Columns

Kijne: Burgers

De Engelse website journalism.co.uk plaatste onlangs een voor mediafreaks interessant verhaal over een live-blog op de lokale Londense website The West Londoner.  In een interviewtje met de beheerder van die site, Gaz Corfield,  student journalistiek aan de Brunel University, wordt verslag gedaan van de manier waarop hij en zijn medewerkers er in slaagden om tijdens de rellen van deze zomer in hun buurt het onwaarschijnlijke aantal van 1 miljoen page-views in 24 uur te genereren.

Voor iedere liefhebber van het tegenwoordig veelgeprezen concept ‘burgerjournalistiek’ is het smullen geblazen. Je ziet ze rennen met hun mobieltjes, tussen het traangas en de molotovcocktails door, de dappere vrijwilligers van The West Londoner, voor een deel collega-studenten van Corfield, voor een deel toevallige passanten die hun bijdragen via Twitter en Facebook aanleverden. En je ziet Corfield en zijn companen hysterisch tikken om alles goed op het web te krijgen, geregeld met een up-date-tempo van één nieuwe melding per 50 seconden.

Je ziet, kortom de modernste en spannendste vorm van journalistiek in zijn volle, fascinerende bedrijf.

Toch?

Misschien. Want het interessantste onderdeel van het interview betreft de vragen naar de betrouwbaarheid van het supersnelle nieuws dat in die hete dagen zo gretig geconsumeerd werd. Corfield is zich, zoals je zou hopen bij een student journalistiek, terdege bewust van  de kwetsbaarheid van zijn berichtgeving . En ik krijg uit zijn verhaal ook zeker de indruk dat ze er alles aan gedaan hebben om zo betrouwbaar mogelijk te zijn.

De vraag is of dat gelukt is.

Want de bevlogen student zegt bijvoorbeeld dat ze vooral erg veel hebben gehad aan het beeldmateriaal. En dat dat op zich ook het eenvoudigst te checken was, omdat je nu eenmaal kunt zien of een foto of video  op een bepaalde plek is gemaakt of niet, wanneer dat in je eigen wijk is.

Klopt.

Maar het zegt nog niets over de interpretatie van wat er dan op die herkenbare plek gebeurt. Is die becapuchonde jongen die hard wegloopt bij de brand een dader of een slachtoffer? Loopt de politieagent op het prentje hard weg terwijl het hem dun door de broek loopt, of rent hij juist onverschrokken op de jonge plunderaars af?

Je weet het niet en bent dus toch volledig afhankelijk van wat de fotograaf in kwestie er over meldt.

Evenzo met de Twitters. Als criterium voor toenemende betrouwbaarheid noemt Corfield de hoeveelheid meldingen die ze over eenzelfde incident binnenkregen. Goed punt. Maar in een volgende zin benoemt hij zelf het verschijnsel dat een in eerste instantie door de website zelf geplaatsts bericht – in de categorie nog niet bevestigd – zo vaak geretweet werd dat het moeilijk uit te maken was of dit nu om allemaal nieuwe meldingen ging of om een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van hun eigen eerste , voorzichtige nieuws.

Er zitten zoveel haken en ogen aan het werk, dat ik nog het meest gerustgesteld werd door de opmerking van de jonge webredacteur dat ze bij vrijwel iedere melding wel een indicatie gaven van de betrouwbaarheid.

Dat lijkt me nu de juiste aanpak, in voorkomende gevallen.

En eentje waar wij van de echte radio en televisie ook nog best iets kunnen leren. Want we worden intussen natuurlijk wel door al deze enthousiastelingen op internet in onze nek gehijgd. Op de avond dat er doden vielen bij Pukkelpop werd de ramp het eerst gemeld  via Twitter, om tien voor acht. Om acht uur opende het Journaal de berichtgeving met het melden van zes doden. Een aantal dat in de loop van die avond en de dagen erna eerst terugging naar drie, en later weer is opgelopen tot vijf.

De neiging om nieuws razendsnel te melden is even exponentieel toegenomen als het aantal Twitteraars, bloggers en andere burgerjournalisten.

 Maar misschien moeten we daar toch weer iets voorzichtiger  mee worden. En er, als we dan zo bang zijn om te laat te zijn, in ieder geval even bij zeggen dat het om onbevestigde berichten gaat.