacteur Marc Bessems gebruikt het bijvoorbeeld voor het Journaal, onder meer voor economische onderwerpen zoals de uitleg die Gert-Jan Dennekamp dit voorjaar gaf over de pensioenproblematiek. Dat stelt zo zijn eigen eisen, merkt hij. ‘Je hebt maar ongeveer anderhalve minuut om iets dat heel ingewikkeld is duidelijk te vertellen. Daarover gaan we eerst goed nadenken.’
Die ‘we’ zijn in elk geval de redacteur zelf en een collega die overweg kan met de tool voor het maken van de beelden. ‘Hoe gaan we het onderwerp visualiseren? Met een animatie of iets anders? Welke bewegingen moet de verslaggever maken? Waar moet hij of zij staan? Stel dat je wilt uitleggen wat een eventueel faillissement van Griekenland zou betekenen. Dat kun je traditioneel doen, met bijvoorbeeld grafieken. Maar je zou ook een verslaggever in een virtuele studio kunnen zetten en een mooie animatie maken.’
Bessems is overigens niet blind voor de bezwaren die aan zo’n aanpak kleven voor het Journaal ‘Om het mooi te maken, ben je gauw drie dagen bezig. Het Journaal is bovendien ernstig, je moet je afvragen of je de realiteit moet verkleinen tot een cartoon. Aan de andere kant: als je wel een verhaal hebt, maar geen beeld, wat moet je dan doen?’
Toegevoegde waarde
‘De animaties die Marc Bessems maakt, werken goed op televisie’, constateert zijn collega Jens Kraan, plaatsvervangend chef van NOS 24, en meer bezig met datavisualisatie op internet. ‘Maar op een animatie kun je niet klikken.’ In bijvoorbeeld de nieuwsdossiers op de NOS site gebruikt de redactie van Kraan vaak andere manieren om data inzichtelijk te maken. ‘Tijdlijnen, kaarten, taarten en andere grafieken, tabellen. Als het functioneel is ook bewegend beeld, maar anders statisch materiaal. Voor het in beeld brengen van tien jaar 9/11 hebben we bijvoorbeeld een tijdlijn gemaakt, waarmee je per uur kunt volgen wat er die dag gebeurde. Daaraan hebben we videofragmenten gekoppeld, je ziet de vliegtuigen zich in de torens boren, waardoor je die dag opnieuw kunt beleven.’
Een mooi voorbeeld van de toepassing van foto’s vindt hij de beelden van Japan vóór en na de aardbeving en de tsunami op de website van The New York Times (http://www.nytimes.com/interactive/2011/03/13/world/asia/satellite-photos-japan-before-and-after-tsunami.html). ‘Door er met je muis overheen te schuiven, zie je scherp de gevolgen.’
Datavisualisatie is voor Kraan geen doel op zichzelf. ‘Het is ingebed in een dossier, het moet echt iets toevoegen. Als het goed is, ordent het ’t nieuws voor de gebruiker.’
Die internetgebruiker speelt een belangrijke rol voor de NOS, zegt Kraan. ‘Mensen kunnen er zelf wat mee doen. Ze kunnen via Open NOS zelf werken met ons materiaal, zodra ze daarvoor van de NOS toestemming hebben gekregen.’ De NOS maakt veel gebruik van ‘open source’ materiaal, zoals Google Maps. ‘Maar dat navigeert soms lastig’, beseft Kraan. ‘Onlangs hebben we een kaart laten maken, waar we zelf data in kunnen zetten en die we kunnen hergebruiken.’ Maar een Google-kaartje waarop aangegeven staat welke brandweerkorpsen bezuinigen op hun duikteams, laat toch eenvoudig zien dat de provincie met het meeste water (Friesland) de minste duikers overhoudt.
Lijnenspel
De VPRO wil vanaf 6 december een het brede publiek van Nederland 1 overrompelen met Nederland van Boven, een immens project dat deels om datavisualisatie draait. Jasper Koning (eindredacteur), Frédérik Ruys (datajournalist) en hun collega’s brengen in tien afleveringen een ongekende visuele ode aan het supergeorganiseerde Nederland.
