overig

Klaas Samplonius: ‘Vergis je niet, de eigen omroep is echt bevochten, daar zit veel sentiment aan vast’

Klaas Samplonius, radioman in hart en nieren, neemt afscheid. De vacature voor zijn opvolger als directeur/hoofdredacteur bij RTV Drenthe is de deur uit, maar op kleinkinderen passen is nog niet aan de orde, want hij wil nog best af en toe wat doen in omroepland. Een terugblik op een rijke carrière, die veel meer dan radio omvatte.

 

De journalistiek zat er al heel vroeg in bij hem, eigenlijk als kind al in Zwolle, waar hij vandaan komt. ‘Ik spelde de krant, ik werd thuis wel Klaas Krant genoemd’, vertelt Samplonius (1947) met lichte zelfspot, gemengd met ernst. Want de krant, en de radio die erbij aanstond ’s ochtends, was hem ernst. ‘Ik wilde journalist worden, was goed in Nederlands en hield van opstellen schrijven. Toen ik in Zwolle nog op de HBS zat, ging ik naar de hoofdredacteur van de Zwolsche Courant en vroeg of hij wist wanneer er in Utrecht een school voor de journalistiek zou komen. Voorlopig niet. ‘Maar wil je journalist worden?’, vroeg hij me toen. ‘Schrijf me maar een brief als je slaagt voor je eindexamen’.’

Aan een tafeltje in De Jonge Haan, Hilversums omroepetablissement bij uitstek en vlak naast het oude AVRO-gebouw waar Samplonius later zou werken, lijkt hij het nog nauwelijks te kunnen geloven. Op 1 september 1965 kon de pas afgezwaaide scholier beginnen bij de Zwolsche Courant. ‘Op de buitenlandredactie ANP-kopij bewerken, koppen maken. Later ging ik naar de streekredactie, dan moest je van tien vel kopij over de Huisvrouwenvereniging tien regels maken. Daar zat een oudere collega, die je werk corrigeerde. ‘Hier gebruik je een modern woord als ‘momenteel’, ik prefereer ‘thans’.’ Lachend: ‘Dat zou niemand meer zo doen, maar ik heb er wel echt van leren schrijven.’

 

Sport

De dienstplicht, voor veel jongens een meer of minder hinderlijke onderbreking van hun gewone leven, benutte Samplonius om journalistiek actief te blijven voor De Vliegende Hollander, het orgaan van de luchtmacht. Eenmaal uit dienst ging hij direct weer aan de slag in de krantenwereld. Voor Trouw verhuisde hij in 1969 van Den Haag, waar hij zijn diensttijd doorbracht, naar Amsterdam. Met enige bluf. Op de vraag ‘Ken je de stad een beetje?’, zei Samplonius simpel ja, al wist hij alleen hoe hij van het Centraal Station naar de Herengracht moest komen. ‘Maar ik zorgde ervoor dat ik de stad al gauw heel goed kende’, haast hij zich erbij te zeggen.

Na Trouw volgde nog het Algemeen Dagblad, ook in Amsterdam, zijn laatste krantenbaan (op een kort verblijf bij het blad Accent na zou het ook zijn laatste stap in de schrijvende journalistiek zijn). Alles bij elkaar was het in Amsterdam een leuke tijd, vindt hij, die twee nieuwe elementen in zijn loopbaan bracht, sport en de radio. ‘Het AD kocht de krant Sport en Sportwereld, en ging de sportbijlage ook zo noemen. Om dat te promoten kochten ze zendtijd op Radio Noordzee Internationaal.’ Die zendtijd moest uiteraard wel worden gevuld, en Samplonius, die radio altijd al interessant vond, stond vooraan. ‘We maakten een programma van twee uur. Met een recorder op stap, interviews maken met sportmensen. Werd op zaterdag uitgezonden.’ Het bleek het begin van een combinatie van radio, sport en nieuws, een liefde die nooit meer over zou gaan.

 

Radio

Al snel volgde de definitieve overstap naar de omroep, om te beginnen de AVRO in april 1973. Samplonius werd gevraagd door Hans Engelman, die hem wel eens op Radio Noordzee had gehoord, voor AVRO’s Radiojournaal en AVRO’s Wekelijkse Sportrevue. Als algemeen verslaggever, als sportverslaggever en als presentator. Van het een kwam het ander, en zo werd Samplonius ook gevraagd om mee te werken aan Langs de Lijn van de NOS. ‘Later heb ik veel Eredivisieoverzichten gedaan en ben ik gaan presenteren. Veel op de zaterdagmiddag.’ Als vanzelf kwam hij terecht op de eerste redactie van Met Het Oog Op Morgen, Radio Tour de France en Radio Olympia, en de verslaggeving rond Koninklijke bezoeken.

De vroege jaren zeventig waren een belangrijke periode voor Samplonius, die bij de AVRO onder meer werkte met de toen al legendarische Dick van Rijn. ‘Daar keek ik tegenop, hij was een fenomeen, al was hij toen wel over zijn hoogtepunt heen. Maar er waren meer mensen die ik erg goed vond, zoals Hans Engelman, een charmante en uitstekende presentator en Link van Bruggen, die de hele wereld bereisde, Willem Ruis, Tom Blom, Felix Meurders, Eef Brouwers.’

