Columns

Kijne: Koopje

Koopje

Ik ben niet graag de enige gek, dus toen ik in de Volkskrant van zaterdag 28 augustus het interview met NOS-boy Jan de Jong las, ontsnapte mij af en toe een opgelucht hear, hear.

Mijn opluchting betrof vooral de berekening die Jan even losliet op de kosten voor de kijker. Die betaalt voor het NOS-pakket 1,50 euro per maand.

‘Dat is minder dan één losse krant. De BBC kost iedere Brit 1,40 euro per dag.’

Hear, hear.

Want het was toch wel een beetje zielig aan het worden. Bij alle publiciteit die er de afgelopen weken aan de omroep en de dreigende wolken in het Hilversumse zwerk is besteed, was er bijna geen omroepbestuurder die gewoon zei: ‘Bezuinigen op de publieke omroep: why?’

We zijn de goedkoopste van Europa.

Nou zei Jan dat ook niet met zoveel woorden, maar hij suggereerde het in ieder geval wel. Een mens is snel blij in deze duistere tijden.

Het was natuurlijk wel weer jammer dat Jan door zijn sommetje te beperken tot de NOS opnieuw ook een andere suggestie wekte: de NOS is hartstikke goedkoop, maar van de rest van die lui in Hilversum weet ik dat zo net nog niet.

 Een suggestie die verderop in het vraaggesprek werd ondersteund. Want Jan zeí ook gewoon dat er bij de NOS echt niks meer af kan, terwijl er bij hullie van de buren echt nog wel wat te halen valt.

Nu zal ik de laatste zijn die beweert dat we in Hilversum efficiënt werken met al onze eigen personeelsfadelingen, boekhoudingen, directies en  koffiedames. Maar om nou aan de vooravond van wat inderdaad wel eens een perfecte bezuinigings-storm kon zijn voortdurend zo met de vinger naar je eigen collega’s te wijzen lijkt mij niet echt handig.

Om over chique nog maar te zwijgen.

Je zou ook kunnen zeggen: ‘Wij gaan in Hilversum gezamenlijk nog eens heel goed naar de bedrijfsvoering kijken, maar zelfs dan zou er in een volwassen democratie eerder geld bij moeten dan dat er nog meer af kan.’ Want Jan zegt dat er bij de NOS echt geen vet meer op de botten zit en dat iedere verdere bezuiniging rechtstreeks de kwaliteit van de programma’s zal aantasten. Maar ik wil hem best eens uitleggen hoe ik de afgelopen jaren bij mijn omroepje diverse programmaredacties heb zien slinken en slinken tot onder een voor mij aanvaardbaar minimum.

Ik bedoel: ‘Gaat er van de radiomakers op Radio 1 nog wel eens iemand in het buitenland kijken?’ Gebeurt er in de daluren nog wel eens iets anders dan de ene kaaskop na de andere de studio binnenschuiven?

Maar ja, het is nou eenmaal de Hilversumse ziekte. Nooit samen één lijn trekken. Altijd proberen jezelf overeind te houden ten koste van een ander.

Die andere hardnekkige kwaal van ons fijne omroepdorp stak in het vraaggesprek met Jan ook weer de kop op. De mening dat de publieke omroep er nog steeds ‘ van en voor iedereen’ is. En dat we dus ook een flinke portie leut moeten uitzenden.

Ik weet: het staat in de wet, maar die tekst is wel van lang voordat ik op mijn flatscreentje zo’n zestig kanalen kon krijgen. En het zal best, zoals Jan beargumenteert, dat Paul de Leeuw van groot belang is geweest voor de homo-emancipatie, maar me dunkt dat er bij de commercialo’s ook wel een paar nichten rondlopen.

Het andere argument is steeds geweest: wanneer we geen publieks-amusement meer uitzenden, gaat de politiek klagen dat we er alleen maar voor de elite zijn. Dan graven we ons eigen graf.

Wat jammer nou dat dat precies is wat Wilders nu ook roept. Terwijl ik het idee heb dat CDA en VVD vooral geporteerd zijn van een omroep die de publieke taak iets strakker zou interpreteren.

Misschien hebben we juist wel ons graf gegraven door dat te weinig te doen.

Is het nu aan ons om uit te leggen dat dat niet op een koopje kan.