Meningen
Mijn liefde voor Amerika bestaat niet in de laatste plaats uit het genoegen om daar menig loos uurtje door te brengen op het zonder uitzondering veel te grote hotelbed om zappend te kijken naar het al even veel te grote televisiescherm.
In de dagen dat bij ons Dappere Dodo en zijn vriendje Keessie nog één televisienet onveilig maakten, kon je daar al standaard kiezen uit minstens dertig kanalen. En ik heb al heel wat zien langskomen dat een vingerwijzing was voor ontwikkelingen die ons ook te wachten stonden.
Neem alleen het dwaze soort aandacht dat wij tegenwoordig geven aan pedoseksuelen of babymoordenaars. Toen de berichtgeving over dergelijke zaken bij ons nog geserreerd werd tot kleine kolommetjes en korte vermeldingen op radio en televisie, if any, was het in de US of A al goed gebruik om de kijker zoveel mogelijk schrik aan te jagen met dieptereportages over seriemoordenaars, massa-verkrachters en wat er verder aan geboefte om de hoek klaar kon staan om zich te vergrijpen aan de brave burger die nu nog nietsvermoedend voor de buis zat.
Een soort berichtgeving overigens die tegemoetkwam aan een breed en diepgevoelde griezelbehoefte van die kijker zelf. En het is precies omdat ook bij ons , zowel in het publieke domein als bij de commerciële collega’s, het principe van de vraaggestuurde journalistiek steeds meer opgang doet, dat wij naar Amerika kunnen blijven kijken als ons voorland.
Als bewijs daarvoor mag een bericht dienstdoen uit de NRC van zaterdag 7 augustus. Want daarin doet de Amerikaanse correspondent verslag van een ontwikkeling die ik de afgelopen jaren met lede ogen zag ontstaan. Immers: sinds Foxnews in Amerika is begonnen met het meest propagandistische en vuilspuitende rechtse televisiekanaal dat onder de in dit verband hilarische noemer Fair and Balanced ooit voor journalistiek is doorgegaan, is daar een wedloop van meningenjounalistiek – voor zover geen innerlijke tegenstrijdigheid – op gang gekomen die het kijkplezier niet vergroot heeft.
In het begin kon ik nog wel lachen om een schreeuwlelijk als Bill O’ Reilly, maar sinds dat soort lieden in hoge mate het politieke debat zijn gaan bepalen, en vooral sinds MSNBC daar met lui als Keith Olbermann zijn eigen linkse schreeuwers tegenover heeft gezet, is het lachen wel vergaan. Ik vind ze allebei even schadelijk als irritant en met journalistiek heeft het niets te maken.
Nu meldt de correspondent van NRC dat onder druk van de dalende kijkcijfers en de toenemende populariteit van deze twee concurrenten ook CNN afscheid gaat nemen van wat - al zijn ze hier vaak beschimpt - in Amerika toch altijd nog een standaard van onafhankelijke en onpartijdige journalistiek was. Sterverslaggever Christiane Amanpour is al vertrokken en de meest opvallende nieuwe aanwinst van CNN is Eliot Spitzer, de voormalige gouverneur van de staat New York die behalve om zijn opgewonden meningen vooral bekend werd door de seksuele uitspattingen die hem zijn baan als gouverneur kostten.
Een beetje alsof hier het NOS Journaal in het vervolg gepresenteerd zou worden door Rob Oudkerk.
Zo ver is het nog niet. Maar behoorlijk zorgelijk is het wel dat in een tijd waarin het internet , de meningen-fuik bij uitstek, als nieuwsbron steeds harder concurreert met traditionele nieuwsvoorzieners, ook binnen ons bestel de weg naar meningen-journalistiek steeds nadrukkelijker wordt ingeslagen. Op televisie komen de geprofileerde actualiteitenrubrieken terug en op de radio wordt een afgewogen journalistiek programma als Dit is de Dag in de goed beluisterde ochtend voor een deel geofferd aan presentator Prem Radakishun. Die journalistieke programma’s heeft gemaakt, maar toch vooral bekend is door het op televisie luidkeels verkondigen van zijn eigen mening.
We moeten afwachten welke kant dat dubbeltje op zal vallen. Maar het zal de komende tijd meer dan nodig zijn het publieke bestel te verdedigen tegen politieke aanvallen. En daarbij het belang van onafhankelijke journalistiek in een democratisch bestel te onderstrepen.
Het is de vraag of dat er geloofwaardiger op wordt.