Hij leerde veel van al die vakmensen. ‘Een goede presentator moet kunnen improviseren. Duidelijk praten, niet mompelen. Je moet in helder Nederlands met weinig woorden vertellen wat er gebeurt, vertellen waar het over gaat. En je moet als presentator de show niet willen stelen. Bij Langs de Lijn bijvoorbeeld ben je de intermediair tussen de verslaggevers en de studio. Als je te veel vertelt, maai je het gras voor de voeten van de verslaggever weg. Je moet de ander de bal gunnen. Dat geldt zeker ook bij duopresentatie, een aparte tak van sport.’

 

Kansen

Bijzondere herinneringen heeft hij aan Kees Buurman, destijds bij de NOS verantwoordelijk voor de sportprogramma’s, maar ook voor Het Oog en speciale uitzendingen. ‘Kees heeft mij alle kansen gegeven. Hij bood jongeren zoals ik de ruimte, zelfs in een nieuw programma als Het Oog, in combinatie met gevestigde namen. Hij was zeer innovatief en creatief, bedacht altijd iets nieuws en durfde grenzen te verleggen, ook technisch. Ik vraag me af of hij zich in deze tijd thuis had gevoeld (Kees Buurman is in 2007 overleden, red.), de budgetten zijn nu zo veel strakker.’

Tot het midden van de jaren tachtig bleef Samplonius betrokken bij de NOS-programma’s rond sport, actualiteiten en de Oranjes (‘De inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 samen met Jan Zindel, wat een bewogen dag met die krakersrellen!´). Toen, in 1985 ging de telefoon weer. ‘Wim Bosboom vroeg me voor Aktua Radio bij de TROS.’ Samplonius aarzelde niet: ‘Bij de NOS werd de spoeling dunner en Kees Buurman vertrok naar de AVRO.’

Samplonius zou in verschillende functies vele jaren aan de grootste familie verbonden blijven. Als presentator, hoofd van Aktua Radio, programmaleider radio en hoofdredacteur van 2Vandaag en uiteindelijk als hoofd van de TROS-ledenraad, 21 jaar. ‘Op een gegeven moment was ik programmaleider radio en hoofdredacteur van 2Vandaag. Dat was te veel tegelijk. Toen er voor 2Vandaag nauw samengewerkt ging worden met de AVRO en het hele programma werd opgefrist en veranderd, van format tot en met huisvesting, moest er ook één hoofdredacteur komen. Ik heb toen gezegd dat ik dat niet wilde zijn.’

Het was de bedoeling dat hij zijn carrière bij de TROS zou afsluiten als hoofd van de ledenraad, maar het liep anders. ‘Mijn laatste halfjaar bij de TROS was een woelige periode. Er ontstonden allerlei problemen en uiteindelijk vertrok de toenmalige voorzitter Karel van Doodewaerd (eind 2006, na de Diomedea-affaire: een omstreden deal met een productiehuis, red.). Toen belde RTV Drenthe me met de vraag of ik daar orde op zaken wilde komen stellen. Er waren daar ook grote conflicten, de leiding was weg, er moest rust in de tent worden gebracht. Ik dacht: ‘Waarom niet? Erger dan hier zal het niet worden.’ Bovendien waren we kort daarvoor toevallig net verhuisd naar Meppel.’ En dus ging Samplonius ook beroepsmatig terug naar het oosten van Nederland, waar hij vandaan kwam.

 

Vak

Het was wel even aanpassen, een regionale omroep. ‘In het begin dacht ik, als ik de budgetten zag, dat er een nul was weggevallen.’ Maar het wende gauw. ‘Het is ontzettend leuk. Je doet alles zelf, het is nog echt een omroep.’ Dat neemt niet weg dat Samplonius ook oog heeft voor de beperkingen van een regionaal station. ‘Je maakt maar een uur televisie per dag. Met een klein budget, zonder geld voor bijvoorbeeld grote marketingcampagnes. En dan zit je tussen al die andere, grote, zenders in. Je zou meer willen doen, maar dat kan eenvoudigweg niet.’

Toch ziet hij zeker een rol voor regionale omroepen, die voor hem een toegevoegde waarde hebben. ‘Wij maken bijvoorbeeld programma’s in de Drentse taal. Vergis je niet, de eigen omroep is echt bevochten, daar zit veel sentiment aan vast. We worden ook beoordeeld op ons Drenthe-gehalte. Met de radio zijn we in onze provincie riant marktleider.’

Na bijna vier jaar bij de regionale zender vindt hij het nu welletjes. ‘Maar ik wil nog wel wat blijven doen, ook in Hilversum. Ik werk nu bijvoorbeeld mee aan Familie Nederland van de RVU op Radio 5, met onder andere Rocky Tuhuteru.’

Want dat radiohart is hij nooit kwijtgeraakt. ‘Radiomaken is een vak. Gewoon, met anderen een programma maken, zoals de technici. Dierbare collega’s van wie ik veel heb geleerd. Werken aan je spreekvaardigheid, spelen met taal, improviseren, op tijd uitkomen. Terugluisteren. Waarom versprak ik me hier, waarom loopt dat gesprek niet lekker? En je hartstikke goed voorbereiden, niet zomaar wat doen.’

 

Bas Nieuwenhuijsen