Columns

Kijne: Dingetje

De Amerikaanse schuldcrisis is, al was het maar omdat gedeelde smart halve smart heet te zijn, een even fascinerend als troostend schouwspel. En voor iedereen die, zoals ik, verslaafd is geweest aan de Amerikaanse televisieserie West Wing, over het dagelijks leven in de gelijknamige vleugel van het Witte Huis tijdens een democratisch presidentschap, kwam daar nog een dimensie bij.

De avonturen van televisiepresident Bartlet en zijn staf waren dankzij scenario-genie Aaron Sorkin zo levensecht dat het geen enkele moeite kost om je met die serie in het achterhoofd een voorstelling te maken van wat er in de dagen voor 4 augustus gebeurde op de paar vierkante kilometer waar de grootste economie ter wereld bezig was zichzelf in de voet te schieten.

 

Met dank, dus, aan de televisie.

Maar dan wel aan de dramaschrijvers.

 

Of de televisie, de journalistiek in het algemeen, zich even adequaat gekweten heeft van die andere taak, het informeren van de burger, is even de vraag. Laat ik er eens een gewaardeerd Amerikaans columnist over aan het woord laten, en dan eentje die economisch in ieder geval geacht mag worden te weten waar hij over spreekt: nobelprijswinaar Paul Krugman in de New York Times van 28 juli.

 

‘De feiten met betrekking tot het schuldplafond zijn niet ingewikkeld. De Republikeinen hebben, feitelijk, Amerika gegijzeld met hun dreigement de economie te ondermijnen en de essentie van wat regeren is te verstoren tenzij er beleidsmatig concessies gedaan worden die ze via het normale wetgevingsproces nooit voor elkaar zouden krijgen. En de Democraten – die volledig in hun recht zouden staan wanneer ze deze afpersing volstrekt zouden verwerpen – hebben, in feite, heel veel moeite gedaan om aan deze Republikeinse eisen tegemoet te komen.

Zoals ik zei: het is niet ingewikkeld. Toch is het voor veel mensen in het nieuwsbedrijf kennelijk onmogelijk om deze simpele werkelijkheid te accepteren. Nieuwsverslagen omschrijven beide partijen als even onverzoenlijk; commentatoren fantaseren over een soort opstand van ‘het midden’, alsof het gaat om een probleem van teveel kortzichtige partijpolitiek aan beide kanten.

Sommigen van ons klagen al langer over de ‘evenwichtigheidscultus’, het gebod om beide partijen te portretteren als even fout of verkeerd ongeacht het onderwerp en zonder naar de feiten te kijken. Ik heb lang geleden al eens de grap gemaakt dat wanneer de ene partij zou beweren dat de aarde plat is, de kop zou luiden: ‘Uiteenlopende visies over vorm Aarde’. Maar zou die praktijk ook standhouden in een situatie die zo duidelijk is als de huidige, waarbij één partij overduidelijk chantage pleegt en de andere sjachert over de hoogte van de afkoopsom?

Het antwoord is, klaarblijkelijk, ja.’

 

Paul Krugman is, als gezegd, winnaar van de nobelprijs voor economie en dus niet helemaal van lotje getikt. Hij is ook een krachtige stem in het debat dat in de Verenigde Staten plaatsvindt over de vraag of de staatsschuld nu een probleem is dat onmiddellijk moet worden aangepakt met keiharde bezuinigingen, of dat het op dit moment juist beter is de economie te stimuleren met overheidsgeld. Krugman bepleit het laatste.

Dat is een debat waarin wel degelijk verschillende meningen mogelijk zijn. En dus zou je ook bovenstaande mening over ons van de media kunnen afdoen als parti- pris.

 

Toch lijkt dat me niet verstandig.

 

Want het fenomeen waar Krugman hier op wijst, is, afgezien van de vraag of hij in dit geval honderd procent gelijk heeft, de moeite van het signaleren waard.

 

We hebben het namelijk zelf ook bij de hand.

 

Al enige jaren hebben we in de Nederlandse politiek te maken met een partij waarvan het kerngedachtengoed gebaseerd is op een analyse die met de feiten niets van doen heeft. Een toekomstscenario van Europese islamisering dat wat demografische ontwikkeling betreft zo ver bezijden de waarheid is dat de omschrijving ‘fact-free-politics’ nog een eufemisme mag heten.

 

En toch doen we allemaal al jaren of de PVV een partij is die net zo serieus genomen moet worden als alle andere.

 

Vanwege het evenwicht en de objectiviteit.

 

Mij lijkt het een dingetje.