Peter Puister zat bij mij op de lagere school. Niet vanaf het begin, Peter kwam er later bij. Hij deed ontzettend zijn best om erbij te horen. Gedroeg zich zoals wij ons gedroegen; hield waar wij van hielden – voetbal en meisjes – en was loyaal naar de groep. Wij waren op dat moment de oudgedienden van de Spartaschool. Erik, Harry, Bert en ik.
Hoe Peter Puister zijn best ook deed, hij kreeg er van ons maar weinig waardering voor. Hij hing er altijd maar zo’n beetje bij. Ongetwijfeld was op Peter als leerling weinig aan te merken. Peter deed zijn schoolwerk naar behoren, zijn CITO test heeft ongetwijfeld de marginale toets doorstaan en na de Spartaschool zal zijn leven hopelijk een positieve loop hebben genomen. Na de zesde klas heb ik nooit meer iets van hem vernomen. Positief of negatief. Ik wens hem alsnog het allerbeste, eerljk waar. Ik hoop dat zijn leven is geworden wat hij er van droomde. Wat mij bezighoudt is waarom we hem toen nooit de credits hebben gegeven die hij op grond van zijn gedrag en prestaties wel verdiende. Waarom kon ik hem niet gewoon omarmen als een van onze vriendenclub? Is het omdat we als groep vaak een buitenstaander nodig hebben om ons te kunnen verenigen? Of vond ik Peter toen gewoon geen leuke jongen? Geen idee. Toch moet ik tegenwoordig regelmatig aan hem denken als het gaat over de publieke omroep. Wat programma’s en kosten betreft hebben wij een gedegen prijs-kwaliteit verhouding. Zeker wanneer je het vergelijkt met de publieke omroepen in de landen om ons heen. Het programma-aanbod is breed, diep en gelaagd. De prijzenkasten puilen uit. Van Gouden Kalveren, Gouden Rozen tot en met Emmy’s aan toe. De publieke omroep zelf is in Nederland een van de grootste kunst&cultuur producenten. We zijn op dit gebied dus niet alleen een doorgeefluik van dat wat er al is, maar we scheppen zelf ook. Drama, documentaires, muziek, een indrukwekkende hoeveelheid. De omroeporkesten en het koor behoren tot de absolute top. Zeker in Nederland. Maar als ik de discussies in de media en de politiek beschouw krijg ik de indruk dat de publieke omroep er nauwelijks toedoet. Dat wij er als samenleving geen enkele toegevoegde waarde aan hechten. Dat wij de publieke omroep niet beschouwen als iets dat van ons allemaal is, maar als een lastige elitaire club, die we maar beter drastisch kunnen kortwieken.
Dat ook de omroep in tijden van crisis –ik krijg dat woord nog nauwelijks mijn strot uit – moet bezuinigen is evident. Maar de schaal waarop een aantal partijen denkt, is zacht gezegd ontluisterend. Netten dicht, Ster opdoeken, 100 miljoen, 200 miljoen eraf. Hakken maar. Op deze wijze bezuinig je niet, op deze wijze ruk je de publieke omroep met wortel en tak uit de grond. Ontken je de waarde en de inzet van een brede Publieke omroep. Een kwalitatieve waarde die juist over een lange periode is opgebouwd en uitgebouwd. Overdreven?
Eén voorbeeld - waarbij ik afzie van het gemakkelijke voorbeeld omtrent de pluriformiteit rond nieuws en opinie en de betekenis daarvan voor het openbare debat en de meningsvorming van burgers, de publieke omroep besteedt jaarlijks enige tientallen miljoen euro’s aan nieuw drama. Auteursdrama, series, comedy’s, noem maar op en dat is inclusief het drama dat verweven zit in programma’s zoals Het Klokhuis en Sesamstraat. Zonder die jaarlijkse investering kan deze bedrijfstak in Nederland niet gezond overleven. Hetzelfde geldt voor de documentaires. Zonder de investeringen vanuit de publieke omroep, kan die bedrijfstak niet overleven. Om hoeveel mensen gaat dat? Om hoeveel bedrijven? Hakken in de publieke omroep maakt dat ook andere aanverwante sectoren in haast onoverkomelijke problemen raken. En het blijft niet bij de twee voorbeelden die ik hier genoemd heb.
Goed, wat mij nu zo raakt is niet dat al die partijen de publieke omroep willen terugsnoeien - de een wat meer dan de ander – maar dat er in de samenleving maar zo bitter weinig mensen zijn, die naar voren treden en zeggen: bezuinigen is tot daar aan toe, maar verder blijf je met je poten van mijn publieke omroep af.
Ik voel me dezer dagen dus een beetje als Peter Puister zich moet hebben gevoeld. Je doet het goed, werkt hard aan hoe het nog beter kan, efficiënter kan en toch blijft de waardering uit. Of hooguit mondjesmaat.
De publieke omroep moet zichzelf beter in de markt zetten. De ultieme poging wagen om de burgers gevoelsmatig aan zich te binden en daarmee te verbinden. Aan onze producten ligt het niet, aan de kijktijdaandelen ook niet, maar imago-technisch hebben we met zijn allen in Hilversum nog een flinke stap vooruit te zetten.
Mensen zijn belangrijk, programma’s zijn belangrijk, omroepen zijn belangrijk, maar als we in de komende jaren niet ook gezamenlijk onze schouders zetten onder de inspanning om ons publiek te overtuigen dat de publieke omroep van ons allemaal is, werkelijk van ons allemaal is en van onschatbare waarde voor iedereen, ongeacht wie je bent en waar je vandaan komt, dan kan het zo maar zijn dat met één pennenstreek al dat moois, al dat bijzondere voorgoed van tafel wordt geveegd. Niet bijgesnoeid, maar ontworteld en uitgestoken als onkruid.
Dat lijkt me niet terecht, maar dat vond Peter Puister ook.