Democratie, het is een mooi ding. Maar ook een tweekoppig monster. Daar komen ze , na alle euforie van het prille begin, in de Arabische landen die er tot nu toe in geslaagd zijn om althans hun ergste kwelgeesten weg te jagen, langzamerhand achter.
Neem Tunesië.
Jarenlang gold het land , binnen de context van de Maghreb, als een toppunt van moderniteit. Relatief goed opgeleide bevolking, economisch niet zo’n ramp als de buurlanden, en vooral, of misschien wel daardoor: een ogenschijnlijk geringe voedingsbodem voor onze aartsvijand van de laatste jaren, de fundamentalist.
Maar ja, toen kwam de democratie. En bleek dat die betrekkelijke afwezigheid van het elders zo nadrukkelijk aanwezige religieuze fanatisme ook in Tunesië vooral het gevolg was van de keiharde onderdrukking door nu juist die kwelgeesten die door de Arabische Lente zijn weggevaagd. En dus is de Ennahda, de onder president Ben Ali verboden islamitische partij, inmiddels de populairste partij van het land met een voorzien resultaat van zo’n 30% van de nieuwe zetels in de volksvertegenwoordiging bij de verkiezingen van dit najaar.
We zullen het vaker gaan zien wanneer de democratische ontwikkeling in de Arabische wereld doorzet, zoals we het ook al jaren zien gebeuren in Turkije nadat de seculiere generaals, die zo lang onze NAVO-bondgenoten waren, daar de teugels hebben laten vieren.
Of het erg is, en wat voor vlees we hier precies in de kuip hebben, zal allemaal moeten blijken. Maar we zullen het ermee moeten doen. Want ja, dat is democratie. En inderdaad: er wonen in die landen een hoop bevlogen islamieten. Dus zo verbaasd hoeven we ook weer niet te zijn.
Maar het is ontegenzeggelijk een minpuntje van die schone bestuursvorm: dat mensen waar je het niet mee eens bent, mensen die er in jouw ogen misschien zelfs wel abjecte opvattingen op na houden, zomaar een grote rol kunnen gaan spelen omdat ze net iets meer kiezers hebben kunnen overtuigen dan jij.
We weten er in Nederland, hullie van de cultuur en wij in Hilversum op dit moment in het bijzonder, alles van.
Martin Bosma.
En dus was het op zijn zachtst gezegd treffend om in het krantenverslag dat de bovenbenoemde ontwikkeling in Tunesië beschreef, het volgende citaat aan te treffen van een vertegenwoordiger van die Ennahda-partij. Hij reageert op de vraag of de partij nog steeds lelijke dingen wil, zoals alcohol verbieden, en wel genoeg afstand neemt van een verleden waarbij haar aanhangers ongesluierde vrouwen zuur in het gezicht gooiden. Abdallah Zouari, de communicatiechef van Ennahda, zegt dat die scherpe kantjes er inmiddels wel af zijn, en dat het hier nu geen islamitische partij meer betreft, maar ‘een op de islam gebaseerde , civiele partij’.
En dan komt-ie: ‘Wij willen gewoon de Arabische taal beschermen en de islamitische waarden stimuleren. Daar is toch niets mis mee? In Nederland wordt het afspelen van Nederlandstalige liedjes op de radio toch ook gestimuleerd?’
Het citaat staat in de krant van dinsdag 28 juni, dezelfde krant die verslag doet van de beraadslagingen in onze volksvertegenwoordiging, de maandag daarvoor, waarbij de geachte afgevaardigde Bosma inderdaad heeft opgemerkt dat zijn partij zich sterk gaat maken voor de positie van het Nederlandse lied in Hilversum. Dus dat kon Abdallah nog niet weten. En dat maakt zijn opmerkingen des te opmerkelijker: het maakt de immense zielsverwantschap duidelijk tussen de PVV en de Ennahda.
Ook dat hoeft niet te verbazen. Ons nieuwe massageloof is dat van de Nederlandse Waarden, dat van hun gaat over de Islamitische Waarden. En meer Nederlandstalig lied op Radio 2, je zou het een vorm van cultuurpolitiek kunnen noemen. Het is in ieder geval nog een heilig standpunt vergeleken bij die andere elementen in de argumentatie van Bosma, die er niet voor terugschrok om expliciet te verwijzen naar linkse rubrieken te Hilversum die anti-PVV-programma’s hadden gemaakt ter motivering van zijn standpunt in het bezuinigingsbeleid.
Want dat is pure rancunepolitiek.
Maar ook democratie, helaas.