Eigenlijk wilde Jan de Jong sportverslaggever worden maar het lot besliste anders. Vanaf 1 mei is hij algemeen directeur van de NOS. Drastisch bezuinigen op de publieke omroep is volgens De Jong het slechtste wat Den Haag kan doen. ‘Een sterke, onafhankelijke nieuwsvoorziening is het wezenskenmerk van een vitaal publiek bestel en een onmisbare schakel in een volwaardige democratie.’
De Jong is een ‘oud-gediende’. Maar liefst zeventien jaar geleden kwam hij als stagiair de NOS binnen. ‘Ik werkte bij de lokale omroep in Den Haag’, vertelt hij. ‘Daar deed ik van alles: van interviews met de burgermeester tot het verslaan van wedstrijden van ADO Den Haag. Op een zeker moment belde ik Studio Sport of ze beelden van die wedstrijden wilde hebben en kwam ik in contact met Kees Jansma. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik stage kon lopen bij NOS Studio Sport.’
Al snel maakte De Jong carrière bij de NOS. Zo was hij onder andere hoofd marketing & communicatie en maakte hij de laatste drie jaar deel uit van de directie als Mediadirecteur. Dat hij straks algemeen directeur is, vervult hem met trots: ‘Je realiseert het je in eerste instantie niet zo maar door de reacties die ik van buitenaf krijgt, dringt het pas goed tot me door: hoe mooi en eervol het is dat ik deze functie mag uitoefenen.’
In beweging
De NOS is een organisatie in beweging, aldus De Jong. ‘Er is veel veranderd in de loop der jaren. Vroeger waren we een eilandenrijk: Nieuws en Sport spraken niet met elkaar. En binnen die twee disciplines hadden radio en tv ook maar weinig contact. Inmiddels zijn we een mooi geheel geworden, een multimediale organisatie die druk bezig is zich te ontwikkelen tot een crossmediale organisatie. We willen zowel lineair als ook non-lineair content leveren. Iedere Nederlander moet op elk gewenst moment onze informatie tot zich kunnen nemen.’
Het nieuwe programma Nieuwsuur, dat de NOS vanaf september elke avond zal uitzenden op Nederland 2, is in dat opzicht een ‘proeftuin’. De Jong: ‘Nieuwsuur is een vehikel om verregaande samenwerking te bewerkstelligen. Nieuws, Sport en Evenementen werken er in samen. Sport en Evenementen hebben veel ervaring met het maken van live uitzendingen. Nieuws beschikt over veel journalistieke deskundigheid en kwaliteit. Met andere woorden: ze kunnen elkaar versterken.’
Onzin
De Jong maakt zich zorgen over de politieke wind die momenteel waait. ‘Een aantal politieke partijen heeft in zijn partijprogramma’s het voornemen opgenomen om flink te bezuinigen op de publieke omroep. Maar in een land als Nederland, dat steeds verder fragmenteert, heb je juist een brede publieke omroep nodig die mensen met elkaar verbindt. Als je teveel bezuinigt, loop je het risico dat de publieke omroep een cultureel getto wordt, alleen voor de elite. Immers, ingewikkelde highbrow programma’s sluiten mensen uit. Terwijl onze legitimatie in een brede programmering zit, die voor iedereen wat biedt.’
De externe pluriformiteit van het publieke Nederlandse bestel kan volgens De Jong het gevoel geven dat er niet effectief wordt gewerkt. Maar, zegt hij dat is onzin. ‘We horen tot de goedkoopste publieke omroepen van Europa. Ter vergelijking: de Zwitserse publieke omroep is drie keer zo duur per hoofd van de bevolking en zij hebben geen concurrentie van commerciële partijen. Alle NOS-uitzendingen, en dat zijn duizenden uren sport en nieuws, kost een gemiddeld Nederlands gezin slechts achttien euro per jaar. Dat mogen we best meer naar voren brengen.’
Bovendien leiden grote bezuinigingen op de publieke omroep volgens hem voor gezichtsverlies van Nederland in de internationale sportwereld. ‘Minder geld betekent namelijk een streep door de ambitie om grote sportevenementen als het WK Judo of WK Atletiek te organiseren. Met als gevolg dat men zal denken dat we sport niet serieus nemen. En bijvoorbeeld een event als de Olympische Spelen in 2028 niet kunnen organiseren.’
‘De publieke omroep moet aantonen dat-ie onmisbaar en onvermijdbaar is’, vervolgt hij. ‘Want ook voor de publieke omroep geldt: je weet pas wat je mist als het er niet meer is. En daar moeten we nú voor waarschuwen.’
Plannen smeden
Bezuinigingen of niet, het weerhoudt De Jong er niet van om plannen te smeden voor de toekomst. ‘Crossmediaal is het toverwoord. Nu worden per dag een paar onderwerpen crossmediaal aangepakt, maar in de toekomst moet dat bij alle onderwerpen gebeuren.’
Verder wil hij nog meer dan nu het geval is proberen om ‘iedereen’ te bereiken: ‘Jongeren, lager opgeleiden…. Noem ze maar op. Nu is ons bereik 80 of 90 procent van de Nederlandse bevolking maar dat moet 100 procent worden.’
Een belangrijke journalistieke ambitie van de nieuwe directeur is het brengen van ‘eigen nieuws, eigen verhalen.’ Zo kunnen we witte vlekken in het huidige aanbod opvullen, zoals de relatie tussen Brussel en Den Haag, financieel economisch nieuws en onderzoeksjournalistiek. In plaats van achter de waan van de dag aan te rennen, moeten we eigen keuzes maken. Natuurlijk moet je open blijven staan voor de wereld van kijker maar we hebben een eigen autonomie en kennis en maken onze eigen keuzes.’
‘Dat moet ook terug te zien zijn in de programma’s. Het gaat er niet om dat we de meest populaire gasten uitnodigen maar de meest relevante. Niet alles hoeft leuk te zijn. Het moet urgent en relevant zijn, dat zijn de kernbegrippen. De ‘verleuking’ van Hilversum hoeft wat mij betreft niet altijd.’
In hart en nieren
De Jong kijkt vol verwachting uit naar 1 mei, de dag dat hij als algemeen directeur aan de slag gaat. ‘Ik ben een NOS-er in hart en nieren en ga elke dag met plezier naar het werk. Als je het gebouw binnenkomt zie je overal de dynamiek van het bedrijf en de passie van de collega’s voor het vak. Aantrekkelijk is ook het onverwachte, dat je agenda voor een bepaalde dag van het ene op het andere moment kan veranderen, wanneer zich breaking news voordoet of we bezig zijn met een evenement. Of ik bang ben dat dit aspect in mijn nieuwe baan minder aanwezig is? Absoluut niet. Ik wil geen directeur op afstand zijn, ik ben echt van de hands on. Anders kun je net zo goed directeur worden van een koekjesfabriek. Lachend: ‘Eigenlijk wilde ik sportverslaggever worden maar het lot besliste anders.’
Marc Notebomer
Foto: Josje Franken