achtergrond

Decorontwerp voor televisie toen en nu

De fantasievolle en rijke decors uit de jaren zestig en zeventig zijn nu een zeldzaamheid. Geld, tijd en techniek stellen andere eisen aan ontwerp en uitvoering. Ontwerpers van toen en nu over de ontwikkeling van decorontwerp.

 

In de tijd dat decorontwerper Jan van der Does de scepter zwaaide over het ontwerpteam van de NOB, het facilitaire bedrijf van de publieke omroep, vormde het maken van decors voor drama een belangrijk onderdeel van het werk. ‘ Tot halverwege jaren zeventig waren bewerkingen van toneelstukken de topavonden op televisie. Daar bleven mensen voor thuis. Het ontwerpen van de decors deed een groot beroep op de inleving in het drama waar het decor voor was bedoeld. De regisseur besprak met ons welke sfeer hij nodig had, wij lazen het script, maakten ontwerpschetsen, de regisseur en de operationele ploeg keken ernaar en vervolgens werd aan de hand van bouwtekeningen een decor gemaakt. De decors waren fantasierijk en prikkelden de kijker. In die tijd moesten ze nog in de kleine Vitus-studio passen en dat betekende woekeren met de ruimte. Maar die beperking deed juist een extra beroep op de creativiteit van regisseur, ontwerper en productieteam.’

 

Gouden tijd
Volgens Freek Biesiot (o.a. Barend Servet Shows, De Mounties show show en de grote drama-series van de NCRV zoals Zomer '45) die Van der Does in 1974 officieel opvolgde, waren die jaren de gouden tijd van de decorbouw. ‘ The sky was the limit. De verbeelding was aan de macht. We hadden de vrije hand om de mooiste illusies te creëren. Toen de kleurentelevisie kwam, werd het nog leuker. De regisseurs moesten nog wennen aan kleur. Wij wisten hoe je moest zorgen dat het beeld er fantastisch en interessant uit zag. Regisseurs wilden daar gebruik van maken en stimuleerden ons steeds weer iets nieuws te laten zien. Ik heb in die tijd zelfs een decor van kristal gemaakt. Het grensde aan conceptual art. Als decorontwerpers voelden we ons kunstenaars. We zetten iets neer en vervolgens werd het afgebroken en weggegooid. Het vrije en het experimenteren paste ook in de provotijd, in de tijd van maatschappelijke vrijmaking. We hadden bovendien een fantastisch apparaat tot onze beschikking. De NOB had een eigen ontwerpafdeling met grafisch ontwerpers, decorontwerpers en maquettemakers. We hadden 300 man in de decorbouw met eigen schilders, decorateurs, smeden en timmerlieden. Dan was er ook nog een grote rekwisieten hal. Het kon niet op.’  

 

Beteugelen

Van der Does en Biesiot hebben beiden de eerste tekenen van een kentering ervaren. Biesiot: ‘ We hoefden nog geen rekening te houden met kijkcijfers of reclameblokken. Wij konden het medium nog exploreren. Wij hadden de vrije hand om de illusie van iets geweldigs te creëren. We schiepen een droomwereld. Nu lijkt alles veel meer ingevuld. Er wordt minder aan de verbeelding overgelaten.’  

Van der Does was betrokken bij de eerste aanzetten om het NOB en de decorbouw budgettair te beteugelen. ‘ Dat bleek nodig. Nieuw gebouwde studio’s waren groter en hadden meer mogelijkheden, waardoor er een groeiende vraag was naar meer en groter, en dus ook duurdere, decors. We stonden met elkaar, producenten, regisseurs, cameralieden en decorbedenkers, in dienst van de publieke omroep. Elke vereniging kreeg op basis van ledenaantal een budget toegewezen waaruit alle producties betaald werden. Er werd nog niet strak gebudgetteerd zoals nu. Met de komst van de commerciële zenders en het groeiende belang van kijkcijfers kon dat niet zo blijven. We moesten reorganiseren, strakker werken. Maar de omroepen en hun regisseurs waren er toen nog niet aan toe en voor een nieuwe manier van werken waren we van elkaar afhankelijk. Zoals bekend heeft de NOB het niet gered: we bleken uiteindelijk te duur te zijn en dat heeft het bedrijf de kop gekost.’

 

Handzamer

Geld en tijd begrenzen de ruimte van de hedendaagse decorontwerper. Stijn Severijn is art director bij Endemol en ontwerpt daar voornamelijk decors voor soapseries, waaronder GTST. ‘ Voor ons is de leidraad dat we het decor zo maken dat er in hoog tempo gedraaid kan worden. Er moet ruimte zijn voor drie verschillende cameraposities, de hengelaars van het geluid moeten overal bij kunnen en we moeten er een standaardbelichting in kunnen hangen. Bovendien hebben we een krap budget. Vooral voor sets die we voor één of enkele opnames maken. Daarnaast moeten decors van shows of series steeds vaker makkelijk verplaatsbaar zijn. Bijvoorbeeld om ruimte te kunnen maken voor andere producties in een studio of voor transport naar het buitenland waar we steeds vaker shows en series verkopen. De materialen worden daarom handzamer en lichter. Maar binnen die beperkingen is er voldoende ruimte om creatief te zijn. De opdracht voor een decor krijgen we ruim van te voren. Ik krijg nog steeds voldoende tijd om samen met regisseur of producer te praten over wat er moet gebeuren, om ontwerpen te maken en om die ontwerpen vervolgens creatief en goed uit te werken.’  

 

LED
Ontwerper Harald Kassies (o.a. Wat vindt Nederland, Gehaktdag, TV Kantine) noemt daarnaast de toenemende invloed van de techniek. Hij is werkzaam bij LDD, dat voort is gekomen uit het voormalige NOB. ‘ Doordat camera’s beter worden, stelt dat hogere eisen aan de uitvoering van de decors. De camera brengt steeds meer details in beeld. En met de opkomst van de HD-televisie moeten we nog beter opletten: de afwerking moet steeds hoogwaardiger.’  Nieuwe techniek is ook steeds vaker onderdeel van decors. ‘ In grote shows en bij nieuwsrubrieken wordt bijvoorbeeld steeds meer gebruik gemaakt van LED-wanden voor lichteffecten, afbeeldingen of bewegend beeld. Als decorontwerper is het daardoor steeds belangrijker om het ontwerp af te stemmen met bijvoorbeeld programmeurs of animatiespecialisten.’  Kassies ziet ook een geleidelijke inperking van de vrijheid van de ontwerper. ‘ Decors zijn steeds vaker onderdeel van een totaalpakket aan programmavormgeving, waar bijvoorbeeld ook een leader en animaties deel van uitmaken.’  Harald Kassies wil niet zeggen dat het vak van decorontwerper nu minder leuk zou zijn als vroeger. ‘ Dit is een andere tijd met andere uitdagingen. Je hebt steeds meer te maken met steeds meer verschillende disciplines, het is sneller, maar het is een uitdaging om binnen die beperking het beste van jezelf te laten zien.’

 

Ellen Röling

 

Werk van Jan van der Does is tot 19 juli te bezichtigen in een expositie ‘Jan van der Does – decorontwerper in de hal van Beeld en Geluid