De bio-industrie produceert vlees op een manier die, volgens sommigen, ethisch niet acceptabel is. De beesten worden gemaltraiteerd in te kleine hokken, hun snavel of kloten worden afgeknipt, enfin, ik hoef het u niet uit te leggen.
Maar ja, de kilo’s knallen de winkels uit en als het niet inmiddels herfst zou zijn, zouden ook dit jaar de sufgemarineerde barbecue-pakketten niet aan te slepen zijn.
We willen het, dus we krijgen het. In het Shakespeareaanse drama dat zich op dit moment voltrekt rond Rupert Murdoch gaat het om precies hetzelfde. Laat u zich niets wijs maken. Of eigenlijk: juist omdat u zich zo graag iets wijs laat maken bestaat er zo iemand als Rupert Murdoch.
Want wat is er aan de hand in Engeland: de kranten leven er niet van abonnementen, zeker de tabloids niet, maar van losse verkoop. Daarom is het daar iedere dag een snoeihard gevecht in de schappen van de kiosk: de letters groot, groter, grootst, de tieten ook, de onthullingen evenzeer, en de details goor, goorder, goorst.
Dat is de handel. Omdat de mensen het vreten, bij de barbecue. Omdat ze zich graag van alles wijs laten maken, vooral wanneer degenen van wie ze denken dat die een leuker leven hebben dan zij daarbij het slachtoffer zijn. Leedvermaak is het best verkopende vermaak.
De boerenslimme Australiër, nazaat immers van lui die uit Engeland werden weggejaagd omdat ze er zelfs naar Engelse maatstaven iets te ruwe mores op na hielden, weet dat als geen ander. En dus heeft hij zijn kippenboeren de afgelopen jaren de ene kiloknaller na de andere laten produceren, nog een spuit anti-biotica erin, er af met die snavel, omkopen, afluisteren, je verslaggevers zich kapot laten snuiven en zuipen om maar mee te kunnen doen met de sterren, het donderde allemaal niet want de barbecue moet vol.
Ik heb er geen seconde twijfel over dat hij het allemaal geweten heeft. Niet ieder lijntje coke of elk afgeluisterd mobieltje, maar het systeem is zijn core-business, alle krokodillentranen ten spijt.
Maar krokodillentranen zijn er te over, dezer dagen. Van de geachte volksvertegenwoordigers, bijvoorbeeld. Bijna de hele Engelse politiek heeft er de afgelopen jaren bijgestaan, naar gekeken en vervolgens niet geweten in welke bochten ze zich moesten wringen om bij de platte Australiër in het gevlij te komen.
Allemaal voortdurend aan het barbecuen, daar in Chipping Norton.
En dan is er de publieke woede. De krokodillentranen van de lezers die jaar in jaar uit hebben gesmuld van die vette koppen en ranzige details, die niet wisten hoe snel ze op zondag in de kiosk moesten komen om hun dagelijkse dosis bio-journalistiek te halen. Die zich kennelijk geen seconde afgevraagd hebben hoe al die smerigheid uit de rioolputjes werd opgeschept, maar die nu koken van verontwaardiging bij het idee dat er telefoons zijn afgeluisterd van mensen die al met hun pootjes omhoog op de grond lagen. Of ze nu vermoord waren, omgekomen in Afghanistan of gewoon rijk en beroemd.
Gevreten hebben ze het, zonder de gore kippenschuren ook maar een moment voor hun geestesoog toe te laten.
Zo is de wereld en zo zal hij blijven. Maar iedereen staat, iedere dag, weer voor de vraag of hij dat gegeven voor lief neemt en er aan gaat verdienen, of dat hij probeert er iets aan te veranderen. Of er op zijn minst niet aan mee te doen. En dus kan Rupert Murdoch geen enkele verantwoordelijkheid afschuiven naar de markt, naar die krioelende massa van ons, gemankeerde mensjes, die nou eenmaal vreten wat je ze voorzet.
En dat kunnen wij ook niet. Iedere dag, iedere minuut die we uitzenden, zijn we zelf verantwoordelijk, ook wanneer we weten dat een iets vettere vraag, of een iets hardere tackle, of een iets insinuerender kop, of een iets dikkere zoom op een uitgelokte traan meer kijkers en luisteraars oplevert.
Het is niet verkeerd dat we daar weer eens goed aan herinnerd worden.