
Draadloze audio verbindingen zijn zo ingeburgerd dat we zelden stilstaan bij de rol die ze spelen in het productieproces van radio- en televisieprogramma’s. Draadloze microfoons en ‘oortjes’ voor de aanwijzingen van de regie, om maar twee van de toepassingen te noemen, worden bij shows, sportwedstrijden, musicals en ga zo maar door bij tientallen tegelijk gebruikt. Maar de huidige apparatuur is over uiterlijk vijf jaar onbruikbaar.
Dré Klaassen, afkomstig uit de industrie (hij werkt voor fabrikant Audio-Technica Europe), is een man met een missie: het behoud van voldoende frequentieruimte voor onder meer draadloze microfoons, ‘oortjes’ en intercoms. Hij is één van de drijvende krachten achter de in april vorig jaar opgerichte lobbyclub PMSE (Programma Making & Special Events) van producenten, omroepen, facilitaire bedrijven en iedereen die verder maar belang heeft bij draadloze audio verbindingen.
Klaassen kan het probleem eenvoudig samenvatten: ‘Internationaal is in 2007 besloten dat de frequenties die nu voor draadloze microfoons en ‘oortjes’ worden gebruikt, mede beschikbaar komen voor de telecomproviders. Uiterlijk op 17 juni 2015 is dat een feit, dan zijn we dat deel van het radiospectrum kwijt. De apparatuur die nu in gebruik is, is dan door storing niet meer in te zetten.’
Klaassen is de eerste om te erkennen dat zijn werkgever een commercieel belang heeft op dit terrein. Maar dit probleem overstijgt volgens hem het belang van de bedrijven. ‘Dit bedreigt iedereen, van de verslaggever die straks niks op zijn ‘oortje’ hoort, tot de freelance AV-technicus en de dominee die met een draadloze microfoon zijn gemeente toespreekt.’
Dividend
Het grootste probleem schuilt volgens Klaassen in de UHF tv-band van het spectrum, van 470 MHz tot 862 MHz. ‘Die werd onder meer gebruikt voor het analoge tv-signaal, en tachtig procent van de draadloze microfoons in Nederland werkt hierin.’ Toen de analoge televisie werd uitgeschakeld en alleen nog een digitaal tv-signaal werd doorgegeven, leek er ruimte in de UHF-band vrij te komen. Klaassen: ‘Een analoog tv-kanaal gebruikt 8 MHz. Het digitale signaal gebruikt dezelfde bandbreedte, maar bevat meerdere programma’s in één multiplex. Dat zou winst opleveren in frequentieruimte, het zogenoemde digitale dividend. Maar in feite is er helemaal geen sprake van winst, want er zijn zoveel televisiekanalen, internationaal, nationaal en regionaal, dat we eerder ruimte te kort komen. In de grensgebieden is er helemaal een probleem. Het signaal stopt niet bij de landsgrens, dus is er sprake van een overlap. Het gebruik van frequenties wordt internationaal gecoördineerd om storing te voorkomen, maar dat betekent vooral in de grensgebieden dat er nauwelijks nog frequentieruimte over is.’
Toch is in 2007 besloten dat de omroepwereld, tot dan toe primaire gebruiker in dit deel van het spectrum, de UHF tv-band moet gaan delen met de internationale telecomsector. ‘De politici werd voorgehouden dat de digitalisering van het televisiesignaal een ruimtewinst betekende. Die vrijkomende frequenties kunnen ze voor veel geld veilen. De grote providers willen veel extra frequentieruimte om breedbandig diensten te kunnen aanbieden. We willen allemaal mobiel bellen, internetten, gamen en noem maar op. Toen de eerste gsm-telefoons kwamen, dacht men dat er in Nederland enkele tienduizenden zouden worden gebruikt. Dat zijn er inmiddels miljoenen. Bovendien is het een eenvoudige en goedkope manier om landelijke dekking te krijgen. In landen waar weinig of geen kabelverbindingen zijn, zoals in de Derde Wereld, is dat ideaal.’
Op zichzelf valt dus wel te begrijpen dat de telecombedrijven meer ruimte willen, vindt Klaassen. Maar toen hen in 2007 een deel van de UHF tv-band werd beloofd, zijn de gebruikers van draadloze audio verbindingen over het hoofd gezien. ‘Men schatte dat er in Nederland zo’n 20.000 draadloze systemen waren. Maar dat zijn er ongeveer 250.000. En in veel landen is alleen gekeken naar geregistreerde apparatuur en niet naar het werkelijke aantal systemen. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld is maar twee procent van de apparatuur geregistreerd.’
