overig

MCO benoemt mabassadeurs

Het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) heeft onlangs een eigen Raad van ambassadeurs benoemd. ‘Onze ambities kunnen we alleen samen met de omroepen en ons netwerk waar maken’, aldus MCO-directeur Anton Kok.

 

Het MCO (het Radio Filharmonisch Orkest, de Radio Kamer Filharmonie, het Groot Omroepkoor, het Metropole Orkest en de muziekbibliotheek) hoort bij het omroepbestel, en dat moet vooral zo blijven, vindt Kok. ‘In de omroepwereld zijn wij een muziekknooppunt met meerwaarde. Kunst en cultuur zijn kerndoelen van de publieke omroep en de samenwerking met de omroepen leidt tot artistieke kruisbestuiving en innovaties, zoals projecten met het Metropole Orkest om nieuw publiek te bedienen.’

In het nieuwe beleidsplan van het MCO staat een aantal ambities geformuleerd. Kok: ‘Groter publieksbereik, verhoging van de cultuurparticipatie, behoud van erfgoed, onze rol als aanjager van het Nederlandse muziekleven en innovatie, op artistiek gebied maar ook als het gaat om bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden.’

 

Concreet

‘Het geheel van onze ensembles, de muziekbibliotheek en onze inzet bij muziekeducatie biedt in combinatie met de publieke omroep een schat aan mogelijkheden voor de toekomst om onze eigen, maatschappelijk relevante plek in het muziekleven verder uit te bouwen’, vervolgt Kok. De Raad voor Cultuur onderstreepte in een advies over het beleidsplan dat die ambitie concreet moeten worden uitgewerkt en waar gemaakt. ‘Klassieke muziek moet niet verstarren tot een erfgoed’, zegt Kok. ‘Het is levend, het ontwikkelt zich en wordt gevoed door nieuwe composities. Wij zijn in samenhang met het omroepbestel aanjager van nieuwe ontwikkelingen. We zijn een netwerk, een knooppunt, met bijvoorbeeld chefdirigenten, die weer een eigen internationaal netwerk hebben. Dat zetten we in zodat we samen met de omroepen ideeën en producten kunnen ontwikkelen die de klassieke muziek levend houden.’

Een concreet voorbeeld kan de MCO-directeur daarvan wel geven. ‘Vanuit onze activiteiten op het gebeid van muziekeducatie is een componeertool ontwikkeld. We hebben dat uitgewerkt samen met de AVRO, die het heeft gepresenteerd op het Kinderprinsengrachtconcert. Het MCO is niet alleen maar een verzameling ensembles waar een radiomicrofoon bij wordt gezet. Het moet meerwaarde hebben.’

 

Signaal

‘De ambassadeurs hoeven voor ons geen klusjes te doen, door ze aan ons te binden maken  duidelijk dat we een maatschappelijke impact hebben’, verklaart Kok. ‘Het is een reactie op het advies van de Raad van Cultuur, die uitgewerkt wil zien hoe we onze doelen willen realiseren. Onze ambities kunnen we alleen samen met de omroepen en ons netwerk waar maken. De Raad van ambassadeurs maakt dat zichtbaar.’

De ambassadeurs zijn zonder uitzondering prominente mensen uit de cultuursector, het bedrijfsleven en de politiek, zoals Alexander Rinnooy Kan, Hans Hillen, Martijn Sanders, Pierre Audi en Aleid Wolfsen. Speelden zorgen over bezuinigingsplannen die nu in Den Haag worden besproken een rol? Kok: ‘Nee. We vragen deze mensen niet om daar invloed op uit te oefenen. Ze hebben bovendien een zodanige statuur, dat ze zich daar niet voor zouden lenen als we het wel zouden vragen. Dat ze onze ambassadeurs willen zijn, maakt duidelijk wat ons belang voor de cultuurwereld en de samenleving is.’

 

Kwaliteit

Eén van de ambassadeurs is Truze Lodder, zakelijk directeur van De Nederlandse Opera en in het verleden werkzaam bij onder meer de AVRO. ‘Het MCO draag ik een warm hart toe, we hebben ook altijd prettig samengewerkt. De ensembles hebben een grote kwaliteit. Het is belangrijk die te behouden. Alles wat begint, eindigt eens, en dat geldt ook voor kunstvormen. Klassieke muziek moet levend blijven om zijn bestaansrecht te houden, het MCO draagt daaraan bij. Het Metropole Orkest is uniek, wij bundelen wel eens de krachten van ons eigen koor met het Groot Omroepkoor, en het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamer Filharmonie zijn in staat ook nieuwe muziek te brengen, zoals maar weinig andere ensembles in Nederland kunnen. Het MCO is zeer flexibel in repertoire. Beleidsmatig is men daar vernieuwend en proactief bezig, bijvoorbeeld wat betreft de arbeidsvoorwaarden en inzetbaarheid van musici.’

Over de rol van het MCO in het muziekleven in Nederland kan Lodder helder zijn. ‘Cultuur brengen, en dus ook klassieke muziek, is een taak van de publieke omroep. De MCO-ensembles moeten hun meerwaarde hebben in producties met de omroepen. Als ze dat niet zouden doen, zijn ze één van de vele gezelschappen die een zaal bespelen. Daarvan zijn er genoeg. Verder denk ik dat er met een helikopterview moet worden gekeken naar het omroepbestel en de muziekwereld, in samenhang met elkaar. Maak een compact omroepbestel, zorg voor een levende muziekwereld en maak afspraken tussen die twee. Dan valt het MCO logisch op zijn plaats.’

 

Bas Nieuwenhuijsen