Columns

Onlangs had ik mijn broer uit Denemarken op bezoek. Hoewel hij al zo’n veertig jaar in Kopenhagen woont en inmiddels beter Deens dan Nederlands spreekt, is hij het Moederland op afstand altijd blijven volgen. En zoals dat zelfs in tijden van internet gaat: de fysieke afstand en het gebrek aan onderdompeling in de dagelijkse nieuwsstroom veroorzaken een verschil in perspectief dat spreken met hem over Nederland altijd nuttig en vruchtbaar maakt.

Ik kan nog eens wat uitleggen en hier en daar wat ophelderen en daartoe ben ik per slot op aarde. En hij kijkt op zo’n even frisse als ouderwetse manier tegen de dingen aan dat er soms ook bij mij weer een inzicht opduikt dat ik zelf eigenlijk al vergeten was. Maar dat in zijn emigrantenbewustzijn nog net zo glimt als toen het bij mij ook nog nieuw was.

Neem de omroep.

Ach, de omroep.

Lieve heer, wat is er de laatste tijd een hoop afgetoeterd over de omroep. In bijna alle verkiezingsprogramma’s doken opeens woeste bezuinigingsplannen op. Of ze nou van links of van rechts komen: iedereen vindt dat er in Hilversum flink wat room te scheppen valt.

Oud-collega’s als Nico Haasbroek en Ad ’s-Gravesande vinden dit hét moment om met een plan te komen dat naast grootse visioenen over kunst, cultuur en informatie neerkomt op een verlies van ongeveer 3000 Hilversumse arbeidsplaatsen. Inderdaad: niet het eerste waar men zich bij het denken over de ideale publieke omroep om dient te bekreunen, maar toch wel een beetje veel.

En nestor Jan Blokker ergerde zich twee columns lang zo aan de overdaad aan publiek voetbal en ander Hilversums ongerief dat hij de bestaande netten meteen maar terugschaafde naar een halfje.

Dat was dan alleen nog maar buiten Hilversum. Zelf waren we avond aan avond aan het woord in kekke spotjes waarin bekende publieke koppen vertellen wat we doen in Hilversum.

We vertellen een verhaal. Het verhaal van alle Nederlanders.

Nog even afgezien van het feit dat in die spotjes ook namens mij gesproken wordt zonder dat iemand me wat gevraagd heeft: hoe onnozel kun je zijn?

Had mij de opdracht gegeven om de hele kar definitief de prut in te rijden en ik had het ongeveer zo gedaan. Op het moment dat de publieke omroep aan alle kanten onder druk staat met als voornaamste argument dat ze teveel belastingcenten opsoupeert met de verkeerde programma’s, zou ik een serie spotjes maken waarin we onszelf op de borst trommelen voor wat we nu juist níet moeten doen als publieke omroep.

Want het zijn toch juist de commercialo’s die proberen het verhaal van zoveel mogelijk mensen te vertellen om zodoende zoveel mogelijk boodschappen te verkopen? Wie wilde bewijzen dat we inderdaad heel goed belastinggeld blind over de balk kunnen kieperen, had het niet beter kunnen aanpakken.

Terwijl in al die aanvallen van buiten natuurlijk niet alleen maar onzin beweerd wordt. Dat er wel heel veel geld gaat naar een holadiee-programmering die allang bij de commercie thuishoort, bijvoorbeeld. Dat er als gevolg van de malle kijkcijfersoorlog waar de Ster om vraagt steeds minder ruimte is voor de programma’s waar het bij de publieke omroep wél om zou moeten draaien.

Dat het Hilversumse kindje een waterhoofd heeft.

En nog zo wat argumenten die ik allemaal aan mijn broer voorhield om uit te leggen waarom er inmiddels best veel mensen zijn die vinden dat het in Hilversum een paar kilo minder kan.

Hij dacht er over na. En zei toen: ‘Het zal allemaal best beter kunnen, maar waarom moet het eigenlijk goedkoper? Als al die mensen die mooie en interessante programma’s zo belangrijk vinden, laat ze dan eens in Denemarken komen kijken. Wij zijn met vijf miljoen en de publieke omroep heeft zes volledig gesubsidiëerde televisiekanalen en nog een stuk of drie half-commerciële. Nieuws, cultuur, geschiedenis, kinderprogramma’s. Allemaal een eigen kanaal. ‘

Leuk land, Denemarken.