Storing
Het probleem van de frequentieruimte lijkt beperkt, want de telecomproviders krijgen niet de hele UHF tv-band. Onder de 790 MHz blijft ruimte beschikbaar voor andere gebruikers. ‘Maar het wordt daar wel heel erg druk, dus is het maar de vraag of er wel ruimte voor ons zal zijn’, zegt Klaassen. ‘Bovendien betekent het dat vrijwel alle huidige apparatuur onbruikbaar wordt, want die werkt niet onder de 790 MHz. Tenzij je de spullen laat ombouwen, en dat is duur. Zelfs voor eenvoudige systemen praat je dan al gauw over zo’n 300 euro, dat is die apparatuur niet meer waard.’ Vervangen dan maar, want over vijf jaar is alles toch afgeschreven, zou je zeggen. Valt ook tegen, aldus Klaassen. ‘Wat zou je moeten kopen? We weten niet wat de toekomst brengt, het is heel goed mogelijk dat er nog meer frequentieruimte afgaat.’
Alternatief spectrum is niet of nauwelijks bekend, stelt Klaassen vast. ‘Er wordt bijvoorbeeld gewezen op de zogeheten Duplex Center Gap, dat is kort gezegd de ruimte tussen de frequenties die telecomproviders gebruiken voor het downlink signaal en het uplink signaal. Maar die ruimte is beperkt en bovendien ‘vervuild’ door die signalen waardoor de kans op storing groot is. Andere delen van het radiospectrum hebben soortgelijke bezwaren: te weinig ruimte of te veel ‘ruis’, man made noise van andere apparatuur bijvoorbeeld. Wij hebben voor onze systemen nou juist hoogwaardige kwaliteit audio nodig. Je wilt bijvoorbeeld zangers en acteurs in het theater goed kunnen horen. Storing is voor ons dodelijk.’ Alles dan maar met kabels oplossen kan evenmin. Dat zou ontzettend duur worden, want je hebt dan mensen nodig om die kabels te sjouwen en te leggen. En onpraktisch, want je kunt een verslaggever die rondloopt niet van een kabel voorzien voor de regie.
Cognitive radio
Klaassen signaleert nog een extra bedreiging voor de draadloze audio verbindingen: de zogeheten cognitive radio devices. Dit zijn apparaten die de omgeving scannen op de aanwezigheid van andere zenders. Als ze die niet vinden, nemen ze aan dat die frequentie vrij is en starten ze zelf met zenden. ‘Maar onze apparatuur heeft zo’n laag vermogen dat die niet wordt opgemerkt. Cognitive radio wordt veel gebruikt in computers en smartphones (mobiele telefoons met breedbandig internet, red.) die er onderling netwerkverbindingen mee tot stand brengen. Als ze dat gebeurt in de buurt van draadloze microfoons, dus bijvoorbeeld in het publiek van een festival of zo, krijg je storing.’
Paradoxaal genoeg is juist cognitive radio een mogelijke oplossing. ‘Je zou kunnen kijken of je onze apparatuur op die manier storingsvrije verbindingen kunt laten maken. Maar daar is onderzoek voor nodig. Het duurt jaren voordat je dat hebt ontwikkeld en gereed hebt voor productie.’
Zo veel tijd is er niet echt meer, want al lijkt 2015 misschien ver weg, het is voor zo’n ingrijpende verandering in feite kort dag. ‘Als er geen oplossing wordt gevonden, is er echt een groot probleem. Dan kun je straks grote evenementen als de Olympische Spelen of de Tour de France niet meer organiseren of verslaan, laat staan als ze op meer dan één plek plaatsvinden, want dan moet je overal opnieuw vrije frequenties zoeken. Theater, musicals, concerten en festivals worden getroffen. En denk bijvoorbeeld aan de freelance technicus, die het toch al moeilijk heeft en nog lastiger krijgt als de omroepen moeten bezuinigen. Die moet apparatuur vervangen of extra aanschaffen, kosten die hij niet vergoed krijgt en vaak niet in rekening kan brengen. Enorme culturele en economische schade dus.’
Bas Nieuwenhuijsen
Foto: TROS
Bijschrift: draadloze microfoons en oortjes, zoals Jan Smit hier gebruikt, dreigen in de knel te komen