overig

Soap 2.0: interactie met iedereen via alle media

Het restaurant Lana's kitchen bestaat nog niet. Maar het komt er wel aan. Nu al is duidelijk dat het niet te hip en niet te truttig moet zijn. Het eten wordt er liefdevol klaargemaakt 'met inspiratie voor alle zintuigen'. En verder? Verder is er nog weinig bekend. Lana's kitchen wordt het eerste programma in Nederland dat volledig werkt volgens het transmedia format en 'reageert' op een dagelijkse mix van video, sms, email, blogs en berichtjes op Facebook en twitter. De kijker krijgt een stem in de ontwikkeling van de karakters in Lana's kitchen. Een nog veel grotere stem dan in de al langer lopende jeugdserie Spangas, die min of meer spontaan gebruik maakt van transmedia - zo bleek van de week op de Dag van de Soap.

De Dag van de Soap is niet nieuw. Elk jaar roept Martine Bouman van het Centrum voor Media en Gezondheid producenten, tv-makers, tekstschrijvers maar ook maatschappelijke- en gezondheidsinstellingen bij elkaar. Haar belangrijkste doelstelling is om al verhalend in tv-programma's aandacht te vragen voor actuele vraagstukken en mensen aan het denken te zetten. Maar dan wel met technieken die iedereen aanspreken en nauw aansluiten bij de doelgroep. Om die reden was vorig jaar een deel van het programma gewijd aan de soap Sound - over een stel tieners dat met de gevolgen van gehoorschade te maken krijgt. Sound - vol beroemde soapies - werd speciaal ontworpen als internetserie (12 afleveringen van 2,5 minuut), maar is door Endemol op televisiekwaliteit gemaakt. Hergemonteerd zou die zo op televisie kunnen worden uitgezonden - al is dat tot verbazing van de makers nog steeds niet gebeurd.

Waren de karakters van Sound nog gebaseerd op wat jongeren zelf hadden aangegeven belangrijk te vinden, het verhaal zelf stond vast. In het deze week gepresenteerde format voor Lana's kitchen gaat het allemaal een stap verder. 'Je kunt de karakters als publiek ook beïnvloeden,' stelt Maarten Almekinders van Scriptdesk, een adviesbureau dat film- en televisiemakers helpt bij het ontwikkelen van scripts en formats. 'In Lana's kitchen treffen we drie vrouwen die een restaurant gaan runnen. We zien ze op video aan het werk, maar ze bellen elkaar ook op de mobiele telefoon, mailen elkaar en delen van het verhaal gaan ook via twitter of Facebook. Je hebt dus de interactie tussen die drie karakters op al die platforms. Maar je kunt je als publiek ook bemoeien met de ontwikkeling die ze doormaken. The audience is leading,' vult Ian Ginn van Hubbub Media aan.

Insectenboek
Ginn was al in de jaren negentig betrokken bij Blender (software om zelf animaties te maken). Hij stortte zich op allerlei vormen van interactie en produceerde films zoals Johan en Erik of het klein insectenboek. Bij Lana's kitchen, waarvoor hij als supervising producer samen met studenten van het Amsterdam MediaLAB het format ontwikkelt, zou die interactie wel eens optimaal kunnen uitpakken. Tenminste, als de schrijvers en acteurs zich aan de totaal andere manier van werken kunnen aanpassen. Wat te doen als het publiek vindt dat een van de drie vrouwen toch te tuttig is? Of als een twitterbericht van een onbekende de hele spanningsboog in de serie verandert? 'Het werkt alleen als je van begin af aan alle specialismes bij elkaar zet. Schrijvers. Technici. De makers van de website. De karakters,' zegt Almekinders. 'Dit is nieuw. Je hebt nog geen generaties ervaren scenarioschrijvers die gewend zijn om zo te werken.'
Voor wie dat mocht denken, Lana's kitchen wordt niet ontwikkeld voor de VPRO, BNN of Powned, maar voor het weekblad Libelle. De redactie constateerde eerder dat met de name de wat jongere lezeressen steeds vaker het blad lieten voor wat het was, maar wel op de website te vinden waren. Met de karakters Lana (30), Susan (40) en Karen (50) en hun al dan niet door de kijker gestuurde avonturen in het restaurant wil het weekblad alle leeftijdsgroepen aan zich binden - met de media en op de platforms die zij gebruiken. Het is overigens nog niet bekend wanneer Libelle met de serie komt.

Marketingtool

Het kan niet anders, of Ginn en Almekinders hebben bij de ontwikkeling van de nieuwe serie ook met een scheef oog gekeken naar het succes van de NCRV serie Spangas, ook al begon dat programma te lopen voordat de term transmedia bekend was. 'Maar we waren vanaf het begin wel crossmediaal,' zegt Leontine Groen van de NCRV. Zij wijst erop dat de website al online stond voordat de eerste tv uitzending op Nederland 3 te zien was. 'Omdat wij ook weten dat onze doelgroep, van negen tot twaalf jaar ongeveer, meer op het web zitten dan op tv. Ze willen vooral zelf beslissen wanneer ze kijken - daarom bieden we ook uitzending gemist via onze website. Maar we zijn er niet alleen online. Er zijn ook boekjes gemaakt, novelles waarin je wat meer informatie vindt over de hoofdpersonen. Het gaat net wat verder dan op tv, je krijgt een verklaring waarom iemand zo is. Of je krijgt een recept. Het heeft toegevoegde waarde.'

Spangas is er dus op tv, op de website, in boekjes... maar niet op de mobiele telefoon. Een bewuste keus, stelt Groen, omdat het grootste deel van de doelgroep (op de basisschool) het mobieltje alleen gebruikt om contact te hebben met de ouders. 'Op de middelbare school verandert dat compleet en zie je dat ze veel meer gaan sms-en, muziek luisteren en foto's maken met de mobiel. Maar twitteren dat zie je kinderen van twaalf eigenlijk nauwelijks doen.' Mocht dat nou veranderen, dan zijn de makers van Spangas daar snel genoeg achter en kunnen ze daar ook op inspelen. 'Dat is het fijne van onze website. Het is een enorme marketingtool, in de goede zin van het woord, omdat we heel snel zien wat de kinderen bezighoudt. Ook al omdat ze zelf een profiel aanmaken waarin ze kiezen voor hun idool, een van de hoofdrolspelers.'


Vriendin van mijn vader

Net als bij Lana's kitchen, al is het dan wellicht iets minder snel, verwerken de scenarioschrijvers van Spangas thema's die de kinderen zelf inbrengen op de website, in de serie. Groen, die zelfs als crossmediaal samensteller in de gaten houdt of de website, serie, boekjes en blogs wel 'matchen', hoeft niet lang na te denken over een voorbeeld. 'Samengestelde gezinnen. De tweeling in onze serie heeft een gescheiden vader, die nu een nieuwe vriendin heeft - met ook weer twee kinderen. Dat is naar aanleiding van iemand op de website die schreef: die nieuwe vriendin van mijn vader. Da's pas erg!'

Andersom mogen de makers van Spangas ook zelf graag een thema bij de kop pakken waarvan ze weten dat het discussie oplevert. Homoseksualiteit bijvoorbeeld ('uit de kast komen op je dertiende, best heftig!'), maar ook duurzaamheid en zinloos geweld. Leontine Groen zelf wijst op de emotioneel verlopen episode - afgelopen februari - waarin het meisje Tessel plotseling overlijdt. Op de website werd vervolgens een fictief condoleanceregister geopend voor Tessel. Het leek haar een logische stap, dat fictieve register. Maar voor veel volwassenen en deskundigen was het een stap te ver. Tot op Radio 1 werd aandacht besteed aan de ophef. Groen: 'Veel kinderen zouden denken dat het meisje echt dood was, maar uit de reacties bleek juist dat kinderen het onderscheid heel goed kunnen maken. Een van de kinderen schreef: Tessel, je bent toch niet echt dood?'


Shakespeare

Misschien is het wel niet de interactie die de makers van Spangas bedoeld hadden, maar onbedoeld bevestigen ze de enorme mogelijkheden van een goede interactie met je publiek. En de manier om verhalen vertellen via een soap een nieuwe impuls te geven. Soap 2.0 kan, omdat het de mensen niet alleen passief via het tv-scherm maar ook via allerlei andere methodes bereikt (en weerwoord mogelijk maakt) echt aan het denken zetten. Eens, zegt Ian Ginn van Hubbub Media. Al haast hij zich wel om de term 'nieuw' te relativeren. 'Je spreekt een nieuw publiek, dat je misschien niet altijd meer bereikt door de gewone tv, aan door een nieuwe, dramatische focus. Maar in feite werkte Shakespeare al zo dat de spelers reageerden op wat hun publiek riep. Wat zeg ik? In feite was de bijbelvertelling al transmediaal. Net zo goed als de kerken dat eeuwenlang zijn. Verhalen worden verteld, uitgebeeld. Er zijn rituelen waar mensen aan mee doen. In glas-in-lood wordt het gevisualiseerd en weer verder verteld en veranderd.'

Jeroen Dirks 

Foto:NCRV

Bijschrift: SpangaS