Ze vertellen hun verhaal over het kleine land, dat niet vastloopt ondanks dat het stampvol is, aan de hand van onvoorstelbare hoeveelheden gegevens van overheden, bedrijven en andere organisaties. Over het treinverkeer, de scheepvaart, vliegbewegingen, maar ook rondtrekkende herten en het water. Koning: ‘We brengen zaken in beeld, die je niet gewoon kunt filmen. Het vliegverkeer bijvoorbeeld. Je weet wel dat er luchtroutes boven Nederland zijn, zoals er op de grond snelwegen liggen. Pas als je gegevens over de vliegbewegingen omzet in een animatie, zie je het echt.’ ‘Nederland is door de haven van Rotterdam een rotonde aan de Noordzee’, voegt Ruys toe. ‘Maar als je daar in een helikopter boven gaat hangen, zie je dat niet. Door alle schepen die in een etmaal de haven aandoen als een puntje weer te geven en hun routes te volgen wel.’ Het resultaat is een abstract lijnenspel op de kaart. ‘Dat hebben we persoonlijker gemaakt door één zo’n puntje, één bootje, eruit te halen en apart te volgen. Dan wordt het een verhaal.’ De animaties voor tv zijn gemaakt door het Engels 422South (www.422.com) uit Bristol, dat ook betrokken was bij Britain from Above van de BBC, de inspiratiebron voor de VPRO.
Vooropgezette blik
´Die scheepvaartbewegingen bijvoorbeeld verbeelden 12 miljoen tekstregels informatie over de scheepsposities van zaterdag 5 maart 2011’, weet Koning. ‘We presenteren die data niet zomaar, we combineren de gegevens zodat ze iets vertellen.’ ´Het onderhandelingsproces met de bronhouders heeft lang geduurd. En hoewel we alles digitaal krijgen, moeten we een set nog wel analyseren en bewerken voordat we deze met andere gegevens, al of niet op een kaart, kunnen combineren’, vertelt Ruys. Koning: ‘We zijn uitgegaan van het verhaal dat we willen laten zien. Maar je moet niet te veel met een vooropgezette blik het verhaal zoeken, je moet openstaan voor wat de gegevens bieden.’
Op internet komt daar een dimensie bij: interactiviteit. ‘Mensen kunnen zelf combinaties maken’, legt Koning uit. ‘Als ik dit of dat verander, wat gebeurt er dan? Hoe groot is de kans op een overstroming in mijn eigen omgeving?’ De kaart van Nederland op de website, die bij Nederland van Boven wordt ontwikkeld, is apart gemaakt door het Amerikaanse bedrijf Stamen (www.stamen.com) uit San Francisco. Ruys: ‘We wilden thematische gegevens aan een kaart koppelen, die makkelijk te gebruiken is en een duidelijk resultaat geeft. Daarvoor moet je zo’n beeld als het ware uitkleden. Een kaart van bijvoorbeeld Google Maps werkt niet, daar staat veel te veel op.’
Ambitie
Bij de VPRO zijn de ambities groot. ‘Met Nederland van Boven zitten we nog maar aan de oppervlakte’, denkt Ruys. ‘We hebben lang niet alles gedaan’, zegt ook Koning. ‘De bewegingen van hulpdiensten in kaart brengen, en zo kun je doorgaan. Er zijn ook allerlei toepassingen te bedenken op het tweede scherm. Of voor smart tv’s, die internet en televisie combineren. Je zou een extra informatielaag kunnen bedienen, als dat voor het verhaal relevant is.’ ‘En gebruik maken van data die mensen zelf laden, user generated content’, vult Ruys aan. ‘Al is dat nu nog wel ingewikkeld. De gegevens moeten betrouwbaar en consistent zijn. Maar er is heel veel mogelijk.’
Bas Nieuwenhuijsen
Illustratie: VPRO, scheepvaartbewegingen bij Rotterdam