
Ruud van Gessel en Jan Libbenga presenteerden onlangs het boek Beeldenstorm, de rumoerige geschiedenis van 60 jaar televisie. ‘We hebben het geschreven uit een soort nostalgie’, zegt Van Gessel. ‘Als je het niet opschrijft, verdwijnt het.’
Van Gessel is al jaren freelance tv-regisseur, Libbenga vooral schrijvend journalist. Hun boek behandelt de tv-geschiedenis aan de hand van een reeks thema’s als actualiteiten, amusement, politiek, kijkcijfers en emoties. Tussendoor komen telkens aan het thema verwante mensen uit het vak aan het woord die hun licht laten schijnen over (de ontwikkelingen in) hun werk. Door wederzijds vertrouwen zijn er volgens Van Gessel veel openhartige gesprekken in het boek terechtgekomen. Zo is Paul Witteman kritisch over de komst van de commerciële omroepen, spreekt Mart Smeets over NOS Studio Sport als ‘een uitzendfabriek waar geen tijd meer is voor verdieping of retrospectie’ en zegt Henny Huisman: ‘Je mag niet generaliseren, maar televisie is een slangenkuil vol egotrippers. Ik ben er zelf ook een.’
Slechte tv
Van Gessel zelf beschouwt tv als een malle fabriek, waarvan vluchtigheid het voornaamste kenmerk lijkt te zijn. ‘Film wordt gemaakt voor de eeuwigheid, maar tv is al oud zodra het bij Lopik van de zendmast vliegt. Negentig procent van wat ik zelf gemaakt heb, kan zo de prullenbak in. Als je bijvoorbeeld kijkt naar programma’s uit de jaren tachtig: zo vreselijk traag!’
Van Gessel zou dan ook graag een keer in Beeld en Geluid een ‘nacht van de slechte tv’ organiseren. ‘Als je in dit vak zit, móet je wel relativeren, vind ik. Sommige mensen kunnen dat niet. Die zeggen dan dat vroeger alles beter was, terwijl dat helemaal niet zo is. Die zijn erg verbitterd, valt me op.’
Historisch besef
Hun boek is er volgens Van Gessel gekomen door heel veel geduld te hebben. ‘In Nederland is het historisch besef helaas niet zo groot. In Duitsland weten ze van tv-programma’s uit de jaren zestig zelfs nog wie de make-up gedaan heeft. Hier werden ampexbanden, die duizend gulden kostten, gewist om weer over op te nemen. Dat is Nederland. Bovendien hebben we hier dat idiote omroepbestel met al die verschillende partijen. De een bewaart wel alles, de ander bijna niets. Beeld en Geluid haalt nu gelukkig een heleboel in, maar die hebben bijvoorbeeld weer geen correspondentie van omroepen of van Philips.’
En het bedrijf uit Eindhoven was nu juist sterk betrokken bij de ontwikkeling van televisie in ons land, zo leren we uit het eerste hoofdstuk in Beeldenstorm. Niet in de laatste plaats om de eigen toekomst te waarborgen.
Vermaak
Uit die beginjaren hebben Van Gessel en Libbenga een aantal leuke anekdotes opgediept. Zo laat een snackbareigenaar die tegenover de Vitus-studio in Bussum zetelde, regelmatig fietsen van omroepmedewerkers weghalen. Hij werd teruggepakt. Ze lieten het beeld van zijn tv bewegen door een generator om te zetten. Vanzelfsprekend gebeurde die storing niet alleen op zijn tv.
Vele dingen zijn veranderd in de afgelopen zestig jaar; met name de professionaliteit en het tempo zijn flink toegenomen. Inhoudelijk is er niet zoveel verschil met vroeger, vindt Van Gessel. ‘We zien in al die jaren vooral waar tv naar mijn mening ook voor bedoeld is: vermaak.’
De angst voor vermaak uit de begindagen van de televisie is gegrond gebleken. Zo stelt regisseur Bob Rooyens aan het eind van het boek: tegenwoordig is bijna alles emo-tv.
61 jaar
Hoe ziet volgens Van Gessel de tv eruit bij een volgend jubileum, over bijvoorbeeld vijftien jaar? ‘Dan bestaan de omroepen en het Media Park niet meer’, zegt hij stellig. ‘De distributie zoals wij die nu kennen, wordt in stand gehouden door de overheid en de kabelboeren, maar die gaat onherroepelijk op de schop. Veel mensen in Hilversum willen dat maar niet zien en denken op dezelfde voet verder te kunnen. Ze veranderen omdat het moet, nu bijvoorbeeld door Den Haag, dat altijd de schuld krijgt. Maar je moet die verandering ook zelf willen, gewoon omdat de tijd erom vraagt.’ En dan lachend: ‘Volgend jaar willen Jan en ik een nieuw boekje maken: 61 jaar televisie. Daarin gaan we schrijven wat er werkelijk aan de hand is in Hilversum. Ik vrees dat dat echter een dun boekje wordt, omdat er niet veel mensen aan mee zullen willen werken.’
Luc Lansink
Beeldenstorm, de rumoerige geschiedenis van 60 jaar televisie is verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam