achtergrond

Jan Hoek: ‘Ik heb er genoeg van om steeds te moeten horen dat we niet onderscheidend zijn’

De Nederlandse Raad voor Cultuur (RvC) had enkele weken geleden forse kritiek op de Wereldomroep. In een advies aan het ministerie van OCW stelt hij voor om het aantal taken van RNW te beperken. In verschillende media zei algemeen directeur van de Wereldomroep Jan Hoek dat het advies van de Raad slordig was. In Spreek’buis legt hij nog eens uit waarom.

 

De Raad voor Cultuur vraagt zich af of de Wereldomroep nog nodig is om Nederlanders in het buitenland van informatie te voorzien. Zij kunnen tegenwoordig op andere manieren aan hun informatie over Nederland komen, bijvoorbeeld via het internet. Verder betwijfelt de Raad of de Wereldomroep er in slaagt een realistisch beeld van Nederland te verspreiden, omdat betrouwbare cijfers over het bereik van de Wereldomroep niet voor handen zijn.

 

BBC Worldservice

Het voorzien in onafhankelijke informatie in landen met een informatie-achterstand vindt de RvC een belangrijke en nuttige taak van de Wereldomroep. Maar het is de vraag, meent de Raad, of de Wereldomroep zich onderscheidt van andere internationale omroepen als de BBC Worldservice en CNN.

Jan Hoek windt zich vanzelfsprekend op over het advies van de Raad voor Cultuur. ‘Iedereen matigt zich maar een oordeel aan’, aldus de algemeen directeur. ‘Dat D66 in het verkiezingsprogramma de opheffing van de Wereldomroep bepleit, is onzorgvuldig en slordig’, vindt hij, ‘net als de klachten van PPV-er Martin Bosma over de ‘linkse’ berichtgeving van Wereldomroep. Maar dat een instantie als de Raad voor Cultuur nalaat zich te verdiepen in wat er bij de Wereldomroep allemaal gebeurt is gewoonweg onbegrijpelijk.’

 

Alternatieven

Ook Hoek erkent dat Nederlanders in het buitenland alternatieven hebben om aan informatie over hun vaderland te komen. ‘Maar’, waarschuwt hij, ‘dat is niet per definitie betrouwbare informatie. Het lijkt wel alsof de Raad denkt dat journalistiek ophoudt bij de grens. Neem bijvoorbeeld het programma Uruzgan FM, dat we samen met 3FM maakten. In totaal hebben 20.000 à 25.000 Nederlandse soldaten in Uruzgan naar dat programma kunnen luisteren. Die jongens en meiden hebben moeilijke tijden meegemaakt; er zijn 24 slachtoffers gevallen daar. Uruzgan FM had voor hun een grote meerwaarde. Je kunt zeggen: ‘Dat vind ik niet belangrijk.’ Ok, dat is dan jouw mening.’

Dat cijfers over het bereik van de Wereldomroep ontbreken, verwijst Hoek naar het land der fabelen. ‘We onderzoeken ons bereik wereldwijd niet zelf, omdat dat te kostbaar zou zijn. Maar natuurlijk krijgen we van onze partnerstations informatie over hoeveel mensen er naar hen luisteren. Onze grootste partner, All India Radio, heeft bijvoorbeeld 350 miljoen luisteraars. En in Columbia bereiken we via Radio Columbia Nacional ongeveer 750.000 luisteraars. Dat de Raad heeft nagelaten verder te kijken dan zijn neus lang is en daarvan geen kennis heeft genomen, vind ik op zijn zachtst gezegd slordig.’

 

Site

Datzelfde geldt volgens Hoek voor de twijfels die de Raad voor Cultuur heeft over de mate waarin het aanbod van de Wereldomroep onderscheidend is. ‘Je hoeft slechts onze site te bezoeken om te zien dat we onderwerpen behandelen die je elders niet tegenkomt. Neem bijvoorbeeld de staatkundige vernieuwing op de Antillen. Onze berichtgeving daarover verschilt wel degelijk van wat de lokale media ter plekke doen, gewoonweg omdat die media te klein zijn om hun taken voor 100 procent uit te voeren. Je kunt zeggen: dan kijken ze op de Antillen maar naar Nederland 1, 2 of 3, maar dan ga je eraan voorbij dat ze vaak geen Nederlands spreken. Of dat de Nederlandse aanpak van bepaalde onderwerpen hun niet aanspreekt.’

‘Natuurlijk kunnen we met z’n allen beslissen te stoppen met de Wereldomroep’, vervolgt Hoek. ‘Niet echt verstandig voor een land dat voor 70 procent van export afhankelijk is. Maar ik heb er genoeg van om steeds te moeten horen dat we niet onderscheidend zijn. Zeg niet dat het niet onderscheidend is. Zeg niet: het heeft geen waarde. Zeg dan: het interesseert me eigenlijk niet.’

 

Marc Notebomer